Casusonderwijs: oefenen met reële contexten

Wil je je studenten theorie met praktijk laten verbinden? Probeer dan casusonderwijs uit waarbij studenten aan de slag gaan met situaties in een reële context.  

Wat is casusonderwijs? 

Casusonderwijs is een werkvorm waarbij studenten individueel of in groepjes een casus analyseren en daarna klassikaal bediscussiëren. Een casus beschrijft een uitdagende situatie, gebeurtenis of probleem in een reële context waarmee studenten in hun latere professionele loopbaan geconfronteerd kunnen worden. 

Deze werkvorm kan je gebruiken wanneer je studenten verworven theoretische kennis wil laten toepassen op een praktijksituatie. Daarnaast werk je met casusonderwijs ook aan competenties zoals samenwerken en communiceren, probleemoplossend denken, kritisch reflecteren en creatief denken, oordeelsvorming… 

Hoe zet je casusonderwijs in?  

Casusonderwijs bestaat uit twee stappen, de casusanalyse en de casusdiscussie. 

  • Casusanalyse (individueel of kleine groep) 
    • De studenten analyseren, individueel of in groepjes, de casus. Zo denken ze na over mogelijke oplossingen of beslissingen. Vaak moeten ze hun probleemoplossingsproces en hun mogelijke oplossingen neerschrijven. 
    • Belangrijk is dat de casus alle informatie bevat die nodig is om de casus te analyseren. Dat kan gaan van tabellen met cijfers over verslagen van gesprekken tot onderzoeksrapporten. Dat betekent echter niet dat de student tijdens het oplossingsproces geen extra informatie mag of moet opzoeken.  
  • Casusdiscussie (klassikaal) 
    • De studenten discussiëren klassikaal over de problemen in de casus. Ze confronteren hun analyses en beslissingen met elkaar. Door zich tegenover elkaars argumenten af te zetten of erop voort te bouwen, werken ze creatief verder aan een oplossing. Bij een complexere casus zijn er vaak ook meerdere oplossingen mogelijk of eindig je met een mix van conclusies en verdere vragen.  
    • Neem als lesgever voor de rol van facilitator op waarbij je de discussie begeleidt en structureert. 

Welke aandachtspunten zijn er bij casusonderwijs?  

Kies een authentieke casus 

  • Haal inspiratie voor de casus uit reële situaties. Kijk bijvoorbeeld naar de eigen praktijk (bijv.: een patiëntendossier, een vonnis of een actuele politieke kwestie) of vraag cases op bij organisaties of bedrijven. 
  • Hou verder rekening met de volgende kenmerken. De casus: 
    • bevat elementen die aansluiten bij de leefwereld van de student. 
    • trekt de aandacht door een interessant verhaal. 
    • is actueel. 
    • zorgt dat de studenten zich kunnen inleven in het hoofdpersonage. 
    • wordt aangevuld met citaten. 
    • omvat controversiële topics. 
    • is breed toepasbaar. 
    • is opgesteld vanuit het standpunt van één van de betrokken personen. 
    • bevat geen interpretaties. 

Hou rekening met de complexiteit van de casus. 

  • Het is belangrijk dat je als lesgever rekening houdt met de voorkennis van studenten. Bouw de complexiteit van de casussen dan ook gradueel op.  
  • De complexiteit van een casus kan je bepalen door:  
      1. de beschikbare info in de casus
        • Ga op voorhand na met welke obstakels studenten geconfronteerd zullen worden en bereid je hierop voor: Welke vragen zal de casus oproepen? Hoe ga ik hier een antwoord op bieden? Ga ik de studenten extra literatuur aanbieden?  
        • Kies er ook bewust voor om een in eerste instantie met informatierijke casussen te werken om zo over te gaan tot complexere, minder duidelijke casussen.  
      2. de beschikbare bronnen
        • Ga zelf ook op zoek naar achtergrondinformatie. Zo krijg je een duidelijk beeld van de beschikbare info en kan je studenten begeleiden bij het zoeken naar info.  
        • Bundel de informatie, bijvoorbeeld in een eigen casusdossier. 
      3. mogelijke oplossingen van de casus
        • Een gemakkelijkere casus is een casus waarbij je tot één standaardantwoord komt.  
        • Een meer complexe casus kent een open einde en vaak meerdere antwoorden.  

Voorzie duidelijke richtlijnen voor de studenten 

  • Specificeer de doelstellingen van de opdracht voor de studenten zodat ze duidelijk weten wat je van hen verwacht. Voorzie hiervoor richtlijnen op papier. Dat kan eventueel in de vorm van een analyseschema zoals dat van Universiteit Twente.  
  • Bekijk voor meer inspiratie bij het opstellen van richtlijnen de website van de University of California

Bereid de casusdiscussie goed voor 

  • Bereid discussievragen voor en laat die op elkaar verder bouwen. Vraag in de discussieronde voldoende naar observaties, contrasten, vergelijkingen, enz.  
  • Zorg er verder voor dat je geen oordeel vormt en geen aanwijzingen geeft die leiden naar één bepaald antwoord.  
  • Laat studenten visies uitwisselen, schematiseer die eventueel op het bord en geef studenten de kans zelf tot een antwoord te komen. 

Meer weten?  

  • BV-databank. (2015). Casussen en de casemethode. Geraadpleegd op 18/07/2019 via https://www.bvdatabank.be/node/60
  • Expertisecentrum Hoger Onderwijs. (2013) Vijftig onderwijstips. Garant, Antwerpen 
  • Lkoundi, A. & van Woerden, W. (1997). Ontwerpen van cases. Leren van praktijkgevallen. Hoger Onderwijs Reeks. Groningen, Wolters-Noordhoff. 

Laatst aangepast 25 mei 2020 16:29