Toetsvisie en toetsbeleid in de opleiding

Het universiteitsbrede toetsbeleid 

Het toetsbeleid van de UGent wordt weergegeven in een cyclisch model bestaande uit drie fasen: NASTREVEN, METEN en BORGEN. In elke fase zijn drie betrokkenheidsniveaus actief: de lesgevers, de opleidingscommissie en de universiteit. Het universiteitsbreed toetsconcept belicht accenten die de UGent benadrukt in haar toetsbeleid en biedt inspiratie tot het uitschrijven van een toetsvisie voor faculteiten en opleidingen. Hou in de opleiding ook rekening met de 17 toetsprincipes van de UGent, deze zijn een verdere operationalisering van het toetsconcept.

Het toetsbeleid en de monitoring van de toetspraktijk op facultair en/of opleidingsniveau

Het is verplicht om een toetsvisie te hebben op facultair en/of opleidingsniveau. Indien er enkel werd gekozen een toetsvisie te hebben op facultair niveau, is het wel belangrijk dat deze voldoende richtinggevend is voor elke opleiding en ook echt gedragen is. Sommige opleidingen opteren daarom voor enkele aanvullingen en concretiseringen bovenop een facultaire toetsvisie.

Sommige opleidingen kiezen ervoor om het borgingsproces van toetsing volledig binnen de  opleidingscommissie te laten lopen. Andere richten een subcommissie op van de opleidingscommissie of kiezen voor een aparte toetscommissie. Deze checklist met richtvragen biedt voorbeelden van activiteiten en instrumenten aan voor opleidingscommissies/toetscommissies om de kwaliteit van toetsing te bewaken.

Algemene aandachtspunten

De faculteit/opleiding houdt rekening met de volgende algemene aspecten m.b.t. het toetsbeleid: 

  • De toetsvisie dient actueel, passend en uitdagend te zijn. 
  • Speciale aandacht voor (tussentijdse) feedback is nodig. In de onderwijstip: 'Feedback (bijna) alles wat je moet weten' zijn een aantal praktijkvoorbeelden te lezen.
  • De competentiematrix kan een opleiding al een eind op weg helpen om na te gaan of competenties via de meest geschikte toetsvormen getoetst worden en of de toetspraktijk aansluit bij de visie. Richtvragen zijn:
    • Past het beeld dat de matrix levert bij elementen en standpunten die in de toetsvisie zijn opgenomen? 
    • Wordt elke opleidingscompetentie (deels) in minimaal 2 opleidingsonderdelen getoetst?
    • Zijn de evaluatievormen passend bij de beoogde opleidingscompetenties?
    • Zijn de evaluatievormen voldoende gevarieerd om de beoogde opleidingscompetenties te toetsen? 
    • Zijn de evaluatievormen passend bij de beoogde eindcompetenties van het opleidingsonderdeel?
    • ...
  • Het is aangewezen om alle lesgevers te informeren omtrent het toetsbeleid. Elke lesgever is immers verantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn of haar evaluaties. In de opleidingseigen visie kan gespecificeerd worden welke kwaliteitscriteria belangrijk zijn. Er zijn echter een aantal basiskwaliteitskenmerken waaraan het toetsen steeds dient te voldoen: validiteit, betrouwbaarheid en transparantie

Concrete aanbevelingen

Hieronder worden nog enkele concrete aanbevelingen geformuleerd die de kwaliteit van de toetsing bevorderen. Opleidingscommissies worden aangeraden om er rekening mee te houden:

  • Stimuleer lesgevers om het vierogen-principe toe te passen 
  • Het is steeds interessant om scoredistributierapporten in Oasis te bekijken. Het scoredistributierapport geeft een weergave van de examencijfers berekend in het gekozen academiejaar voor de gekozen cursussen. Bij het bekijken van de scoredistributies is het vooral de bedoeling om onregelmatigheden aan het licht te brengen en te bespreken, bijvoorbeeld wanneer de slaagcijfers van een opleidingsonderdeel opvallend hoger of lager zijn dan die van de andere opleidingsonderdelen. 
  • Toetsmatrijzen zijn niet verplicht binnen de UGent, maar worden wel naar voor geschoven als een good practice. Soms worden ze door de CKO/OC opgevraagd. Wees in dat geval duidelijk over het doel van deze vraag en garandeer een vertrouwelijke behandeling ervan! 
  • Bespreek resultaten van bevragingen of andere kwaliteitsmetingen. De informatie die verzameld wordt via de vakfeedback, opleidingsfeedback, focusgroepen, specifieke evaluaties over het examen per vak (bv. door studenten op het einde van het examen een korte vragenlijst te laten invullen), etc. wordt jaarlijks besproken. Belangrijk is dat de opleiding de anonimiteit van de student hierbij garandeert. In de opleidingscommissie wordt nagegaan of er op basis van de vergaarde informatie maatregelen nodig zijn in bepaalde opleidingsonderdelen. 
  • Een screening van de examens vormt een waardevolle oefening. Zorg in dit geval voor een doordachte aanpak. Het is noodzakelijk dat de vraag goed gekaderd wordt (vb. vanuit de opleidingscommissie). Het moet helder zijn wat het doel is en waar de aandacht naartoe zal gaan tijdens de screening. Indien dit voorafgaand aan de examenperiode gebeurt, hou er dan rekening mee dat dit een extra inspanning van lesgevers kan vragen qua timing en dat dit bedreigend kan overkomen. 
  • Stimuleer het gebruik van een verbetersleutel en heldere beoordelingscriteria. Het kan zinvol zijn om voor bepaalde opdrachten (vb. presentaties) een (deels) gezamenlijk beoordelingsformulier op te stellen dat door alle lesgevers binnen de opleiding wordt gehanteerd. Deze criterialijst kan in sommige gevallen al van in BA1 aan de studenten worden getoond. Lees hier meer over in de onderwijstip: 'Rubrics: een middel om werkstukken of vaardigheden te evalueren'.
  • Voorbeeldvragen zijn verplicht volgens het OER!
  • Het is belangrijk dat een opleiding nagaat of het eindniveau van de studenten die ze aflevert van een voldoende hoog kwalitatief niveau is. Impliciet doet ze dit door de som te maken van alle evaluatie- en toetsmomenten die elk op zich voldoende geborgd zijn qua kwaliteit. Daarnaast kan de opleiding ook een extra benchmark uitvoeren op de kwaliteit van het eindniveau van de afgestudeerden (bv. het succes evalueren van afgestudeerden bij beurzen, prijzen van studenten in (inter)nationale wedstrijden, tewerkstelling van afgestudeerden, evaluaties van het werkveld over afgestudeerden, masterproeven die leiden tot publicaties, screening van masterproeven door externen, etc.) De centrale vraag hierbij is hoe afgestudeerden van de opleiding aan de UGent zich verhouden ten opzichte van hun collega’s in het binnen- en buitenland. Vooral een aftoetsing bij het werkveld (alumni) is hier belangrijk.
  • Bespreek de toetsing binnen een leerlijnoverleg of een ander overleg tussen lesgevers. Op die manier kunnen lesgevers zelf makkelijk nagaan of de toetsing binnen de opleidingsonderdelen passend is voor het beoogde niveau bij studenten op dat moment. Deze gesprekken lopen vaak makkelijker als in voorgaande gesprekken de doelen van de leerlijn, de werkvormen enz. reeds aan bod kwamen.  

Laatst aangepast 27 augustus 2020 10:42