Internationalisering van studenten en docenten in de opleiding

Van elke opleiding wordt een expliciete reflectie en een beleid verwacht m.b.t. de manier waarop zij bijdraagt aan de realisatie van de zes strategische onderwijsdoelstellingen van de UGent. Een van deze zes doelstellingen is ‘internationalisering’.

Universiteitsbreed beleid 

Via o.a. een geïntegreerd beleidsplan internationalisering; structurele partnerschappen en samenwerkingsverbanden en regionale platformen zet de UGent sterk in op internationalisering. 

Internationaliseringsbeleid op opleidingsniveau 

Van UGent opleidingen wordt verwacht dat zij internationaliseringsbeleid opzetten dat in lijn is met de universiteitsbrede en facultaire kaders.

De opleidingscommissie is het orgaan dat het programma vormgeeft en dat ook doordachte keuzes maakt m.b.t. de manier waarop de onderwijsdoelstelling rond internationalisering wordt gerealiseerd. Deze keuzes sluiten vanzelfsprekend aan bij de specifieke context en eigenheid van de opleiding. 

Het is een sterk signaal als een opleiding internationalisering verankert in de visie/ missie van de opleiding; in de opleidingscompetenties/leerresultaten en in het programma. Indien de opleiding een specifieke visie heeft ontwikkeld op internationalisering, dan kan deze opgenomen worden in de onderwijsmonitor.

Een opleiding kan internationalisering op veel verschillende manieren bevorderen: 

  • Uitgaande mobiliteit kan gefaciliteerd worden door het voorzien van (een) mobility window(s)
  • Opleidingen kunnen investeren in kortdurende mobiliteit. Voorbeelden zijn: Summer schools, field trips, studiebezoeken in groep, een korte uitwisseling met een partner in een buurland in het kader van een opleidingsonderdeel. Dit soort initiatieven kan bv. interessant zijn voor opleidingen met een hoog aantal werkstudenten.
  • De opleiding kan verschillende initiatieven nemen m.b.t. internationalisation@home. Voorbeelden zijn een opleidingsspecifieke ‘internationale week’ of master classes, lezingen of workshops door internationale experten.
  • Virtuele mobiliteit’ biedt ook veel mogelijkheden. De opleiding kan zelf een aanbod uitwerken (voorbeelden zijn: MOOC’s, lessen via video-conferenties, webinars, het uitvoeren van een opdracht met studenten uit internationale instellingen). De opleiding kan studenten informeren over en stimuleren tot deelname aan initiatieven van partnerinstelligen. 
  • Een docentenkorps waarin buitenlandse lesgevers actief zijn, garandeert de inbreng van een internationaal perspectief in het onderwijs.
  • Inkomende studentenmobiliteit kan gefaciliteerd worden door het voorzien van Engelstalige opleidingsonderdelen.
  • Opleidingen kunnen ervoor kiezen om gemengde groepen van ‘reguliere’ en internationale studenten te vormen voor het uitwerken van groepsopdrachten. 
  • Er kan een buddy-systeem worden opgezet waarbij reguliere studenten optreden als een buddy voor nieuwe inkomende studenten.
  • Opleidingen kunnen inzetten op docentenmobiliteit door (al dan niet kortdurende) uitwisselingen/ gastlessen in het buitenland te stimuleren.

Laatst aangepast 17 juni 2020 15:31