Discussie modereren: in de klas

Een discussie is een goede werkvorm wanneer je je studenten wil activeren en wanneer je hun taalproductie wil bevorderen – mondeling als het om een live discussie gaat, schriftelijk als het om een onlinediscussie gaat. Deze onderwijstip gaat in op live klasdiscussies – hoe je ze opstart, levendig houdt en modereert – en op online discussiefora. 

Hoe modereer je een discussie? 

De rol van de moderator is het debat in goede banen te leiden zonder inhoudelijke standpunten in te nemen of een inhoudelijke bijdrage te doen. Een moderator bewaakt dus vooral de procedure en het proces van het debat. Als moderator heb je ook de verantwoordelijkheid om het debat op gang te brengen en om de discussie gaande te houden. 

Hoe open je een discussie? 

Een discussie op gang brengen is niet altijd eenvoudig. Daarom moet je er zeker voor zorgen dat je studenten voldoende informatie hebben om de discussie te starten. Lever dus achtergrondinformatie aan in je lessen of start met een gastspreker en stel één element uit de lezing ter discussie. Ook de discussie openen met een (controversiële) vraag of met een (persoonlijke) ervaring is een mogelijkheid.

Wanneer je merkt dat de drempel om vragen of controversiële meningen te uiten te hoog is, is het goed om te starten met laagdrempelige vormen van interactie. Daarbij hoeven studenten zich niet zo kwetsbaar op te stellen, waardoor de discussie nadien vaak vlotter verloopt. Dit zijn enkele mogelijke werkvormen om het debat op gang te trekken: 

  • Stellingen of meerkeuzevragen. Gebruik eventueel digitale stemsystemen zodat iedereen moet antwoorden.
  • Studenten discussiëren in groepen van twee tot vier studenten over stellingen, opdrachten of vragen. Nadien lichten ze hun standpunten plenair toe. 
  • Studenten denken eerst individueel na en overleggen vervolgens met hun buur. Nadien bespreek je plenair. Dat is de think pair share-techniek
  • Een kleine groep studenten discussieert vooraan in het lokaal. De overige studenten luisteren. Trek nadien de discussie open naar alle studenten. Dat is de fish bowl-techniek
  • One-minute paper: studenten noteren in één zin op een post-it wat ze het meest interessante idee vinden of wat nog onduidelijk is. Enkele van die post-its kan je bespreken. 
  • Wanneer je een discussie op gang wil brengen nadat de studenten een lezing hebben gehoord, kan je je studenten adviseren om door de lezing heen vragen neer te schrijven. Ze kunnen die vragen eventueel al laten doorspelen aan de spreker. 
  • Geef uitdrukkelijk aan wanneer het moment om vragen te stellen is aangebroken. Zeg bijvoorbeeld: “Jullie hebben ongetwijfeld vragen. Dit is het moment waarop jullie ze kunnen stellen” of “Wat zijn jullie vragen?” Vermijd om te zeggen “Zijn er vragen?” Dat is meestal een dooddoener, waarop de studenten makkelijk met “nee” kunnen antwoorden. 
  • Bereid zelf een vraag voor, waarmee je het ijs kan breken wanneer er niet meteen vragen van studenten komen. 

Hoe betrek je alle studenten in een discussie? 

Tijdens een klasdiscussie wil of verwacht je dat alle studenten ten minste een keer aan het woord komen. Dat gaat meestal niet vanzelf: sommige studenten hebben nu eenmaal wat meer aanmoediging nodig dan andere om aan het gesprek deel te nemen. Dit zijn enkele technieken waarmee je alle studenten bij het debat kan betrekken: 

  • Laat de studenten eerst hun argumenten individueel noteren en bespreek ze nadien plenair. Zo krijgen alle studenten de kans om mee te denken. 
  • Bescherm de beurten van minder snelle studenten. Gebruik bijvoorbeeld zinnen als: 
    • “Ik waardeer je commentaar, maar wil ook de mening van de anderen horen.” 
    • “Ik ga eerst even luisteren naar… en kom daarna bij jou.” 
  • Geef sommige studenten expliciete kansen: stel eerst een gesloten vraag, als opstapje naar meer. 
  • Wees alert voor kleine non-verbale signalen van stillere studenten en bied hun dan de kans om hun zegje te doen. Is een student aan het knikken? Zeg dan: “Ik zie dat je akkoord gaat. Kan je je mening even toelichten?” Of: “Klopt het dat jij het oneens bent met deze stelling? Waarom?” 
  • Duid zelf iemand aan om een vraag te beantwoorden. Zo voorkom je dat het altijd dezelfde studenten zijn die aan het woord zijn. 

Hoe stel je krachtige discussievragen aan studenten? 

  • Stel geen vragen waar slechts één juist antwoord op is; zulke vragen komen bedreigend over. Beter is om open vragen te stellen. Bijvoorbeeld:  
    • “Kan je beargumenteren waarom je daarvoor kiest?” 
    • “Welke impact heeft dat idee op jouw werk als socioloog?” 
    • “Kan je het interessantste idee samenvatten in één zin of in enkele woorden?” 
    • “Hoe zou je dit toepassen in de praktijk?” 
    • “Kan je de belangrijkst conclusie verwoorden?” 
    • “Kan je één pro- en één contra-argument geven?” 
    • “Kan je wat je geleerd hebt, samenvatten in drie puntjes?” 
    • “Kan je samenvatten wat tot nu toe gezegd is?” (Vraag tussentijds een student om wat gezegd is samen te vatten. Zo blijft iedereen op dezelfde golflengte zitten.) 
  • Zorg voor vragen of stellingen die voldoende controverse veroorzaken. 
  • Verplicht studenten een standpunt in te nemen los van het eigen ideeëngoed. Vanuit dat standpunt verzamelen ze argumenten. Wat hun eigen standpunt is, kan later in het gesprek nog aan bod komen. Zo verplicht je studenten om een topic eens vanuit een andere invalshoek te bekijken. 

Opgelet: blijf niet te lang bij één student tijdens een discussie. Dan haakt de rest van het publiek af.  

Hoe organiseer je een discussie? 

  • Stel de gespreksregels samen met de studenten op. Welke rol moeten studenten opnemen? Welke rol neem jij als moderator op? Welke rol neemt de gastspreker op zich? 
  • Laat vragen of stellingen voorbereiden door de gastspreker, of gebruik de vragen die studenten op het forum plaatsten. 
  • Wees voorbereid. Welke vragen verwacht je van studenten? Hoe kan je die vragen doorspelen naar de spreker, ombuigen, afbakenen, enz.? Het moeilijke met een discussie is namelijk dat je niet weet welke richting ze uit zal gaan. Baken goed af welke vragen je verwacht, welke aspecten van het topic wel en welke niet behandeld kunnen worden, enz. Het is aan jou als moderator om een kader te bieden. 
  • Onderbreek de stiltes niet! Tijdens die momenten denken de studenten immers na. 
  • Laat eerst de ene helft van het auditorium een vraag beantwoorden en dan de andere helft. Dat is dwingend, maar toch aanvaardbaar: de andere studenten weten dat ze ook aan de beurt zullen komen. 
  • Splits een open vraag op in deelaspecten. Laat de studenten in groepen van twee tot vier de vraag beantwoorden en behandel nadien plenair de verschillende vragen. Je kan ofwel elke groep dezelfde vraag stellen, of elke groep vragen om vanuit een ander perspectief een problematiek te benaderen en die dan plenair tegenover elkaar plaatsen. 
  • Vraag studenten om notities te nemen. Vraag bijvoorbeeld om een probleem, de voorkennis rond een probleem, mogelijke oplossingen, de kwaliteit van de oplossingen of een conclusie te formuleren. 
  • Spreek de studenten bij naam aan. 
  • Concludeer aan het einde van het gesprek of laat studenten een samenvatting maken. Je kan dat doen door een student te laten starten en dan die samenvatting door nog twee andere studenten te laten aanvullen. 
  • Respecteer het einduur van de les en rond tijdig af. Zo vermijd je dat mensen midden in het debat moeten weglopen. 

Laatst aangepast 23 september 2020 16:47