Practicum (blended) organiseren: hoe doe je dat?

Wat is een practicum? Hoe bereid je een practicum voor? Hoe zorg je ervoor dat studenten het maximum uit je practicum halen? En hoe kan je je eigen rol als practicumbegeleider kritisch bekijken? Deze onderwijstip geeft raad en geeft in de kaders specifieke tips voor het organiseren van een blended practicum.

Wat is een practicum? 

  • Een practicum is een zelfstandige leersituatie waarbij de studenten zelf actief bepaalde manuele technieken, (cognitieve) vaardigheden of werkwijzen verwerven of inoefenen. Dat inoefenen gebeurt bij voorkeur individueel of in kleine teams en met intensieve begeleiding. Actie en interactie staan centraal.  Dit in tegenstelling tot een werkcollege, worden de studenten niet of in heel beperkte mate collectief benaderd.
  • Een practicum is géén hoorcollege in kleinere groep waarbij studenten luisteren naar een eenzijdig verhaal en kijken naar een demonstratie zonder zelf actie te ondernemen. Dat kan nuttig zijn als herhaling, maar is niet het doel van een practicum. 

Waarom een blended practicum?

Sommige (deel)opdrachten van een practicum kunnen studenten beter zelfstandig uitvoeren: individueel inoefenen van een bepaalde handeling, bij een dissectie een blinde plaat aanvullen aan de hand van een tekst, bepaalde voorkennis opfrissen, resultaten verwerken in een rapport… De studenten kunnen dit online en/of thuis uitvoeren voor of na dat ze on campus aan de slag gaan.

Wanneer je door COVID19-maatregelen het aantal studenten wil beperken in de practicumruimte, is het belangrijk om te prioriteren wat on campus moet en wat niet. Een blended aanpak biedt meer mogelijkheden om het on campus-gedeelte te organiseren, denk aan: 

  • Een rotatiesysteem waarbij bepaalde groepen on campus komen om die vaardigheden in te oefenen die echt niet online kunnen, terwijl andere groepen thuis (online) opdrachten maken.
  • Een ‘geconcentreerd’ practicum waarbij verschillende vaardigheden die niet online kunnen, ingeoefend worden op 1 moment (i.p.v. in meerdere practica). De andere bijhorende opdrachten worden online voorzien.
  • Een meer ‘verdiepend’ practicum waarbij studenten thuis al (deels) basisvaardigheden inoefenen en waarbij on campus meer geavanceerde vaardigheden en/of diepgaande feedback wordt voorzien.

Hoe bereid je een practicum voor?  

De kwaliteit van een practicum staat of valt met een grondige voorbereiding.  

Ga uit van vooraf bepaalde competenties 

  • Bepaal op voorhand wat je met je practicum wil bereiken. Baseer je hiervoor op de competenties die in de studiefiche van het opleidingsonderdeel staan. Bewaak steeds het evenwicht tussen het aantal (deel)competenties die aan bod komen per practicum en de voorziene tijd. Vergeet niet: veel handelingen, vragen veel tijd. Wanneer competenties over de verschillende practica heen samen een coherent geheel vormen, bevordert dat het leren. Verwoord de competenties die je nastreeft met het practicum expliciet voor de studenten. 

Ga voor jezelf na welke van deze competenties noodzakelijk on campus moeten. Volgende vragen kunnen je hierbij helpen:

  • Zijn er materialen nodig die enkel on campus beschikbaar zijn (proefopstelling, microscoop…)?
  • Is interactie tussen studenten noodzakelijk?
  • Kunnen studenten de competenties zelfstandig inoefenen?
  • Kan je genoeg begeleiding online voorzien (bijv. een te doorlopen leerpad, test of opdracht, mogelijkheid tot vragen stellen…)?

 

  • De moeilijkheidsgraad moet overeenstemmen met je doelstellingen. Bij minder complexe practica kunnen studenten een opgelegde procedure volgen (zogenaamde kookboekpractica); bij meer complexe practica zijn vaak verschillende procedures mogelijk, soms zelfs verschillende antwoorden. Daag studenten uit door genoeg, maar niet alle informatie te geven. 
Hou hiermee rekening bij de keuze online/on campus. Eenvoudige opdrachten kan je studenten gemakkelijker zonder begeleiding online en/of thuis laten maken. Hou de moeilijke opdrachten, waar veel begeleiding voor nodig is, beter on campus.    

Spreek goed af met andere betrokken begeleiders 

  • Ben je met twee of meer practicumbegeleiders? Stem goed onderling af over de voorbereiding, het verloop, de onderwijs- en leeractiviteiten, de inhoud, de begeleiding en de evaluatie het practicum. 

Deze tip blijft uiteraard geldig voor online opdrachten. Spreek goed af wie welke online opdracht(en) begeleidt. Wordt er van studenten verwacht dat ze zelfstandig aan de slag kunnen of voorzie je online begeleiding? Maak duidelijk onder elkaar wat die begeleiding dan precies inhoudt. Je kan bijv. een online discussieforum opstarten om daar vragen van studenten te beantwoorden, of je kan online beschikbaar zijn gedurende een bepaalde periode.

Denk na over hoe je de krachten kan bundelen. Is het bijv. mogelijk om één iemand on campus te hebben om studenten ‘live’ te begeleiden, terwijl iemand anders online begeleiding voorziet?

 

  • Ben je als practicumbegeleider niet ook de verantwoordelijk lesgever van het hoorcollege? Zorg dat je op de hoogte bent van de inhoud van het hoorcollege en stem zeker af met de verantwoordelijk lesgever. Hoorcolleges en practica zouden immers een geïntegreerd geheel moeten vormen. 

Voer het practicum eerst zelf uit, vóór de les 

Probeer het practicum zelf eerst uit. Zo ontdek je waar eventuele moeilijkheden zitten. Je bouwt een redenering op zoals je die van de studenten verwacht en schat beter in bij welke punten studenten vragen kunnen hebben en wanneer je zelf vragen kan stellen. 

Door bij een blended aanpak het (online) thuisgedeelte én het on campus-gedeelte uit te proberen, kan je checken:

  • Of het geheel logisch in elkaar zit.
  • Of alles voldoende op elkaar afgestemd is, op elkaar voortbouwt.
  • Of de voorziene tijdsbesteding klopt.
  • Of studenten alles wat ze nodig hebben om de opdrachten uit te voeren, ook op gebied van vaardigheden en (voor)kennis, ter beschikking hebben.
  • Of online alle functionaliteiten werken.

Ken je materiaal en zet het vooraf klaar 

Bereid je technisch voor door vooraf deze vragen te beantwoorden: 

  • Waar vind ik het nodige materiaal? Waar kan ik meer materiaal halen? 
  • Hoe kan ik het materiaal zo veilig en efficiënt mogelijk gebruiken?  
  • Hoeveel materiaal moet ik voorzien voor deze groep studenten? Kunnen studenten met hetzelfde materiaal werken? 
  • Werkt al het materiaal naar behoren? Hoe kan ik defecten detecteren? Hoe kan ik zaken vervangen? 
  • Hoe kan ik het practicum bijsturen wanneer er iets fout loopt of als het materiaal het laat afweten? 
  • Zijn de EHBO-kit, het brandblusapparaat en ander veiligheidsmateriaal aanwezig en staan ze binnen handbereik?

Hoe organiseer je een relevant practicum?  

Maak duidelijke afspraken 

Een practicumomgeving is niet noodzakelijk stil en ordelijk: interactie neemt er een centrale plaats in. Afspraken zijn belangrijk. Vraag je daarom af: 

  • Welke houding verwacht je van de studenten? 
  • Wat zijn de orde- en veiligheidsmaatregelen? 
  • Wat moeten studenten zelf meebrengen?
  • Is aanwezigheid verplicht? (Let op: je kan aanwezigheid enkel verplichten als er in de studiefiche verwezen wordt naar een vorm van permanente evaluatie) 
  • Hoe moeten studenten je aanspreken? 
  • Hoe verloopt de evaluatie? Zijn er bepaalde deadlines? Wat zijn de evaluatiecriteria? 
  • Hoe kunnen de studenten feedback krijgen?  
  • Wat kunnen studenten al dan niet vragen per mail of andere onlinekanalen? Maak duidelijk aan studenten hoe de communicatie verloopt en binnen welke tijdspanne je kan antwoorden. 

Maak studenten duidelijk welke opdrachten online zullen doorgaan en welke on campus. Bespreek bij beide wat verwacht wordt en op welke manier deze geëvalueerd zullen worden.

Ufora biedt heel wat mogelijkheden om afspraken te maken, denk bijvoorbeeld aan:

  • Een Ufora-test waarin ze aangeven dat ze zich akkoord verklaren met de orde- en veiligheidsmaatregelen. Deze telt mee in het eindresultaat onder de noemer participatie.
  • Een introductiepagina waarin je aangeeft (1) hoe de cursus is opgebouwd en waar ze hun taken en tests terugvinden, (2) hoe de evaluatie verloopt, (3) wat de evaluatiecriteria zijn, (4) op welke manier de studenten feedback zullen krijgen en (5) hoe studenten vragen kunnen stellen.
  • De Ufora-agenda waarin je deadlines van opdrachten, tests enzovoort opneemt. 

Stem praktijk en theorie op elkaar af 

  • Stem praktijk (het practicum) en theorie (hoorcolleges, cursusmateriaal) op elkaar af: ze moeten voor de student een geïntegreerd geheel vormen. Leg tijdens het practicum duidelijk de link met de theorie uit het hoorcollege, en omgekeerd. Een ervaring (opgedaan tijdens een practicum) leren linken aan de theorie is een cognitieve verwerkingsactiviteit die je als lesgever expliciet moet stimuleren bij je studenten. 
  • Gebruik in het practicum dezelfde terminologie en hetzelfde leermateriaal (bijvoorbeeld slides, foto’s, schema’s) als in de hoorcolleges. Modellen op een andere manier presenteren, is verwarrend voor studenten, tenzij de andere benadering een expliciete meerwaarde heeft. 
  • Plan de practica zo snel mogelijk in na de bijbehorende hoorcolleges. Gebruik daarvoor een jaarplanning. Valt een practicum voor een hoorcollege? Zorg er dan voor dat de studenten zich de theorie zelfstandig eigen maken, bijvoorbeeld met een voorbereidingsopdracht. Ufora heeft daarvoor handige opties, zoals een les met test of quiz.  
  • Situeer het practicum binnen de leerstof van het opleidingsonderdeel. Leg niet alleen de link met de theorie, maar ook met de andere practica: 
    • Wat is er in het vorige practicum aan bod gekomen? 
    • Welke onderwerpen worden nog behandeld in latere practica? 
Leg heel duidelijk de link tussen de (online) thuisopdrachten én de on campus opdrachten én de theorie. Welke opdrachten horen bij elkaar? Wat is een online voorbereiding op een on campusopdracht? Wat is een verwerkingsopdracht na afloop van een practicum… Bij welke stuk theorie sluiten de opdrachten aan?

Zorg voor de juiste voorkennis 

Wanneer het practicum gebaseerd is op leerstof die de studenten al moeten kennen, ga dan na of de studenten deze leerstof wel degelijk beheersen. Als je vroeg om iets voor te bereiden (bijvoorbeeld een artikel lezen, een hoofdstuk herhalen, formules voorbereiden en uitrekenen ...), check dan of dat gebeurd is door gericht vragen te stellen over een bepaald topic of door een korte samenvatting te laten geven door een paar studenten. Een andere manier om meer te weten te komen over de voorkennis van de studenten is een korte test of quiz, bijvoorbeeld via Ufora. Kom meer te weten over het stimuleren van voorkennis op de onderwijstip 'Heterogene studentengroepen: hoe ga je daarmee om?'

Zorg dat je zeker nagaat of studenten de (online) thuisopdrachten van het practicum hebben uitgevoerd. Dit kan door studenten iets online te laten indienen, of door ook een korte online quiz te voorzien.

Stuur in het begin, begeleid aan het einde 

Bied begeleiding op maat. Voorzie voor een eerste practicum geleide oefeningen. Stuur de studenten aan en geef duidelijke instructies, eventueel met een gedetailleerd stappenplan. Naarmate het vertrouwen van de studenten stijgt, kan je ze loslaten en niet meer sturen maar begeleiden, door bijvoorbeeld minder gedetailleerde instructies te geven. Zo activeer je de studenten cognitief en stimuleer je hun zelfstandigheid. 

Dit geldt ook voor online opdrachten. Het kan nodig zijn om studenten in het begin een leerpad te laten volgen of strakke deadlines op te leggen. Deze sturing zal minder noodzakelijk zijn eenmaal studenten weten hoe alles werkt en hoe de online aangeleerde zaken on campus uitgevoerd worden.

Zorg voor voldoende actie en interactie 

  • Actie is belangrijk tijdens een practicum. Spreek studenten aan en stel veel (open) vragen. Vermijd een-op-eengesprekken en betrek zoveel mogelijk studenten. 
  • Kies gepaste onderwijs- en leeractiviteiten die interactie bevorderen: buzz groups, jigsaw, think-pair-share of groepswerk bijvoorbeeld. 
  • Stimuleer geen actie om de actie, maar enkel in functie van de doelstellingen die je wil bereiken. Ook in interactie moeten studenten weten waarom ze aan het doen zijn wat ze doen. 
Actie en interactie zijn moeilijker waar te maken bij online opdrachten. Zet dit enkel in als het echt ook functioneel bijdraagt tot het geheel. Dit kan door bijv. een samenwerkingsruimte aan te maken, een discussieforum, een online bijeenkomst via Bongo of MS Teams … Een vastgelegde samenwerkingspartner geniet hierbij de voorkeur, omdat er anders studenten uit de digitale boot vallen. Zet sowieso volop in op actie en interactie tijdens on campus momenten.

 

In onderstaand filmpje zie je hoe lesgevers aan de UGent voor actie en interactie zorgen tijdens hun practica. 

Meld je aan met je UGent account op MS Stream om de video te bekijken.

Loop rond tijdens het practicum 

Loop rond, een kleine tip met groot effect: 

  • Je neemt een open lichaamshouding aan. De drempel om vragen te stellen is lager voor de studenten en je creëert een veilige leeromgeving.  
  • Je volgt de vooruitgang van studenten zo beter op. Grijp in als iets foutloopt, maar neem het experiment of de oefening niet zelf in handen. Studenten appreciëren hulp zolang ze zelf de oplossing kunnen vinden. Een onverwacht resultaat? Laat hen speculeren waar het foutliep met gerichte vragen. Ook uit fouten kan je leren.  

Zorg voor een authentieke leeromgeving  

  • Werk je in een authentieke leeromgeving, dan leren studenten makkelijker hoe ze leerstof of vaardigheden kunnen toepassen in levensechte situaties (bijvoorbeeld: een experiment uitvoeren in een laboratorium, een patiënt interviewen, een klinische sessie begeleiden, een onderzoek opzetten of een pleidooi voeren). 
  • Zorg voor relevant, uit het leven gegrepen illustratiemateriaal. De herkenbaarheid stimuleert persoonlijke betrokkenheid. Met uiteenlopende voorbeelden leren studenten een concept vanuit verschillende hoeken te bekijken. 

Goede online alternatieven voor een authentieke leeromgeving voorzien is niet eenvoudig. Soms wordt er een beroep gedaan op virtual reality software, maar dit zijn vaak dure alternatieven.

Je kan wel authenticiteit verwerken in de voorbereidende opdrachten. Ook dit werkt zeer motiverend bij studenten. Bijv.:

  • Maak een filmpje van jezelf terwijl je een laboproef uitvoert die de studenten ook zelf moeten uitvoeren. Geef de opdracht aan studenten om het filmpje op voorhand te bekijken als voorbereiding. Enerzijds zorgt dit ervoor dat de studenten vertrouwd geraken met de proefopstelling (ze zien waar ze op moeten letten), alsook met de omgeving waarin ze aan de slag zullen gaan. Doordat studenten vlotter aan de slag kunnen, creëer je voor jezelf meer tijd om te begeleiden tijdens het labomoment.
  • In plaats van met film- kan je ook met fotomateriaal werken: maak foto’s van de verschillende toestellen, labo-opstellingen en combineer dit met enkele testvragen op Ufora. De studenten zien het materiaal, de opstellingen en moeten hier inhoudelijke vragen over oplossen. Ook dit is een ideale manier om voorkennis op te frissen.

Voorzie een afgerond geheel 

  • Studenten zouden alle taken van het practicum moeten kunnen afronden binnen de tijd die voorzien is.  
  • Geef aan het begin van de les aan hoe lang elke taak zou mogen duren. Studenten kunnen zo hun tempo beter bepalen en beter inschatten hoeveel tijd ze nog hebben om hun opdrachten af te werken. 
Ook voor online (thuis)opdrachten is deze communicatie steeds belangrijk. De verwachte tijdbesteding meegeven aan studenten, helpt ook om jouw verwachtingen (bijv. verwachte diepgang, uitgebreidheid van antwoorden, de mate van het grondig in de vingers hebben…) naar de student toe te concretiseren!

Ben jij de ideale practicumbegeleider? 

Met behulp van de vragenlijst voor begeleiders van Cannon en Newble kan je je eigen rol als practicumbegeleider kritisch bekijken. Beantwoord onderstaande vragen zo eerlijk mogelijk en stuur je practicum bij waar nodig. 

  • Moedig je actieve participatie aan bij de studenten? 
  • Vermijd je dat de lesactiviteit van studenten zich beperkt tot observeren? 
  • Heb je een positieve attitude ten aanzien van je lesopdracht en straal je dat ook uit? 
  • Ligt de klemtoon van je les op vaardigheden zoals kritisch denken, problemen oplossen en aspecten van wetenschappelijk onderzoek? 
  • Moedig je de studenten aan om de theorie uit de hoorcolleges te integreren tijdens praktische oefeningen? 
  • Herken je tijdens het practicum de studenten die moeilijkheden hebben met bepaalde concepten of vaardigheden? 
  • Voorzie je verschillende kansen voor de studenten om hun vaardigheden te oefenen? 
  • Ben je vriendelijk, hulpvaardig en beschikbaar voor de studenten? 

Meer weten?  

Lees de bron waarop deze onderwijstip is gebaseerd:

  • Séré, M.-G. (2002), Towards renewed research questions from the outcomes of the European project Labwork in Science Education. Sci. Ed., 86: 624–644. doi: 10.1002/sce.1004 

Laatst aangepast 10 augustus 2020 10:24