Talentontwikkeling voor studenten in de opleiding

Van elke opleiding wordt een expliciete reflectie en een beleid verwacht m.b.t. de manier waarop zij bijdraagt aan de realisatie van de zes strategische onderwijsdoelstellingen van de UGent. Een van deze zes doelstellingen is 'Talentontwikkeling voor studenten’.

Het UGent beleid is erop gericht zoveel mogelijk kansen te bieden aan zoveel mogelijk mensen. Van opleidingen wordt verwacht dat ze een visie expliciteren op de op talentontwikkeling van studenten. Deze visie wordt opgenomen in de onderwijsmonitor. De opleidingscommissie is het orgaan dat doordachte keuzes dient te maken om de talentontwikkeling maximaal te ontplooien. Deze keuzes sluiten vanzelfsprekend aan bij de specifieke context en eigenheid van de opleiding. Het is tevens aangeraden om in de schoot van de OC te bepalen hoe het beleid en de initiatieven rond talentontwikkeling zullen worden geëvalueerd en op welke manier er een gericht verbeterbeleid wordt gevoerd.

Bij het uitwerken en uitvoeren van een beleid rond talentontwikkeling van studenten houden opleidingen rekening met een aantal aspecten: 

Begincompetenties

Allereerst heeft een opleiding zicht op de begincompetenties van de instromende student. De opleiding communiceert ook helder over de noodzakelijke of preferentiële voorkennis voor het starten aan een bepaalde opleiding. Dit betekent dat informatie over de begincompetenties duidelijk gecommuniceerd worden in brochures, website, SIDins, infodagen, etc. Daarnaast kunnen opleidingen 

  • potentiële studenten aanraden om de SIMON test in te vullen om na te gaan of zij het juiste profiel hebben en beschikken over de noodzakelijke of preferentiële begincompetenties. 
  • reeds testen of proeven inrichten zodat studenten hun basiskennis en –vaardigheden kunnen evalueren en gerichte acties nemen van bij de start van het academiejaar. Voorbeelden van dergelijke testen of proeven zijn: ijkingstoets, oriënteringsproef, test wetenschappen, etc. Het is belangrijk dat de opleiding deze initiatieven breed bekend maakt bij de potentiële studenten en hierdoor een goede deelname realiseert. 
  • het organiseren van gerichte voorbereidingslessen om de begincompetenties bij te spijkeren. Voorbeelden zijn  zomer- of vakantiecursussen chemie, wiskunde, fysica, talen etc. 

Voorbereidings- en schakelprogramma’s

Met het oog op de instroom van studenten uit andere academische of hogeschoolopleidingen kan een opleiding een aanbod van voorbereidingsprogramma’s en/ of schakelprogramma’s voorzien. Deze voorbereidings- en schakelprogramma’s worden afgetoetst met de relevante stakeholders en regelmatig geüpdatet. Studenten die dergelijke programma’s volgen worden best specifiek geïnformeerd, begeleid en opgevolgd. Binnen deze groep studenten, is er mogelijks een relatief grotere groep werkstudenten Opleidingen kunnen de trajecten voor werkstudenten faciliteren via o.a. afstandsleren, blended learning, aangepaste roostering van lessen of practica, etc.  Er is ook de mogelijkheid om een specifiek voortraject voor anderstalige nieuwkomers te voorzien. 

Begeleidingsaanbod voor studenten

De opleiding heeft een gepast en gemakkelijk toegankelijk begeleidingsaanbod voor studenten. Sommige van deze begeleidingsacties gebeuren op facultair niveau en zijn opleidingsoverstijgend.

  • Voorbeelden van studiebegeleiding zijn: vakinhoudelijke studiebegeleiding, trajectbegeleiding etc. Bepaalde vormen van begeleiding gebeuren op facultair niveau. Andere vormen van begeleidingsacties gebeuren specifiek per opleiding zoals de vakspecifieke begeleiding door lesgevers en assistenten, de proefexamens, de individuele begeleiding of groepsbegeleiding van studenten, feedback na evaluaties, etc. 
  • Begeleidingsacties worden afgestemd op het instroomprofiel van de studenten in de opleiding. De opleiding kan zorgen voor een analyse van het instroomprofiel van 1BA studenten bij het begin van het academiejaar en kan  adequate begeleiding voorzien afhankelijk van dit profiel. Aangezien het instroomprofiel van jaar tot jaar kan verschillen, kan ook de begeleiding hierdoor verschillend zijn. De opleiding heeft idealiter ook een goed zicht op de diverse instroom van studenten uit kansengroepen (gender, migratieachtergrond, functiebeperking), stimuleert deze studenten om zich in te schrijven en stemt ook begeleidingsacties op deze groep studenten af. Studenten met een migratie-achtergrond blijken vaak moeilijker de stap naar begeleiding te zetten. Het is  belangrijk dat zij tijdig gestimuleerd worden om – indien nodig – begeleiding te zoeken. 
  • Er kan specifieke begeleiding worden voorzien op scharniermomenten in het studietraject van de student. Belangrijke scharniermomenten zijn: bekendmaking punten na het 1e semester van 1BA, na het 2e semester van 1BA en na de 2e zittijd voor alle jaren. Studenten kunnen worden begeleid om op deze scharniermomenten de juiste keuzes te maken: continueren versus heroriënteren, GIT-trajecten, deeltijdse programma’s, etc.

Monitoring en acties ter verbetering van het studie- en doorstroomrendement

De opleiding monitort het studierendement na elke zittijd en relateert het studierendement aan de beschikbare predictoren in de voortgangsmonitor. Uit onderzoek blijkt dat bepaalde aspecten invloed hebben op het studierendement (omgeving, opleiding ouders, geslacht, lage SES…). Met deze factoren wordt rekening gehouden wanneer het studierendement geanalyseerd wordt. Deze analyse van het studierendement kan eventueel aanleiding geven tot gerichte acties. 

  • Om het studierendement in 1BA te optimaliseren wordt maximaal aandacht besteed aan 1BA. De hervorming van de flexibiliseringsmaatregelen in 2015 stelden dat opleidingsonderdelen in 1BA zorgvuldig moeten geprogrammeerd worden en gedoceerd worden door ervaren en excellente lesgevers. Aan opleidingen en faculteiten wordt dus gevraagd om hun meest ervaren en enthousiaste lesgevers in 1BA in te zetten. 
  • Het opnieuw invoeren van jaarvakken in 1BA wordt mogelijk gemaakt, waarbij deelexamens verplicht zijn en meetellen voor een deel van het examencijfer. Studenten die niet geslaagd zijn voor deze deelexamens krijgen opnieuw de kans om de volledige leerstof in juni af te leggen. Op die manier wordt tegemoet gekomen aan studenten die de eerste maanden meer tijd nodig hebben om zich aan de universiteit aan te passen, en door slechte examencijfers na het eerste semester vaak ontmoedigd zijn en soms meteen naar de tweede zittijd worden verwezen.

De opleiding realiseert een goed doorstroomrendement na 1BA. Eveneens monitort de opleiding de duur tot het diploma voor BA en MA diploma en voert hiervoor een gericht verbeterbeleid

Academische taalvaardigheid

De opleiding heeft aandacht voor de ontwikkeling en versterking van academische taalvaardigheid bij studenten.  Dit gebeurt aan de hand van een doordacht taalbeleid dat zich richt op  hogere-orde-vaardigheden zoals structureren, onderbouwen, kritisch reflecteren, analyseren en synthetiseren. 

Honours programs

Universiteitsbreed is er een aanbod van verschillende honours programs. Momenteel zijn de volgende honours programs toegankelijk voor studenten uit diverse faculteiten: de Quetelet Colleges (alle faculteiten), het Honours Program Breaking Frontiers (gamma faculteiten),  Humane Wetenschappen en Maatschappij (alfa faculteiten).  Opleidingen kunnen in de onderwijsmonitor aangeven op welke manier zij haar studenten stimuleren om deel te nemen aan honours programs.

Toegankelijke voorzieningen 

De Directie Gebouwen en Facilitair Beheer, de Directie Studentenvoorzieningen, en de Directie Informatie- en Communicatietechnologie vervullen een belangrijke rol in het voorzien van toegankelijke voorzieningen voor alle studenten. Ook opleidingen hebben hier aandacht voor. Mogelijkheden zijn het beschikbaar stellen van (computer)lokalen, print- en kopie faciliteiten, WIFI, cursusdienst, infrastructuur voor activerende werkvormen, studielokalen, toegankelijkheid van campussen en leslokalen voor studenten met een functiebeperking etc.  

Laatst aangepast 17 juni 2020 15:32