Werkcollege: hoe pak je dat aan?

Wat is een werkcollege? Waarin verschilt het van een practicum of hoorcollege? Waarvoor kan je het gebruiken en hoe doe je dat dan? Wat zijn voordelen en aandachtspunten? Alle uitleg over werkcolleges in deze onderwijstip.

Wat is een werkcollege?

Een werkcollege is een collectieve interactieve leersituatie waarbij studenten onder begeleiding vaardigheden of technieken leren, oefenen, kennis toepassen of een probleemstelling of case bespreken en uitwerken.

Een werkcollege is niet hetzelfde als een practicum. Bij een practicum gaat het om een zelfstandige leersituatie waarbij studenten niet of in heel beperkte mate collectief worden benaderd. Bij een werkcollege voeren studenten in kleinere groep (ongeveer tot 30 studenten) een bepaalde leertaak uit onder begeleiding van een lesgever. De totale groep studenten is beperkt. Op die manier kunnen de begeleiders de leervorderingen van alle deelnemende studenten opvolgen, (klassikaal) bijsturen waar nodig en individueel (of per groep) begeleiding voorzien.

Een werkcollege is géén hoorcollege in kleine groep. In tegenstelling tot een hoorcollege waarbij de interactie vooral van de lesgever naar de studenten verloopt, komen in een werkcollege ook vaker vormen van interactie voor waarbij studenten met elkaar communiceren of studenten interageren met de lesgever. Actieve participatie van de student is belangrijk. 

Hoe organiseer je een werkcollege?

Werkcolleges zijn meer dan een ‘overleguurtje’. Het is belangrijk als lesgever duidelijke doelstellingen te hebben voor elk werkcollege en die ook nadrukkelijk te communiceren aan studenten. Wat moet een student kennen, kunnen en zijn na elk werkcollege? Baseer je hiervoor op de competenties die in de studiefiche van het opleidingsonderdeel staan. Wanneer (deel)competenties over de verschillende werkcolleges heen samen een coherent geheel vormen, bevordert dat het leren.

Werkcolleges zijn zeer geschikt om hogereordevaardigheden aan te leren bij studenten. Denk aan redeneren, kritisch en probleemoplossend denken, interpersoonlijke vaardigheden oefenen (luisteren, spreken, discussiëren, leiderschap) of bepaalde attitudes aanleren.

Afhankelijk van wat je wil dat studenten hebben bereikt op het einde van het werkcollege, zal je als lesgever andere werk-, evaluatie en feedbackvormen voor tijdens het werkcollege kiezen. Enkele voorbeelden:

  • Studenten moeten bepaalde kennis toepassen? Laat studenten (in groep) oefeningen maken onder, beperktere of uitgebreidere, begeleiding afhankelijk van de moeilijkheidsgraad en het verwachte niveau.
  • Door studenten (in groep) een ontwerpopdracht te geven of een complex probleem of casus voor te leggen, leer je ze analyseren, concepten toepassen om ten slotte een nieuwe oplossing te creëren. 
  • Ook met (klas)discussies leren studenten concepten toepassen en analyseren. Bovendien oefenen studenten hun spreekvaardigheden.
  • Een onderwijsleergesprek kan dan weer een manier zijn om studenten attitudes aan te leren; door als lesgever vragen te stellen, breng je studenten bepaalde inzichten bij.
  • Enz.

Wat zijn de voordelen van een werkcollege?

Differentiatie en begeleiding op maat

Door de kleine groep kan je al lesgever sneller (individuele) problemen detecteren, studenten met moeilijkheden extra begeleiding bieden of juist de sterkere studenten(groepen) uitdagen. Door dat nauwer contact met studenten, krijg je als lesgever ook makkelijker nuttige feedback: waar worstelen studenten nog mee, welke stuk van de theorie was niet helder genoeg uitgelegd of ging te snel, welke voorkennis hebben studenten al die ze actief kunnen gebruiken, welke niveauverschillen zijn er in de groep, enz.

Sociaal contact

Voor vele studenten, en zeker voor eerstejaars, zorgen werkcolleges voor belangrijke sociale contacten met medestudenten en met lesgevers. Onderschat de meerwaarde van die contacten niet. Ook die dragen bij tot het leerproces. Studenten leren bijvoorbeeld samenwerken met verschillende personen, ze leren van elkaar verschillende studiemethodes (cf. hoe pakt mijn medestudent de verwerking van dit stuk leerstof aan?), en ze kunnen elkaar ondersteunen in het aannemen van een actieve studiehouding (cf. elkaar motiveren en activeren door vragen te stellen aan elkaar, samen kritisch denken, verder doordenken op de input van de ander…).

Welke aandachtspunten zijn er bij een werkcollege?

Beperk de grootte van de groep

Streef naar een groepsgrootte van maximaal 25 tot 30 studenten zodat alle studenten voldoende kans krijgen om te participeren en om begeleiding te krijgen. Door die beperkte groepsgrootte, is het organiseren van werkcolleges in opleidingen met grote studentenaantallen zeer arbeidsintensief. Wanneer een werkcollege sterk lesgevergestuurd is, met weinig nood aan actieve participatie van de studenten, dan is het efficiënter om te kiezen voor hoorcolleges in grotere groepen.

Kader het werkcollege aan studenten

Leg duidelijk uit wat de doelstellingen zijn van elk werkcollege en schets ook telkens de samenhang: hoe verhouden de opdrachten zich tot de theorie (bijv. gegeven in de hoorcolleges)? Door het verwachte niveau onmiddellijk mee te geven, kunnen studenten zelf sneller aan de slag. Zo gaat er geen tijd ‘verloren’ aan uitzoeken wat de precieze opdracht nu is. Door expliciet linken te leggen met de theorie, worden studenten gestimuleerd om praktijkvoorbeelden en theoretische concepten aan elkaar te koppelen.

Stimuleer actieve participatie

  • Laat studenten voorbereid naar de les komen, zodat je in het werkcollege onmiddellijk tot de kern kan overgaan.
  • Maak duidelijke afspraken over de organisatie, aanwezigheid, beoordeling, opdrachten en deadlines… en ook over het verwachte gedrag van studenten gekoppeld aan de doelstellingen van het werkcollege. Bijvoorbeeld: “Het doel is dat jullie dieper inzicht verwerven in dit thema. Daarom verwacht ik in dit werkcollege een rijke discussie waarbij verschillende personen bijdrages leveren.” Of: “Het doel is dat jullie zelfstandig oefeningen kunnen oplossen. Daarom verwacht ik dat je tijdens dit werkcollege steeds zo ver mogelijk probeert te raken bij elke oefening voor je hulp inschakelt.”
  • Leid je werkcollege in, maar laat studenten daarna zelf aan de slag gaan. Los bijvoorbeeld niet alle oefeningen zelf aan het bord op. Laat studenten eerst zelf proberen, loop rond om feedback te geven, en laat studenten zelf aangeven welke oefeningen ze op het einde klassikaal willen overlopen. Een succesvolle student/groep is er één die op zichzelf aan de slag kan zonder voortdurende hulp van een lesgever.
  • Motiveer studenten door bijvoorbeeld met authentieke (elementen van) cases te werken. 

Laat studenten fouten maken en geef feedback

Fouten maken mag tijdens een werkcollege en is zelfs zeer leerrijk! Creëer hiervoor een veilige leeromgeving; wees aanspreekbaar als lesgever en geef voldoende en goede feedback. Feedback geven tijdens een werkcollege kan op verschillende manieren: een modelantwoord aan de studenten bezorgen aan het einde van de les, rondlopen en studenten individueel of in kleine groepjes feedback geven, of studenten elkaar laten feedback geven. Stimuleer studenten om eerst met elkaar te overleggen voor ze jouw hulp inroepen. Niet vergeten: controleer of studenten op het einde van het werkcollege de voorziene doelstellingen daadwerkelijk hebben bereikt.

Voorzie een geschikt lokaal

Zoek een geschikte ruimte. Vast meubilair, geschikt in rijen, is niet ideaal om studenten met elkaar (in wisselende groepen) te laten overleggen of om als lesgever feedback te geven aan verschillende studenten of groepjes. Wil je een discussie houden met de gehele groep? Zorg dan dat studenten elkaar kunnen zien door een cirkelvormige opstelling te voorzien.

Werk interdisciplinair (als dat kan)

Omdat werkcolleges doorgaan met kleine groepen studenten (waardoor veel begeleiding mogelijk is) en omdat ze vaak opdrachtgericht zijn, vormen ze de ideale momenten om elementen uit verschillende vakken samen te brengen. Verwerk bijvoorbeeld topics uit andere vakken in cases waarmee studenten aan de slag moeten. Laat studenten al oefenen op vaardigheden die ze later in de opleiding volop zullen moeten gebruiken, zoals schrijfvaardigheden of spreken voor een groep. Of, nog een stapje verder, laat studenten een geïntegreerde uitwerking maken, waarbij ze concepten vanuit verschillende vakken moeten inzetten.

Sluit af met een samenvatting of besluit

Herhaal nog eens de doelstellingen van het werkcollege en hoe ze zijn bereikt. Zet studenten verder op weg met de leerstof door:

  • De kern samen te vatten
  • Hoofd- en bijzaken te onderscheiden
  • Te vermelden wat zeker meegenomen moet worden
  • Veelgemaakte fouten en hoe ze te voorkomen, te benoemen

Hoe kan een werkcollege verlopen?

Laat je inspireren door het verloop van een werkcollege waarin een patiëntencasus wordt besproken in subgroepen:

0h00-

0h05

Inleiding door lesgever.

Kadering van het werkcollege: doelstellingen en plaats in het opleidingsonderdeel.

0h05-

0h10

Lesgever stelt casus van een patiënt voor:

  • Huidige symptomen
  • Bevindingen vanuit de eerste onderzoeken
  • Korte voorgeschiedenis

0h10-

0h30

Studenten overleggen in groep over:

  • Mogelijke diagnose(s)
  • Welke acties onmiddellijk moeten worden ondernomen
  • Welke bijkomende onderzoeken ze zouden uitvoeren

0h30-

0h35

Lesgever geeft meer info over:

  • Welke (initiële) diagnoses in de casus zelf werden gesteld
  • Welke onmiddellijke acties men heeft ondernomen
  • Welke bijkomende onderzoeken ze hebben uitgevoerd

0h35-

0h45

Studenten overleggen in groep over gelijkenissen en verschillen tussen hun voorstel en de werkelijke aanpak. Binnen de groep wordt er consensus bereikt over de gewenste aanpak.

0h45-

1h00

Klassikale uitwisseling en discussie over de verschillende aanpakken van de verschillende groepen.

1h00-

1h05

Lesgever geeft meer info over de resultaten van de uitgevoerde bijkomende onderzoeken.

1h05-

1h15

Studenten overleggen in groep of ze o.b.v. de verkregen info hun diagnose(s) moeten bijstellen. Een voorstel voor verder te ondernemen acties wordt uitgewerkt.

1h15-

1h25

Opnieuw klassikale uitwisseling.

1h25-

1h30

Lesgever rondt de case af; hoe is het in werkelijkheid verdergegaan?

Lesgever rondt het werkcollege af met een besluit en ‘Wat hebben we geleerd vandaag?’

Meer weten?

Lees de bronnen waarop deze onderwijstip is gebaseerd:

  • Kallenberg, A. J. (2003). Leren (en) doceren in het hoger onderwijs. Boom Koninklijke Uitgevers.
  • Newble, D., & Cannon, R. (2013). Handbook for teachers in universities and colleges. Routledge.

Laatst aangepast 10 augustus 2020 10:25