Basics van een opleidingsonderdeel vormgeven

Waar houd je als UGent-lesgever best rekening als je je opleidingsonderdeel ontwerpt en verzorgt? Welke elementen zorgen voor een opleidingsonderdeel dat goed in elkaar zit en dat leidt tot een krachtige leeromgeving voor studenten? Deze onderwijstip presenteert je de basics van elk kwaliteitsvol onderwijs. (Ben je op zoek naar een stappenplan om voor academiejaar 20-21 je opleidingsonderdeel te (her)ontwerpen naar meer online onderwijs met behulp van deze basiscomponenten? Dat vind je in deze onderwijstips.)

The basics in één oogopslag

Deze figuur biedt je in één oogopslag zicht op de basiscomponenten en -kenmerken om rekening mee te houden wanneer je een opleidingsonderdeel vormgeeft: 

  • componenten van een opleidingsonderdeel, nl. competenties, onderwijs- en leeractiviteiten en evaluaties (cf. blauwe bollen). Als die goed op elkaar zijn afgestemd, vormen ze het basisprincipe om kwaliteitsvol onderwijs te ontwerpen en te verzorgen, met name constructive alignment.
  • basiskenmerken (kortweg de basics) bij de doelen, de onderwijs- en leeractiviteiten en de evaluatieactiviteiten (cf. gele bolletjes).
  • de plaats van een opleidingsonderdeel in het geheel van de opleiding, de faculteit, de UGent en de ruimere maatschappij (cf. cirkels rond het opleidingsonderdeel).

Constructive alignment als basisprincipe 

Constructive alignment is het afstemmen van –“constructively alignen” – van 

  1. de vooropgestelde eindcompetenties,
  2. de onderwijs- en leeractiviteiten, 
  3. de evaluaties. 

Het is één van de meest essentiële principes om kwalitatief onderwijs te ontwerpen:

  • Onderwijs- en leeractiviteiten worden ingezet omdat ze geschikt zijn in functie van de eindcompetenties. 
    • Onderwijsactiviteiten zijn de activiteiten die je als lesgever onderneemt om je les(senreeks) te organiseren, bijvoorbeeld een (online) hoorcollege. 
    • Leeractiviteiten zijn de activiteiten die de studenten, al dan niet onder begeleiding, individueel of samen ondernemen, bijvoorbeeld groepswerk. 

Deze activiteiten kunnen online of on campus, begeleid of zelfstandig, synchroon of asynchroon (afhankelijk van of studenten al dan niet gelijktijdig deelnemen)… vorm krijgen. 

  • Evaluaties toetsen precies die competenties die je nastreeft met de onderwijs- en leeractiviteiten. Studenten richten zich in hun leren namelijk op wat verwacht wordt in de evaluatie.
  • Lees hier meer over constructive alignment.

Doelen

Basic 1 Formuleer uitdagende & heldere eindcompetenties

Wat zijn eindcompetenties?

Als je je opleidingsonderdeel ontwerpt, stel jezelf dan steeds deze vragen: 

  • Wat moeten mijn studenten kennen en kunnen op het einde van het opleidingsonderdeel?
  • Hoe past mijn opleidingsonderdeel in het ruimere geheel van de opleiding?

Formuleer als antwoord op die vragen heldere doelen, zogenaamde eindcompetenties, die je bij de studenten beoogt met je opleidingsonderdeel. 

  • Kijk in de studiefiche van je opleidingsonderdeel. Daarin staan de eindcompetenties geformuleerd. Dekken ze inhoudelijk de lading voldoende? Zijn ze helder geformuleerd?
  • Gaat het om een nieuw opleidingsonderdeel? Formuleer dan zelf eindcompetenties, in overleg met de opleidingscommissie. 
  • Let wel! Je studiefiche aanpassen voor het volgende academiejaar kan enkel elk voorjaar (april-mei); je kan de studiefiche dus niet elk willekeurig moment aanpassen. Bij programmahervormingen kan de plaats en invulling van een opleidingsonderdeel in de opleiding wijzigen en dan dringt zich een grondige aanpassing van de studiefiche op.  Communiceer de eindcompetenties duidelijk aan studenten, bijvoorbeeld aan het begin, tussendoor of aan het einde van de les. Maak je doelen zoveel mogelijk concreet door voorbeelden of oefeningen te geven. Wees je ervan bewust dat je hier een modelfunctie hebt. Als een van de eindcompetenties bijvoorbeeld is dat de studenten bepaalde inhouden kritisch kunnen analyseren, dan toon je best voor wat ‘kritisch analyseren’ voor jouw vakgebied betekent. 

Hoe verhouden eindcompetenties zich tot opleidingscompetenties?

Eindcompetenties geven de finaliteit van een opleidingsonderdeel weer en zijn verfijningen van de opleidingscompetenties of ruimere doelen op opleidingsniveau. In die opleidingscompetenties geven opleidingen weer wat ze beogen als studenten hun bacheloropleiding of masteropleiding behalen. Voor de formulering vertrekken opleidingen meestal van het UGent-competentiemodel dat op zijn beurt de Vlaamse doelen (zie Codex Hoger onderwijs) en internationale doelen van academisch onderwijs (zie European Qualification Framework for Lifelong Learning) bevat. 

Tip? Wil je weten welke opleidingscompetenties jouw opleiding nastreeft? Zoek je opleiding in de studiegids, en klik in de linkerkolom op ‘opleidingscompetenties’. 

De UGent kiest in haar UGent-competentiebenadering, het UGent-toetsbeleid en de 17 UGent-toetsprincipes voor uitdagende doelen, zowel op opleidingsniveau als op opleidingsonderdeelniveau. UGent wil studenten immers breed en hoogstaand opleiden. Ze beperkt zich daarom niet tot gemakkelijk haalbare en meetbare doelen om na te streven en te toetsen. 

Onderwijs- en leeractiviteiten

Basic 2 - Kies voor een doordachte mix van (online en/of on campus) onderwijs- en leeractiviteiten

Competenties nastreven hangt sterk samen met de  onderwijs- en leeractiviteiten die je opzet. Vertrek dus steeds vanuit de vraag “Wat wil ik dat de studenten bereiken?” voor je een mix aan (online) onderwijs- en leeractiviteiten kiest (cf. constructive aligment) en denk goed na over:

  • de didactische werkvorm (bijvoorbeeld: hoorcollege of groepswerk?), 
  • de modaliteit (online en/of on campus?), 
  • het tijdstip, 
  • de volgorde (bijvoorbeeld wat komt voor en na bepaalde face-to-face-activiteiten en hoe hangen de verschillende activiteiten samen?)
  • de wijze van aanbieden: synchroon en/of asynchroon. 
    • Synchroon leren duidt op de leeractiviteiten waaraan studenten op een afgebakend tijdstip deelnemen. Tijdens die activiteiten kunnen studenten dus gelijktijdig in interactie gaan, met de lesgever en met elkaar. 
    • Bij asynchroon leren doorlopen studenten leeractiviteiten op een zelfgekozen tijdstip en op eigen tempo. Ze interageren dan niet gelijktijdig met elkaar of de lesgever.

Ga aan de slag met het overzicht van verschillende werkvormen

Specifiek om kwalitatief blended onderwijs (= een mix van zowel online als on campus onderwijs) te ontwerpen, stelt de UGent in haar visietekst 8 principes voorop. 

Basic 3 - Activeer en motiveer

Activerend onderwijs is een basiskenmerk van kwaliteitsvol onderwijs. Om de competenties te verwezenlijken, participeren studenten actief doorheen de lessenreeks (al dan niet online) en gaan in interactie met de aangeboden leerinhouden, studiematerialen, medestudenten en lesgevers. Dit vergt een mix aan traditionele en innovatieve onderwijsactiviteiten (bijv. voting, de one minute paper) met bijhorende aangepaste evaluatiemethodes (bijv. presentatie, paper, tussentijdse test). Activerend onderwijs biedt krachtige leerkansen die de competentieontwikkeling en studierendement bevorderen en stelt studenten in staat om de leerinhouden op een autonomere manier te verwerven. Dit draagt zo bij aan het engagement, de betrokkenheid en de motivatie van studenten. 

Activeren en motiveren van studenten gaan hand in hand. Vanuit de blik van motiverend onderwijs ga je na of jij als lesgever tegemoet komt aan de 3 psychologische basisbehoeftes van studenten (Autonomie, Verbondenheid en Competentie). 

 

Basic 4 – Bied kwaliteitsvolle leerinhouden aan

Bied studenten uiteraard steeds kwaliteitsvolle leerinhouden aan. Kwaliteitsvolle leerinhouden: 

  • zijn actueel en integreren recente evoluties in het wetenschapsdomein.
  • zijn maatschappelijk relevant en hebben kritische aandacht voor tendensen in en uitdagingen van de samenleving.
  • hebben een wetenschappelijke onderzoeksbasis. Academisch onderwijs is altijd gebaseerd op evidence. Integreer dus relevante wetenschappelijke literatuur in je leerinhouden. 
  • zijn internationaal en integreren bijgevolg internationale elementen en inzichten. 

Basic 5 - Zorg voor helder en toegankelijk leermateriaal

Leerstof die je wil evalueren moet je vastleggen in helder en toegankelijk (digitaal) leermateriaal om het leerproces van de student optimaal te ondersteunen. Dat leermateriaal leg je vast voor je lessen beginnen. Zet alle informatie en ondersteunende initiatieven over het leermateriaal op de digitale leeromgeving Ufora. 

Helder en toegankelijk leermateriaal:

  • heeft een duidelijke structuur, zowel in de (online) les als in de syllabus. Een heldere opbouw dient als houvast voor studenten om de leerdoelen optimaal te verwerven. Daarnaast geef jij als lesgever het goede voorbeeld wanneer studenten zelf moeten schrijven of presenteren binnen een academische context;
  • ondersteunt studenten waar mogelijk. Begin bijvoorbeeld elke (online) les met een overzicht  waarin je expliciteert waar je op dat moment in de leerstof zit.  Of visualiseer concepten door schema’s, tabellen, enz. te integreren in je leermateriaal;
  • heeft aandacht voor nieuwe woordenschat en de consolidatie daarvan. Schrijf tijdens je (online) les nieuwe termen neer, of neem enkel termen op in je powerpointpresentatie, in plaats van volzinnen. Zo wijs je studenten op het belang ervan. Laat studenten ook de nieuwe terminologie toepassen in activerende werkvormen;
  • is ondubbelzinnig geformuleerd. Begrijpelijk taalgebruik in lessen en syllabi is essentieel om studenten tot leren aan te zetten;
  • bevat geen fouten tegen spelling, grammatica en interpunctie;
  • spreekt een diverse studentengroep aan, door bijvoorbeeld betekenisvolle en authentieke taken die aansluiten bij de voorkennis en achtergrond van studenten, door het gebruik van voorbeelden, audiovisueel materiaal, casussen, toepassingen of onderzoek waarin studenten met een verschillend profiel zich kunnen herkennen;
  • is (digitaal) toegankelijk voor elke student, door bijvoorbeeld filmpjes en lesopnames te voorzien van ondertiteling, handboeken digitaal ter beschikking te stellen; 
  • wordt tijdig ter beschikking gesteld van de studenten. Zo kunnen studenten zich optimaal voorbereiden op nieuwe leerinhouden en termen.

Basic 6 - Creëer een veilige leeromgeving en heb aandacht voor het groepsgevoel 

Studenten die zich welkom, betrokken en gerespecteerd voelen, zullen ook betere leerprestaties leveren. Een veilige leeromgeving creëren is dus belangrijk:

  • Besteed bij de start van je onderwijs aandacht aan een verwelkoming en korte voorstelling van jezelf als lesgever of het lesgeversteam.
  • Stel je uitnodigend op en moedig studenten aan om actief te participeren aan het onderwijs. 
  • Geef aan dat fouten maken mag en dat fouten leerkansen bieden.
  • Heb aandacht voor de diverse profielen en achtergronden van studenten.
  • Stimuleer studenten om hun eigen ideeën, opinies, overtuigingen te delen zolang dat in een sfeer van wederzijds respect gebeurt. Maak bijvoorbeeld duidelijke afspraken voor (online) discussies, groepsgesprekken, peerfeedback, enz. 

Ook verbondenheid tussen studenten vergroot hun betrokkenheid en stimuleert het leerproces.

  • Laat studenten tijdens de eerste onderwijsactiviteiten kort even kennismaken met elkaar.
  • Stimuleer de interactie tussen studenten door de keuze van gerichte werkvormen.
  • Bouw samenwerking gericht en gradueel in in je onderwijs.

Evaluatie

Basic 7: Zet (tussentijdse) evaluaties in als bewijs én motor voor leren 

Bij evalueren denk je misschien in eerste instantie aan manieren om na te gaan in welke mate studenten je leerstof en de vooropgestelde competenties beheersen en aan het toekennen van cijfers (“assessment of learning”). Evalueren kan echter ook nog een andere functie hebben: het leren van studenten zichtbaar maken waardoor het ook als motor voor leren ingezet kan worden (“assessment for learning"). Studenten en lesgevers krijgen zicht op waar studenten staan in hun leerproces en kunnen het leren gericht bijsturen. 

Met voldoende tussentijdse evaluaties op sleutelmomenten doorheen je opleidingsonderdeel grijp je krachtig in in het leren van studenten. Sleutelmomenten zijn die momenten die waarop het cruciaal is voor het verdere verloop van de onderwijs- en leeractiviteiten dat jij en de studenten informatie krijgen over hoe ver ze staan in hun leerproces en wat ze (niet) goed onder de knie hebben. 

Basic 8: Zorg voor valide, betrouwbare en transparantie evaluaties

Goede evaluaties zijn:

  • valide. Ze meten wat je wil meten en wat je hebt nagestreefd met de studenten.
  • betrouwbaar. Ze leveren faire resultaten op die niet te wijten zijn aan toeval of meetfouten. Ze geven dus een accuraat beeld van wat de studenten beheersen.
  • transparant. De wijze van evalueren is vooraf duidelijk voor de studenten (bijvoorbeeld door rubrics of voorbeeldexamenvragen).

Validiteit, betrouwbaarheid en transparantie zijn in het UGent-toetsbeleid dé basiskenmerken van degelijke evaluaties. 

Lees hier hoe je voor valide, betrouwbare en transparante evaluaties kan zorgen. Wil je nog meer weten over wat do’s en don’ts zijn in de evaluatiepraktijk aan UGent? 

Basic 9 – Voorzie constructieve feedback

Feedback geven is cruciaal voor het leerproces van studenten. Studenten krijgen zicht op hun vooruitgang en leren kritisch reflecteren over hun prestaties. Geef niet enkel feedback op het einde van een opdracht of na de examens maar zorg ook dat de studenten tussentijds relevante informatie krijgen waardoor ze hun leerproces kunnen bijsturen. Zet in op zowel positieve elementen als suggesties ter verbetering en zorg ervoor dat de feedback steeds gelinkt is aan de doelstellingen die je nastreeft. 

Naast feedback van de lesgever zijn ook peerfeedback en selffeedback zeer waardevol. De studenten staan daardoor actief stil bij hun eigen leren en dat van medestudenten. Met de informatie uit tussentijdse toetsen en feedback kunnen studenten hun leerproces bijsturen. Kom hier (bijna) alles te weten over feedback geven. 

Je opleidingsonderdeel is deel van een groter geheel

Je opleidingsonderdeel staat niet volledig op zichzelf en maakt deel uit van het grotere opleidingsgeheel. De eindcompetenties in je opleidingsonderdeel kaderen in de ruimere opleidingscompetenties en nemen een bepaalde plaats in de opleiding in: voor en/of na andere opleidingsonderdelen in een bepaald (modeltraject)jaar in de opleiding De opleidingscommissie bewaakt of de plaats van het opleidingsonderdeel goed aansluit bij eerdere opleidingsonderdelen en of het opleidingsonderdeel een goede voorbereiding is op volgende opleidingsonderdelen. Met andere woorden, de opleidingscommissie volgt zowel de horizontale samenhang (of de samenhang tussen opleidingsonderdelen binnen een academiejaar) als de verticale samenhang (of de opbouw van een curriculum) op. Dit geeft jou als lesgever de kans om aansluiting te vinden bij andere opleidingsonderdelen en ernaar te verwijzen tijdens jouw les. 

Wil je meer weten over de werking van de opleiding? Ga naar de Onderwijstips “Opleiding vormgeven”. Deze informatie is gericht aan opleidingsverantwoordelijken, lesgevers en onderwijsondersteuners die samen de opleiding vormgeven.

Heb aandacht voor centrale UGent-beleidskeuzes voor onderwijs

De UGent maakte bepaalde beleidskeuzes die onderwijsveranderingen op grote schaal kunnen inzetten, bijvoorbeeld:

  • de zes strategische doelstellingen, 
  • het UGent-credo ‘Durf denken’
  • de algemene UGent-filosofie ‘multiperspectivisme’.

Die beleidskeuzes op instellingsniveau bepalen het DNA van de UGent en sijpelen dus door naar het niveau van de faculteit, de opleiding (namelijk de opleidingsvisie), en de opleidingsonderdelen. 

Vanuit die beleidskeuzes werkt de opleiding aan de integratie van specifieke onderwijsbeleidsthema's. Afhankelijk van de eigen noden en prioriteiten kan de opleiding eigen accenten leggen.  De UGent-onderwijsbeleidsthema’s zijn: 

Ook als individuele lesgever kan je rond deze thema’s bepaalde accenten leggen in je onderwijs. 

Meer weten?

Neem deel aan het UGent-onderwijsondersteuningsaanbod voor lesgevers

Bekijk de onderwijstip 'Opleiding vormgeven: de 'basics'

Laatst aangepast 23 september 2020 10:14