De vertaling van de opleidingscompetenties (leerresultaten) naar het programma

Aandachtspunten zowel voor individuele lesgevers, als voor opleidingen

Een eerste aandachtspunt bij het monitoren van een programma, zijn goed ingevulde studiefiches. Lees hier meer over in de onderwijstip: 'Studiefiches: hoe vul je ze correct in?'. Het is aangewezen om de volgende zaken in acht te nemen:

  • Wat in de studiefiche staat is bindend.
  • De studiefiche is beschikbaar in het Nederlands en in het Engels.
  • Studiefiches krijgen een jaarlijkse update door de verantwoordelijke lesgever(s). Dit is verplicht volgens het OER. Lesgevers doen dit via http://oasis.ugent.be
  • Wijzigingen in de studiefiche worden jaarlijks goedgekeurd door de Opleidingscommissie.

Om zicht te hebben op de samenhang van het programma, is de competentiematrix is een belangrijke tool. In deze matrix kan men zien welke opleidingsonderdelen bijdragen tot welke opleidingscompetenties (OLR) en op welke manier (o.a. met welke werk- en evaluatievormen). 

Deze matrix vereist:

  • Degelijke opleidingscompetenties (OLR) 
  • Correct ingevulde werk- en evaluatievormen voor alle opleidingsonderdelen (in lijn met de glossaria werk- en evaluatievormen achteraan in het OER)
  • Heldere eindcompetenties bij elk opleidingsonderdeel (tips hiervoor in de leidraad voor studiefiches

De verantwoordelijke lesgevers vullen de competentiebijdrages voor hun opleidingsonderdelen in via de Oasis-website voor lesgevers. Dit houdt in dat elke verantwoordelijk lesgever die opleidingscompetenties selecteert waar hij/zij aandacht aan besteedt binnen het opleidingsonderdeel. Vervolgens duidt de lesgever aan met welke werkvormen dit gebeurt, met welke evaluatievormen hij/zij (een deel van) de opleidingscompetenties evalueert en welke eindcompetenties specifiek voor dit opleidingsonderdeel passend zijn. Deze oefening maken alle verantwoordelijk lesgevers zelf op http://oasis.ugent.be

De opleidingsvoorzitter en/of CKO-medewerker zorgt ervoor dat wijzigingen in de studiefiches en de competentiematrix in zijn totaliteit jaarlijks op de Opleidingscommissie besproken worden.

Een goede opbouw in het curriculum kan o.a. door leerlijnen (of soms via blokken) versterkt worden. Tips voor het uitdenken van een nieuwe leerlijn of optimaliseren van een leerlijn zijn terug te vinden op de onderwijstip: 'Leerlijnen: de samenhang tussen opleidingsonderdelen bewaken'.

Het ontwikkelen en actualiseren van de competentiematrix door de opleidingscommissie

Op opleidingsniveau staat de opleidingscommissie in voor het vormgeven van het programma. Bij de vertaling van de opleidingscompetenties naar het programma via de competentiematrix, dient een opleidingscommissie met een aantal aspecten rekening te houden. 

Een aantal belangrijke reflectievragen over de competentiematrix die in een opleidingscommissie aan bod kunnen komen zijn:

  • Zijn de competenties nog steeds actueel? (Komen er nieuwe tendensen op ons af, profileringskwesties, programmahervormingen…)
  • Wordt een opleidingscompetentie voldoende gedekt door het geheel aan eindcompetenties van de verschillende opleidingsonderdelen? (Zijn alle eindcompetenties voldoende helder geformuleerd om dit te kunnen besluiten? Of is bijkomende info/afstemming nodig?)
  • Naar welke opleidingscompetenties gaat veel/weinig aandacht uit? (Past dit beeld bij wat we zouden verwachten?)
  • Wordt elke opleidingscompetentie doorheen de opleiding in meerdere opleidingsonderdelen (minimaal 2) nagestreefd? (cfr. toetsprincipe 3)
  • Zijn de evaluatievormen passend voor de beoogde opleidingscompetenties?
  • Zijn de evaluatievormen voldoende gevarieerd om de beoogde opleidingscompetenties valide te toetsen?

Omwille van een (te) zware taakbelasting kan geopteerd worden om de competentiebijdrages van bepaalde (keuze-/minor-/major-) opleidingsonderdelen niet mee op te nemen in de matrix wanneer dit ook bijkomend kan gemotiveerd worden. In dergelijke gevallen kunnen enkele matrices die specifieke keuzes van een individuele student bevatten een goed alternatief zijn om toch garanties na te gaan (dus via  OASIS ‘competentiematrix van student’). 

Het is noodzakelijk jaarlijks alle wijzigingen in de studiefiches goed te keuren op een opleidingscommissie en een globale blik op de impact binnen het programma (via de matrix) te bekijken. Het is echter niet noodzakelijk jaarlijks alle richtvragen bij een competentiematrix door DOWA opgesteld te behandelen in de opleidingscommissie. Het bewaken van het globaal beeld en gericht specifieke topics behandelen is vaak zinvoller. 

Verlies niet uit het oog dat de competentiematrix een spiegelfunctie heeft: Is de opleiding tevreden met het beeld dat ze krijgt? Het is veel beter een eerlijke matrix met zalmroze arceringen te hebben die opgevolgd worden wanneer nodig, dan een op het eerste zicht perfecte matrix te hebben die nooit gebruikt wordt bij discussies over (elementen uit) het programma. Ook zijn uitzonderingen op de ‘regel’ van afdekking door ten minste 2 opleidingsonderdelen mogelijk mits een goede motivering. 

Heel belangrijk in het programma is dat de verschillende opleidingsonderdelen een coherent geheel vormen binnen de opleiding en dat er zowel horizontaal (binnen een modeltrajectjaar) als verticaal (tussen de jaren) afstemming gebeurt tussen lesgevers. De meeste opleidingen maken hiervoor gebruik van leerlijnen (soms ook blokken). Het is aan te bevelen een eenvoudige en aantrekkelijke voorstelling hiervan op een goed zichtbare plaats in de opleiding op te hangen. Voorbeelden van enkele leuke uitgewerkte leerlijnen, elk met hun eigen sterktes, zijn terug te vinden de onderwijstip: 'Leerlijnen: de samenhang tussen opleidingsonderdelen bewaken'.

Vaak wordt er, naarmate een student vordert in de opleiding, meer gewerkt op vaardigheden, attitudes en toepassingen en vermindert verhoudingsgewijs het aandeel pure kennisoverdracht: op deze manier bereiken studenten competenties op een hoger en meer geïntegreerd niveau. Een opleiding dient er wel op toe te zien dat ook de  bacheloropleidingen voldoende oog hebben voor het inzetten van actieve werkvormen zoals practica, werkcolleges, groepswerk, begeleid zelfstandig werk enz. 

Om lesgevers niet te zwaar te belasten, maar ook om studenten steeds relevante opdrachten te kunnen presenteren is het soms een goede zet om over opleidingsonderdelen heen samen te werken. 

Benut opleidings- en eindcompetenties op momenten dat er van de student verwacht wordt dat hij/zij echt stilstaat bij het eigen leerproces (in lessen, bij opdrachten, bij feedback, in evaluaties, …).

In veel opleidingen gebeurt de afstemming vaak via informeel overleg tussen lesgevers. Toch verdient het ook aanbeveling om regelmatig een formeel overleg te plannen binnen de opleiding (bv. semesteroverleg, leerlijnoverleg). Ook de blik van studenten en externen kan zinvolle info opleveren. 

Laatst aangepast 14 oktober 2020 17:41