Basics van een opleiding vormgeven

Wil je als lesgever weten hoe een opleiding in elkaar zit? Ben je geïnteresseerd om deel uit te maken van een opleidingscommissie en wil je weten over hoe de UGent de kwaliteit van opleidingen bewaakt? Zie je als nieuwe opleidingscommissievoorzitter het bos door de bomen niet meer en krijg je graag de opleidings-basics op een rijtje? Dan is deze tip iets voor jou!

The basics in één oogopslag 

Volgende figuur biedt je in één oogopslag zicht op dé meest cruciale elementen bij het vormgeven van een opleiding: 

Een opleiding vormgeven is teamwork: aan de UGent geven alle leden van de opleidingscommissie een opleiding samen vorm. Een opleidingscommissie  bestaat minimaal uit 

  • één voorzitter (dit is altijd een ZAP-lid)
  • één secretaris (de secretaris hoeft geen lid te zijn van de opleidingscommissie)
  •  ZAP-leden (elke opleidingscommissie bestaat voor ten minste de helft uit leden van het ZAP)
  •  AAP-, OAP en ATP-leden (het AAP, het OAP en het ATP dat bij het onderwijs is betrokken, hebben samen minstens één vertegenwoordiger in de opleidingscommissie.)
  •  en studentenvertegenwoordigers. (elke OC bestaat voor ten minste één derde uit studenten).

Binnen een faculteit beschikt elke opleiding over een eigen opleidingscommissie die permanent advies verleent over het algemeen beleid, de onderwijsorganisatie en de onderwijskwaliteitszorg van de betrokken opleiding. 

Van een opleiding wordt verwacht dat ze: 

  •  een opleidingsvisie en -missie formuleert waarin het DNA van de opleiding (met name de eigenheid en het profiel van de opleiding) neergeschreven wordt.
  • beleid voert rond de zes strategische onderwijsdoelstellingen van de UGent. Dat beleid is steeds afgestemd op de eigen context. Zo zal het internationaliseringsbeleid van een tweejarige Engelstalige master er anders uitzien dan dat van een eenjarige Nederlandstalige master. Vanuit die beleidskeuzes werkt de opleiding aan de integratie van specifieke onderwijsbeleidsthema's.  
  • de kwaliteit van de opleidingscompetenties bewaakt. 
  • een samenhangend programma vormgeeft waarbij de gekozen onderwijs- en evaluatieactiviteiten activerend en motiverend zijn.
  • aandacht heeft voor doordachte evaluaties die vertrekken vanuit een gedeelde toetsvisie. De opleidingscompetenties, het programma en de toetsing zijn goed op elkaar afgestemd of constructively aligned
  • instaat voor de permanente kwaliteitszorg. De opleidingscommissie voert regelmatig een zelfevaluatie uit waarbij de sterktes en de aandachtspunten van de opleiding in kaart worden gebracht. Daarbij wordt ook systematisch input gevraagd van internen (bijvoorbeeld vakfeedback, opleidingsfeedback) en externen (alumni, werkveld, internationale peers). Op basis van die zelfevaluatie stelt de opleiding een kwaliteitsverbeterplan op.

De tool die de opleidingscommissie ondersteunt bij al die taken is de opleidingsmonitor. In de monitor staan 39 doelstellingen, onderverdeeld in 3 hoofdstukken. Het is de bedoeling dat opleidingen hun beleid afstemmen op die doelstellingen. Neem hier een kijkje in de verschillende hoofdstukken van de monitor. 

The basics verder toegelicht… 

1. Draag een sterke opleidingsvisie- en missie uit met aandacht voor de strategische doelstellingen en de onderwijsbeleidsthema’s

De visie van een opleiding maakt aan een breed publiek duidelijk waar de opleiding voor staat, welke (toekomstige) doelen de opleiding nastreeft en hoe de opleiding die wil bereiken. Een missie definieert de bestaansreden van de opleiding en legt uit waarin de opleiding zich onderscheidt van gelijkaardige opleidingen (in binnen en/of buitenland). De missie en visie van een opleiding haken in op één of meerdere universiteitsbrede visies (bijvoorbeeld: de algemene UGent-missie ‘multiperspectivisme’, het UGent-credo ‘Durf Denken’, het UGent- onderwijsconcept ‘creatieve kennisontwikkeling’) en (eventuele) facultaire onderwijsvisies). 

Als ze haar DNA verduidelijkt, denkt de opleiding meteen ook na over de manier waarop ze het DNA van de UGent daarin integreert. De zes strategische onderwijsdoelstellingen zijn inherent aan de UGent en dus ook aan elke opleiding. Daarom bepalen ze ook voor een groot stuk de structuur van de opleidingsmonitor. De opleiding vertaalt die doelstellingen – vanuit opleidingsspecifieke keuzes – naar de eigen opleidingspraktijk. De zes strategische onderwijsdoelstellingen zijn: 

Vanuit die beleidskeuzes werkt de opleiding aan de integratie van specifieke onderwijsbeleidsthema's. De opleiding denkt na wat één of meerdere UGent-onderwijsbeleidsthema’s concreet voor de opleiding betekenen en hoe de opleiding daaraan kan werken. De plaats en integratie van de onderwijsbeleidsthema’skunnen ook naar voor komen in de opleidingsvisie en komt tot uiting bij de uitwerkingen van de eigen doelstellingen in de monitor. De UGent-onderwijsbeleidsthema’s zijn: 

Klik hier voor meer info over hoe je zo’n missie en visie schrijft. 

2. Uitdagende opleidingscompetenties vormen de basis van een samenhangend programma 

De UGent gebruikt de termen ‘opleidingscompetenties’ of ‘opleidingsspecifieke leerresultaten (OLR)’ als synoniemen. Die geven aan wat de studenten moeten kennen en kunnen aan het einde van hun opleiding en welke attitudes de opleiding daarbij van hen verwacht. Ze zijn een operationalisering van Europese en Vlaamse beleidskaders over de finaliteit van bachelor- en masteropleidingen en een vertaalslag van de visie en missie, de strategische keuzes, de eigenheid en profilering van de opleiding. De UGent definieert competenties als ‘de integratie van kennis, vaardigheden en attitudes in vooral complexe en/of concrete situaties.’

De opleidingscommissie bewaakt dat de opleidingscompetenties (OLR) een helder, logisch, en actueel geheel vormen dat gedragen en bekend is bij alle stakeholders. De opleidingscompetenties moeten vertaald worden naar het programma (zie ‘Creëren van een samenhangend programma’) en de toetsing (zie ‘Gedeelde toetsvisie’). De opleiding bekijkt bovendien of die competenties, het programma en de toetsing in lijn zijn met elkaar. Dit wordt constructive alignment genoemd. 

Ook op het niveau van een individueel opleidingsonderdeel worden er competenties geformuleerd. Die worden binnen de UGent ‘eindcompetenties’ genoemd. Door (de som van) alle eindcompetenties van alle vakken samen te bereiken, verwerft een student de opleidingscompetenties. Alle opleidingscompetenties moeten m.a.w. voldoende aan bod komen in de eindcompetenties over de verschillende vakken heen. 

Leer hier meer over opleidingscompetenties formuleren.

3. Creëer een samenhangend programma met aandacht voor het activeren van studenten

Om zicht te hebben op de samenhang van het programma, is de competentiematrix een belangrijke tool. In die matrix kan je zien welke opleidingsonderdelen bijdragen tot welke opleidingscompetenties (OLR) en op welke manier (o.a. met welke werk- en evaluatievormen).

Die matrix vereist:

  • degelijke opleidingscompetenties (OLR) 
  • correct ingevulde werk- en evaluatievormen voor alle opleidingsonderdelen (in lijn met de glossaria werk- en evaluatievormen achteraan in het OER)
  • heldere eindcompetenties bij elk opleidingsonderdeel (tips hiervoor in de leidraad voor studiefiches).

Daarnaast bewaakt de OC-voorzitter of de competenties nog steeds actueel zijn, of er opleidingscompetenties zijn waar er veel dan wel weinig aandacht naar uitgaat, of elke opleidingscompetentie doorheen de opleiding in meerdere opleidingsonderdelen wordt nagestreefd en minimum twee keer getoetst, enz.

De opleidingsvoorzitter en/of CKO-medewerker zorgt ervoor dat wijzigingen in de studiefiches en de competentiematrix in zijn totaliteit jaarlijks op de opleidingscommissie besproken worden.

Heel belangrijk in het programma is dat de verschillende opleidingsonderdelen een coherent geheel vormen binnen de opleiding en dat er zowel horizontaal (binnen een modeltrajectjaar) als verticaal (tussen de jaren) wordt afgestemd tussen lesgevers. De meeste opleidingen maken daarvoor gebruik van leerlijnen.. 

Klik hier voor meer informatie over nieuwe leerlijn uitdenken of bestaande leerlijnen optimaliseren. 

Vaak wordt er naarmate de opleiding vordert meer gewerkt op vaardigheden, attitudes en toepassingen en vermindert verhoudingsgewijs het aandeel pure kennisoverdracht. Dat draagt ertoe bij dat studenten competenties op een hoger en meer geïntegreerd niveau bereiken. In de opleidingscommissie wordt bewaakt dat er (ook in de bacheloropleidingen) voldoende aandacht gaat naar activerende en motiverende werkvormen zoals practica, werkcolleges, groepswerk, begeleid zelfstandig werk enz. 

De opleiding bewaakt de afstemming tussen opleidingsonderdelen op vlak van haalbare roostering met realistische studiebelasting bij de keuze van online en on campus-onderwijsactiviteiten en rond het gebruik van onderwijstechnologie op opleidingsniveau.

4. Schenk aandacht aan doordacht evalueren vanuit een gedeelde toetsvisie

Elke opleiding moet naast een opleidingsvisie ook over een gedragen en actuele toetsvisie beschikken, die in overeenstemming is met het UGent-toetsconcept, het UGent-toetsmodel, de 17 UGent-toetsprincipes, en de facultaire toetsvisie. De opleiding kan daarbij eigen accenten leggen. 

Bovendien bewaakt de opleidingscommissie dat de evaluatievormen doorheen het curriculum gevarieerd en afgestemd zijn op het leerproces en de gebruikte werkvormen. De opleiding bewaakt dat er voldoende tussentijdse feedback voorzien wordt en/of integreert andere activerende evaluatievormen. Doorheen de opleiding worden de verschillende opleidingscompetenties (OLR’s) in meerdere opleidingsonderdelen getoetst. De competentiematrix is daarvoor een handig instrument. De matrix biedt immers een overzicht van de opleidingsonderdelen waarbinnen de opleidingscompetenties aangeleerd en getoetst worden en concretiseert dat aan de hand van de eindcompetenties, werkvormen en evaluatievormen per opleidingsonderdeel in de opleiding. 

De opleiding borgt ten slotte ook de kwaliteit van de toetsing tot op het niveau van de individuele opleidingsonderdelen. De opleidingscommissie (of de toetscommissie in opdracht van de opleidingscommissie) ziet er dus op toe dat de lesgevers duidelijke criteria hanteren om de diverse werkvormen te evalueren en van feedback te voorzien. Verder gaat de opleiding na dat lesgevers het vierogenprincipe toepassen om examens en opdrachten op te stellen. Informeer je hier om een toetsvisie op te stellen en de kwaliteit van de toetsing te borgen. 

5. Streef naar permanente kwaliteitszorg en een efficiënt verbeterbeleid

De UGent streeft naar een kwaliteitscultuur op vlak van onderwijs: in een systeem van permanente kwaliteitszorg houdt een opleiding voortdurend de vinger aan de pols van de onderwijskwaliteit. Daarbij hanteert de opleiding de PDCA-systematiek: de opleiding voert jaarlijks een zelfevaluatie uit om de eigen sterktes en aandachtspunten te identificeren. Om de zelfreflectie te onderbouwen, analyseert de opleiding de data die het UGent Geïntegreerd Beleidsinformatiesysteem (UGI) aanlevert. Op basis van de zelfevaluatie wordt een kwaliteitsverbeterplan opgesteld. De opleiding monitort de realisatie van dit plan en stuurt bij waar nodig. De opleiding zorgt dus voor een performant verbeterbeleid en communiceert daar transparant over.

Een opleiding brengt op systematische wijze een externe blik binnen in het beleid en de onderwijskwaliteitszorg. Zo vraagt ze regelmatig feedback aan alumni en vertegenwoordigers van het werkveld over de opleidingscompetenties, het programma, de toetsing en het eindniveau. Ze laat die drie componenten ook periodiek (om de vier jaar of bij een grote programmawijziging) aftoetsen bij internationale vakgenoten. 

Klik hier voor meer info over het opstellen van een verbeterbeleid.

Klik hier voor meer info over transparant communiceren over de opleiding.

Meer weten?

Bekijk de onderwijstip 'Opleidingsonderdeel vormgeven: de 'basics'

Laatst aangepast 23 september 2020 10:14