Maatschappelijke impact: hoe maak je er werk van in je opleiding?

Waarom is maatschappelijke impact relevant voor je opleiding? 

Je opleiding bereidt afgestudeerden voor op een rol in de maatschappij, dat is evident. Het is belangrijk dat je als opleiding stilstaat bij de invulling van die rol. Ligt de focus eenzijdig op ‘voorbereiden op de arbeidsmarkt’ of op de ‘ruimere maatschappelijke rol’ van de afgestudeerde student? Wil je als opleiding kwaliteitsvol onderwijs bieden, dan zorg je niet alleen voor een didactische goede opbouw, maar dan heb je ook aandacht voor maatschappelijke actuele tendensen. Deze operationele doelstellingen in de UGent-opleidingsmonitors benadrukken dat maatschappelijke belang:

  • De opleiding geeft studenten maximaal kansen om zich te ontplooien binnen de thema’s ‘duurzaamheid, ondernemen en maatschappelijk engagement’ van de UGent. (DS-0031)
  • De opleiding communiceert met externe stakeholders (bv. werkveld, alumni, beleid, nationale en internationale experten, …) over de visie, missie, eigenheid en het profiel van haar opleiding. Ze zorgt ervoor dat die stakeholders de opleiding mee op de hoogte houden van de ontwikkelingen in het vakgebied en het werkveld en de maatschappelijke relevantie van haar opleidingen. (DS-0036)

Werken aan maatschappelijke impact heeft verschillende voordelen voor je opleiding:

  • Onderwijs dat expliciet verwijst naar de maatschappelijke meerwaarde van de lesinhouden motiveert de studenten. Een echte eyeopener wordt het wanneer studenten ervaren dat ze met hun – nog beperkte – expertise een substantiële bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van een reëel probleem. 
  • Een grotere maatschappelijke impact realiseren, o.a. via hun onderwijs, verhoogt de motivatie van docenten. Het onderzoek en onderwijs aan de UGent staan steeds in meer of mindere mate ten dienste van de maatschappij. 
  • Ook contacten leggen met externe stakeholders via onderwijspraktijken is een meerwaarde. Je leert meer stakeholders kennen, je krijgt een ander soort feedback en de betrokkenheid van je stakeholders vergroot. Daardoor kan je opleiding beter aansluiting vinden bij wat een grotere groep externe stakeholders verwacht. Bovendien werk je tegelijkertijd aan een positieve profilering van de opleiding.

Wat verstaat de UGent onder maatschappelijke impact?

In haar missie onderstreept de UGent het belang van haar maatschappelijke rol, onder meer door “aandacht voor de sociale en economische toepassing van haar onderzoeksresultaten”. Bovendien is ‘maatschappelijke identiteit’ een de zes Universiteitsbrede Beleidskeuzes (UBK’s) die deze beleidsploeg naar voren schoof. De UGent vertaalt ‘maatschappelijke impact’, analoog aan de definitie van maatschappelijke valorisatie van onderzoek, als “meerwaardecreatie voor de gemeenschap van niet-academische belanghebbenden (van ‘het brede publiek’ tot zeer specifieke groepen van stakeholders), via specifiek daarvoor aangewende onderwijs- en leeractiviteiten”.

Elke opleiding kan die maatschappelijke meerwaarde voor niet-academische belanghebbenden op een eigen manier invullen, bijvoorbeeld door:

  • de doelgroep of begunstigde te veranderen: maatschappelijke relevantie kan je dikwijls vergroten door de beoogde doelgroepen uit te breiden (bv. naar ouderen) of te verengen tot mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie (bv. kinderen met een migratie-achtergrond).
  • de doelgroep te betrekken: niet alleen voor, maar samen met de doelgroep werken aan een product, een dienst of kenniscreatie is de essentie van co-creatie en transdisciplinair werken.
  • de bestudeerde problematiek te veranderen of de maatschappelijke relevantie ervan benadrukken, bijvoorbeeld: milieurecht, duurzaam bosbeheer, …
  • het toepassingsgebied te verruimen of te herinterpreteren, bijvoorbeeld: van zuiver economische naar sociaal-economische toepassingen, van profit naar social profit, van theoretische toepassingen naar toepassingen die meer kwaliteit opleveren in het dagelijks leven, ...
  • de symbolische of socio-culturele betekenis van je vakgebied een plaats te geven, bijvoorbeeld: zingeving via filosofie, de troost die uitgaat van kunst, wijsheid vinden in de literatuur, …

Hoe vertaal je maatschappelijke impact in opleidings- en eindcompetenties?

Wat zegt het UGent-competentiemodel over maatschappelijke impact?

De UGent neemt maatschappelijke betrokkenheid van haar afgestudeerden serieus. Het UGent-competentiemodel vermeldt het belang van maatschappelijke impact uitgebreid, zowel expliciet als impliciet. 

Vooral competentiegebied 5 ‘maatschappelijke competentie’ biedt expliciete aanknopingspunten voor maatschappelijke impact op bachelorniveau en masterniveau.

Op bachelorniveau gaat het om deze UGent-competenties, met een selectie uit de illustraties:

  • Inzicht hebben in maatschappelijke debatten en tendensen
    • Diepgaande kennis: inzicht hebben in de culturele en maatschappelijke betekenis van het vakgebied, van de eigen rol daarbinnen en de eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid kennen; kritisch en diepgaand reflecteren op eigen academische ervaring.
    • Maatschappelijke gerichtheid: begrip hebben voor en betrokkenheid tonen voor normatieve en maatschappelijke vragen; reële maatschappelijke noden detecteren; van maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel getuigen; zich inzetten om maatschappelijke problemen aan de kaak te stellen.
  • Ethische en normatieve aspecten van de gevolgen en aannamen van wetenschappelijk denken en handelen (zowel in onderzoek als ontwerpen) analyseren en bespreken met vakgenoten en niet-vakgenoten
    • Oog hebben voor maatschappelijke vragen en innovatiebehoeften.

Op masterniveau gaat het om deze UGent-competenties, met een selectie uit de illustraties:

  • Getuigen van maatschappelijk engagement/actief burgerschap
    • Integratie van theorie en praktijk: maatschappelijke consequenties van nieuwe ontwikkelingen integreren in het wetenschappelijk werk; economische, sociale en culturele ontwikkelingen binnen de relevante vakgebieden opnemen in eigen onderzoek of ontwerp; maatschappelijke verantwoordelijkheid en engagement integreren in het wetenschappelijk werk; sociale normen en verhoudingen kritisch onderzoeken en acties ondernemen om deze te veranderen; academische kennis toepassen in een maatschappelijke context.
    • Kritische maatschappelijk reflectie: kritisch nadenken over de eigen (toekomstige) rol in de maatschappij; anderen aanzetten tot kritische reflectie over hun maatschappelijke rol; veel stemmen in het maatschappelijk debat integreren.
    • Maatschappelijk engagement: getuigen van een omvattend en geïnternaliseerd persoonlijk wereldbeeld dat blijk geeft van betrokkenheid op en/of solidariteit met anderen; een kritische en actieve rol in de maatschappij opnemen; getuigen van maatschappelijk engagement binnen of buiten de UGent gekoppeld aan het verwerven van academische inhouden; samenwerken met maatschappelijke actoren gericht op kennisuitwisseling; gemeenschapsgericht denken en handelen; actief tegemoetkomen aan reële maatschappelijke noden binnen de samenleving; getuigen van actief en kritisch wereldburgerschap.
  • Ethische en normatieve aspecten integreren in het wetenschappelijk werk
    • Besluitvorming: maatschappelijke vragen en innovatiebehoeften betrekken in het eigen onderzoek of ontwerp.

Ook in andere competentiegebieden verwijst het UGent-competentiemodel naar de maatschappelijke aspecten van onderwijs. Ze staan gemarkeerd in dit geïllustreerde UGent-competentiemodel

Wat zijn voorbeelden van opleidings- en eindcompetenties maatschappelijke impact?

Elke opleiding moet die UGent-competenties naar concretere competenties vertalen, opleidingscompetenties (op opleidingsniveau) dan wel eindcompetenties (op opleidingsonderdeelniveau).

Op niveau van de opleiding

  • maatschappelijke verantwoordelijkheidszin, engagement, cultuurgevoeligheid en respect voor diversiteit integreren in het moraalwetenschappelijk en ethisch werk. (Master of Arts in de moraalwetenschappen)
  • actuele maatschappelijke discussies over de toepassingen en de ethische aspecten van het vakgebied onderkennen en bediscussiëren met vakgenoten en niet-vakgenoten. (Bachelor of Science in de biochemie en de biotechnologie)
  • een oordeel vormen over maatschappelijke probleemstellingen, met aandacht voor een duurzame samenleving. (Bachelor of Science in de bestuurskunde en het publiek management)
  • zich bewust zijn van de maatschappelijke en economische rol van de bio-ingenieur in de maatschappij. (Bachelor of Science in de bio-ingenieurswetenschappen). Overigens vermeldt de homepagina van de opleiding Bio-ingenieur expliciet het belang van maatschappelijke impact: “Ingenieur zijn betekent dat je met je kennis oplossingen bedenkt voor maatschappelijke problemen. Hoe pakken we de klimaatverandering aan? Hoe zorgen we ervoor dat er genoeg voedsel is voor de groeiende wereldbevolking? Hoe werken we milieuvervuiling weg?”

Op niveau van opleidingsonderdelen

Deze opleidingsonderdelen hebben maatschappelijke impact als subthema en formuleren deze eindcompetenties maatschappelijke impact:

  • inzicht hebben in de relatie tussen recht en samenleving. (eindcompetentie in BA criminologie, opleidingsonderdeel Grondslagen van het (straf)recht (B001625))
  • een geïntegreerde visie bezitten op de relatie patiënt-geneesmiddel-zorgverstrekker en op de relatie zorgverstrekker-farmaceutische industrie. (eindcompetentie in MA farmacie, opleidingsonderdeel Geïntegreerde medicatiebegeleiding en medicatiebewaking (J000433))
  • ervaring hebben met het behandelen van een complex stedelijk duurzaamheidsvraagstuk. (eindcompetentie in Master of Science in de ingenieurswetenschappen, politieke wetenschappen, en stedenbouw en ruimtelijke planning, opleidingsonderdeel Duurzame steden (E084580))

Een specifieke en krachtige werkvorm om maatschappelijke impact te creëren is Community Service Learning. Deze opleidingsonderdelen passen CSL toe als werkvorm. Als je doorklikt op de links, vind je voor elk van die opleidingsonderdelen nog meer eindcompetenties maatschappelijke impact:

Hoe werk je aan maatschappelijke impact in onderwijs- en leeractiviteiten?

Via laagdrempelige werkvormen

Maatschappelijke impact creëren via het opleidingsprogramma kan op veel verschillende manieren. Laagdrempelige werkvormen die je makkelijk in één opleidingsonderdeel kan inplannen zijn bijvoorbeeld: 

  • een gastspreker of ervaringsdeskundige uitnodigen, 
  • een bezoek brengen aan een organisatie die werkt met maatschappelijk kwetsbare jongeren, 
  • een case study uitwerken uit de social profit, 
  • een reflectie-oefening geven over actuele juridische problemen waarover verschillende visies bestaan.

Via een leerlijn maatschappelijke impact

Vergis je niet: maatschappelijke betrokkenheid is niet per se een automatische reflex. Kan je het jonge studenten, dikwijls afkomstig uit een geprivilegieerd milieu, kwalijk nemen dat ze zich weinig kunnen voorstellen bij de impact van taalachterstand of armoede bij schoolkinderen? Studenten zonder adequate voorbereiding met doelgroepen laten werken waar ze tot dan toe geen ervaring of voeling mee hebben, kan tot frustratie en weerstand leiden. Soms resulteert een al te bruuske confrontatie zelfs in meer weerstand dan er oorspronkelijk aanwezig was. 

Daarom is het aan te raden om met de opleidingscommissie na te denken hoe studenten stapsgewijs en geleidelijk aan de competenties maatschappelijke impact kunnen opbouwen. Dat kan prima via een leerlijn maatschappelijke impact. Hier lees je hoe je een coherente leerlijn opbouwt die gedragen wordt door en haalbaar is voor alle lesgevers. Een leerlijn vraagt immers meer tijd, (financiële) ruimte en personeelsinzet.

Praktijkvoorbeelden waarbij maatschappelijke impact is geïntegreerd in onderwijs- en leeractiviteiten

Algemene voorbeelden

Uit de studiefiche van het opleidingsonderdeel Grondslagen van het (straf)recht (B001625)

“Traditioneel hoorcollege en response college gaan in elkaar over. Naast het traditioneel onderricht over de cursus wordt immers via ‘omgevingsrecht in actie’ op meer interactieve wijze gewerkt. Via de website worden bundeltjes met o.m. rechtspraak vergezeld van vragen verspreid, over juridische problemen waarover verschillende visies bestaan. Deze worden via Kahootquizzes behandeld in de colleges. Ook geeft de lesgever blijk van een wetenschappelijke ingesteldheid en kritische houding ten opzichte van het omgevingsrecht en zijn maatschappelijke factoren, en een positieve ingesteldheid ten opzichte van duurzame ontwikkeling.”

Community Service Learning (CSL)

CSL is een onderwijsvorm waarbij studenten in een opleidingsonderdeel een maatschappelijk engagement aangaan, in een reële maatschappelijke context (bv. een kwetsbare doelgroep, een NGO, een maatschappelijk middenveldorganisatie, een gezondheidszorgorganisatie, …). Studenten passen tijdens dit engagement de theorie toe en gaan kritisch reflecteren (georganiseerde reflectie d.m.v. portfolio, intervisie, …) om de link te maken tussen theorie en praktijk en om het maatschappelijk en persoonlijk leren (bv. burgerschapszin, leren omgaan met diversiteit, …) uit te lokken.

Community Service Learning omvat dus drie met elkaar verbonden componenten: 

  • de theorie, 
  • de praktijk
  • kritische reflectie. 

Typisch voor CSL is het aspect ‘wederkerigheid’: zowel de student als de gemeenschap vaart er wel bij. De student verwerft academische, persoonlijke en maatschappelijke leerdoelen en de belanghebbenden uit de reële maatschappelijke context (de kwetsbare doelgroep, de NGO, …) krijgen een antwoord op een reële vraag.

Wil je met CSL aan de slag in jouw opleidingsonderdeel? Deze goede voorbeelden en het stappenplan helpen je zeker op weg. 

Leerlijn in de opleiding tandheelkunde

De studentenpopulatie in de opleiding Tandheelkunde is weinig divers qua vooropleiding (bijna 100 procent van de studenten volgde ASO) en gezin van herkomst (kansrijke gezinnen waar beide ouders Belg zijn). Het is dus niet vanzelfsprekend dat deze studenten kennis van en voeling met kansarme doelgroepen hebben. Daarom werd gekozen voor een stapsgewijze opbouw in het curriculum via de vakken ‘Mondgezondheid en maatschappij’ (I, II en praktijk).

In het eerste bachelorjaar komen kinderen uit een school in de buurt op bezoek in het UZ. Dikwijls is het een eerste kennismaking voor beide partijen: het gaat om kinderen die niet gewoon zijn om naar de tandarts te gaan, en voor de studenten is het de eerste keer dat ze effectief in de mond van een patiënt kijken. 

In het tweede bachelorjaar krijgen zorgstructuren specifieke aandacht. De centrale vraag is: hoe kunnen we de leeromgeving van het kind gezonder maken? De studenten brengen op hun beurt een bezoek aan de school. Ze geven er les over mondgezondheid en zoeken naar factoren in de omgeving die de mondgezondheid beïnvloeden. Op basis daarvan formuleren ze aanbevelingen voor de school. 

In het eerste masterjaar, ten slotte, brengen ze hun kennis in de praktijk. Studenten kiezen zelf een welzijnsorganisatie (woonzorgcentrum, vluchtelingencentrum, armoedevereniging, …) met een doelgroep met een zekere kwetsbaarheid. Ze analyseren de situatie ter plekke en werken vervolgens een plan uit om de aanpak van de mondgezondheid in die organisatie structureel te verbeteren. Het vak sluit af met een presentatie voor de medestudenten, de lesgever én de betrokken organisaties.

Transdisciplinaire voorbeelden

Waar interdisciplinariteit duidt op samenwerking tussen verschillende academische disciplines, werken studenten en lesgevers in een transdisciplinaire setting daarbovenop ook samen met niet- academische actoren.

Transdisciplinair werken: de Stadsacademie en Living Lab Campus Sterre

De Stadsacademie is een platform dat focust op sociaal-ecologische problemen van de Stad Gent en de Universiteit Gent. Academici, studenten, beleidsmakers, middenveldorganisaties, … werken samen binnen inter- en transdisciplinaire onderzoeksprocessen aan probleemdefinities en mogelijke oplossingen, (living lab) experimenten en opschalingsinitiatieven, (beleids)rapporten en wetenschappelijke artikels. Opgaves worden verkend via studentenonderzoek – vak, stage, bachelorproef, en interdisciplinaire masterproefateliers. Hierbij worden er excursies, expertenpanels, stakeholder-raadplegingen etc. georganiseerd. Bij een masterproefatelier gaan studenten aan de slag in een interdisciplinaire setting, maar steeds binnen het kader van hun opleiding. Studenten kunnen fysiek samenwerken in de Green Hub en er worden discussies tussen studenten van verschillende disciplines gefaciliteerd. De resultaten worden gedeeld met de centrale administratie en een groter publiek via presentaties en lezingen. De scripties zelf komen op de website van de Stadsacademie en worden opgenomen in de communicatie van het Duurzaamheidskantoor.

Het Living Lab campus Sterre is een project van de Stadsacademie, waarbij de campus als experimenteerruimte dient voor studenten, universiteitsmedewerkers, academisch personeel en externe actoren die samen innovatieve maatregelen uitwerken om de campus duurzamer en klimaatvriendelijker te maken.

Vind een real life-uitdaging via Durf Ondernemen

Elk jaar lanceert Durf Ondernemen een oproep naar organisaties en bedrijven om uitdagingen in te dienen waar zij een oplossing voor zoeken. Met deze uitdagingen kunnen studenten aan de slag tijdens het volgende academiejaar. Deze oproep is ook, maar niet specifiek, gericht aan de non-profitsector. DO! gaat vervolgens op zoek naar opleidingsonderdelen of projecten die dergelijke uitdagingen willen aangaan via de Design Thinking-methode.

Hoe toets je maatschappelijke impact?

Bekijk, naast de algemene toetsprincipes van de UGent, ook deze extra tips om competenties maatschappelijke impact te evalueren:

Betrek de stakeholders 

Als studenten een opdracht uitvoeren voor of een praktijkervaring opdoen bij een externe stakeholder, neem je de ervaring van die stakeholder best mee in de evaluatie. Laat de student daarbij een eindproduct maken dat meteen ook toegankelijk is voor die externen: een samenvatting, aanbevelingen, een filmpje, een lezing, …

Bijvoorbeeld:

Uit studiefiche van het CSL-opleidingsonderdeel Diversiteit en inclusie (H001894):

“Toelichting niet-periodegebonden evaluatie (15 %) 

Het gaat over oefeningen in het praktijkveld die naargelang de opdracht en de betrokken partner in de praktijk verschillende vormen kunnen aan nemen. De investering in de oefeningen gebeurt in afstemming met de studenten en het praktijkveld. De evaluatie kan gebeuren op basis van een werkstuk of op basis van een presentatie. Participatie en betrokkenheid worden mee genomen o.a. door peerevaluatie. De partner uit het praktijkveld wordt hier eveneens in mee genomen.”

Voor de opleiding als geheel is het sowieso interessant om de contacten met deze stakeholders goed te onderhouden en hun te vragen naar gerichte feedback over de opleiding.

Zorg voor voldoende evaluatiemomenten en een goede spreiding binnen de opleiding

  • Elke opleidingscompetentie maatschappelijke impact moet minimaal tweemaal getoetst worden binnen de opleiding (cf. toetsprincipe 3). Een handig instrument om na te gaan of dat gebeurt, is de competentiematrix. Die brengt nauwgezet in kaart binnen welke opleidingsonderdelen, hoe en welke aspecten van bepaalde opleidingscompetenties voorkomen binnen de onderwijs- en leeractiviteiten én toetsing van de opleiding in zijn geheel. Immers: de opleidingscompetenties worden concreter vertaald in eindcompetenties van opleidingsonderdelen; de leerkansen om de opleidingscompetenties te verwerven worden aangeboden in de onderwijs- en leeractiviteiten van opleidingsonderdelen; en ook de toetsing van de opleidingscompetenties gebeurt via de evaluatie van de eindcompetenties van opleidingsonderdelen.
  • Stem de evaluaties van maatschappelijke competenties binnen de opleiding op elkaar af. Opleidingen met een leerlijn maatschappelijke impact bouwen die competenties gradueel in doorheen de opleiding en stemmen de evaluatie ervan automatisch onderling goed af. Heeft een opleiding geen leerlijn? Dan kunnen de evaluaties op elkaar worden afgestemd via een gezamenlijke set aan evaluatiecriteria of een rubric in verschillende projecten of opleidingsonderdelen.

Zorg voor een goede mix aan evaluatievormen

Zet een geschikte mix aan evaluatievormen in om het brede scala aan maatschappelijke competenties (gaande van kennis over maatschappelijke problemen, over vaardigheden als het kritisch analyseren van een complexe situatie tot attitudes als bereidheid tot engagement) goed af te dekken in de toetsing doorheen de opleiding.

Gebruik rubrics

  • Maatschappelijke competenties hebben dikwijls een belangrijke vaardigheden- en attitudecomponent. Daardoor zijn ze moeilijker te toetsen met klassieke evaluatievormen, maar makkelijker via observaties, papers, presentaties en portfolio’s. 
  • Werk met iets ruimere evaluatiecriteria, gebaseerd op je leerdoelen, aangevuld met niveaus of standaarden waarmee je aangeeft in hoeverre aan ieder criterium is voldaan. Rubrics geven de combinatie van evaluatiecriteria en niveaus of standaarden handig weer. Bijvoorbeeld: Uit studiefiche van het CSL-opleidingsonderdeel Zorg, coaching en begeleiding in het onderwijs (H002048): “Toelichting niet-periodegebonden evaluatie:
    • Vorm: Evaluatie van de oefeningen tijdens het veldwerk + Evaluatie van het afgewerkte portfolio
    • Frequentie: Minimaal 1 tussentijdse evaluatie van de oefeningen tijdens het veldwerk + Evaluatie van het afgewerkte portfolio
    • Feedback: Feedback op oefeningen wordt gegeven via individuele voortgangsgesprekken, intervisie- en supervisiegesprekken. Feedback op het portfolio gebeurt via individuele bespreking.”

Neem maatschappelijke gerichtheid mee als criterium in beoordelingsformulieren masterproef of stage

In de masterproef en stage tonen afgestudeerden in spe dat ze de verworven kennis en vaardigheden geïntegreerd kunnen toepassen. Daarom vormen die beide evaluatievormen een uitstekend aangrijpingspunt om te reflecteren op hun toekomstige rol in de maatschappij. 

Meer weten?

Lees de bron waarop deze onderwijstip is gebaseerd:

  • Ward E., Hazelkorn E. (2012) Engaging with the Community. In: Leadership and Governance in Higher Education, Volume 2.
 

Laatst aangepast 13 september 2021 11:18