Talentontwikkeling voor lesgevers in de opleiding

Van elke opleiding wordt een expliciete reflectie en een beleid verwacht m.b.t. de manier waarop zij bijdraagt aan de realisatie van de zes strategische onderwijsdoelstellingen van de UGent. Een van deze zes doelstellingen is ‘Talentonwikkeling voor lesgevers’.

Universiteitsbrede initiatieven

Op vlak van personeel ziet de UGent kansen in verscheidenheid en beoogt zij de maximale ontplooiing van talenten. Culturele, sociale en genderverscheidenheid worden gezien als meerwaarde. 

Vanuit de centrale diensten worden initiatieven opgezet om de ontplooiing van lesgevers actief te ondersteunen. De directie Onderwijsaangelegenheden organiseert jaarlijks heel wat trainingen voor lesgevers. Er wordt ingezet op de verschillende types individuele lesgevers (ZAP, AAP, WP), als van opleidingen. Voor zowel lesgevers als opleidingen zal een basis- en een verdiepingsaanbod worden voorzien.

Neem een kijkje naar het aanbod vanuit onderwijsondersteuning en via de navorming site binnen Apollo (meer algemeen).

Zowel op centraal als op facultair niveau worden er verschillende initiatieven genomen om onderwijsinnovatie te stimuleren. Sinds 2008 krijgen de faculteiten jaarlijks een bedrag om te besteden aan onderwijsinnovatie. De faculteiten moeten hiertoe een door de faculteitsraad goedgekeurd plan met innovatieprojecten indienen bij de Onderwijsraad, dat gekaderd is in het breder onderwijsvernieuwingsbeleid van de faculteit. De middelen worden toegewezen aan de onderwijsdirecteur. 

Daarnaast financiert de Onderwijsraad jaarlijks ook een aantal centrale onderwijsinnovatieprojecten. Het doel van al deze initiatieven is het innoveren van de onderwijspraktijk. Lesgevers worden door de faculteit en de opleiding aangemoedigd om initiatieven voor onderwijsinnovatie te nemen binnen hun eigen opleidingsonderdelen. Mogelijke voorbeelden zijn blended learning, peer teaching, probleem gestuurd onderwijs, groepswerken, projectwerking, peerevaluatie, gebruik van stembakjes/smartphones, etc. Opleidingen en faculteiten worden gestimuleerd om m.b.t. deze initiatieven (en de resultaten ervan) zoveel mogelijk samen te werken binnen opleidingen, binnen faculteiten en ook tussen faculteiten en met de centrale administratie. 

Werk biedt mogelijkheden tot ontplooiing, tot het ontwikkelen van competenties en tot het leggen van sociale contacten. Toch kan werk ook psychosociaal belastend zijn. Werk- en persoonsgerelateerde factoren kunnen tot spanningen en frustraties leiden met stressreacties, conflicten en ander ongewenst gedrag tot gevolg. De gezondheid en het welbevinden van de werknemer komen hierdoor in het gedrang. Het is belangrijk dat de opleiding hier aandacht voor heeft, signalen van stress en/of burn out  detecteert, hierop gepast probeert te reageren en acties onderneemt. 

Op universiteitsbreed niveau zijn een aantal gespecialiseerde personen aangeduid die op een professionele wijze personeelsleden kunnen bijstaan en helpen zoeken naar mogelijke oplossingen bij psychosociale problemen, ongewenst en ongepast gedrag zoals pesten, geweld en seksuele intimidatie op het werk enz. Deze gespecialiseerde medewerkers zijn bv. de vertrouwenspersonen van Trustpunt en de preventieadviseur psychosociale aspecten.

Algemene aandachtspunten voor opleidingen

De opleidingscommissie is het orgaan dat doordachte keuzes dient te maken om de talentontwikkeling van lesgevers maximaal te bevorderen. Deze keuzes sluiten vanzelfsprekend aan bij de specifieke context en eigenheid van de opleiding

Het is belangrijk dat de lesgevers zo worden ingezet dat dat de studenten optimaal de mogelijkheid krijgen om de competenties te halen. De opleiding heeft een visie op en een beleid voor het inzetten van types lesgevers. Deze visie en beleid betreffen het inzetten van de ZAP-leden van de verschillende niveaus (docent tot gewoon hoogleraar), het inzetten van postdocs met of zonder formeel titularisschap, het inzetten van gastprofessoren onderwijs, het inzetten van AAP en onderzoekers op interne en externe kredieten in onderwijs, het inzetten van praktijkassistenten en onderwijsbegeleiders, etc. 

Lesgevers hebben een voorbeeldfunctie. Door het heterogeen samenstellen van een team kunnen lesgevers optreden als rolmodellen voor verschillende studenten. Bovendien zorgt meer diversiteit ervoor dat verschillende invalshoeken en lesvormen aan bod zullen komen.

De opleiding voert een beleid inzake onderwijsprofessionalisering waarbij de lesgevers aangemoedigd worden om deel te nemen aan activiteiten georganiseerd door de centrale diensten, en/of georganiseerd door de faculteit, of door derden. Het is belangrijk dat de opleiding lesgevers aanmoedigt om regelmatig relevante trainingen voor de eigen lespraktijk te volgen. Opleidingen kunnen ook zelf professionaliseringsactiviteiten organiseren eventueel in samenwerking met medewerkers van de centrale diensten. Voorbeelden zijn jaarlijkse onderwijsdagen (halve/hele dag) voor alle lesgevers, conclaaf, studiedagen, die faculteiten en opleidingen organiseren met een specifieke focus op de eigen opleiding. 

De vakfeedback op afzonderlijke opleidingsonderdelen geeft de opleiding een goed beeld van de tevredenheid van de studenten met het onderwijs van de lesgever en is vaak een indicatie voor het goed of minder goed lopen van de lespraktijk. Enerzijds is het belangrijk dat de opleiding lesgevers met positieve vakfeedback bekrachtigt en motiveert voor de toekomst. Anderzijds, is het ook van belang dat ruime aandacht wordt besteed aan lesgevers die minder goede vakfeedback krijgen. Een eerste stap bestaat erin hierover een gesprek te voeren met de voorzitter OC en/of de onderwijsdirecteur. Indien uit dit gesprek blijkt dat er onderwijsoptimalisering noodzakelijk is, worden afspraken gemaakt voor verbeterpunten en een actieplan. Dit kadert binnen de continue kwaliteitszorg die faculteiten en opleidingen uitvoeren. Deze lesgevers stellen voor zichzelf een actieplan op afhankelijk van de belangrijkste aandachtspunten (bv. initiatieven voor het volgen van bijscholingen, peer tutoring, gesprek met collega’s, een persoonlijk geïndividualiseerd traject via de centrale diensten, etc.), en worden hierin voldoende begeleid. De opleidingsonderdelen van deze lesgevers worden het jaar nadien opnieuw in de feedbackronde opgenomen zodat een verdere monitoring en opvolging mogelijk is. 

Voorts heeft een opleiding in haar beleid aandacht voor het welzijn en welbevinden van haar personeel. In de onderwijsmonitor kan aangegeven worden op welke manier de opleiding haar medewerkers informeert op de gespecialiseerde diensten m.b.t. (psychosociaal) welzijn. 

Laatst aangepast 17 juni 2020 15:31