Soorten onderwijsinnovatieprojecten aan de UGent

Zowel op facultair als op centraal niveau worden er verschillende initiatieven genomen om onderwijsinnovatie te stimuleren. Er zijn drie soorten projecten:

  1. Competitief toegewezen innovatieprojecten;
  2. Facultair innovatieproject
    • binnen de opgelegde thema’s
    • binnen de vrije facultaire ruimte
  3. Centrale innovatieprojecten

Competitieve toewijzing van de projecten

De UGent voorziet 180.000  euro voor competitief toegewezen innovatieprojecten. De middelen van een project worden toegewezen aan één coördinerend promotor. De geplande verdeling van de middelen wordt beschreven in het voorstel. Projectvoorstellen kunnen meedingen voor middelen per trap van 30.000 euro, met een maximum van 3 trappen. Hierbij geldt de volgende verdeling:

  • Trap 1: een project wordt ingediend door promotoren van tenminste 2 faculteiten (30.000 euro)
  • Trap 2: een project wordt ingediend door promotoren van tenminste 3 faculteiten (60.000 euro)
  • Trap 3: een project wordt ingediend door promotoren van tenminste 4 faculteiten (90.000 euro)

De competitieve projecten worden beoordeeld op de volgende criteria:

  • Innoverend karakter tegenover wat momenteel al van toepassing is aan de UGent.
  • Toepasbaarheid van de innovatie in tijd en breedte (buiten de initieel betrokken partijen).
  • Interdisciplinair karakter – betrokkenheid van verschillende studiegebieden.
  • Mate waarin de projectinhoud in verhouding staat voor het gevraagde bedrag (value for money).

Facultaire projecten

Binnen de opgelegde thema’s

De faculteiten doen een voorstel voor projecten die passen binnen door de Onderwijsraad opgelegde thema’s. Voor tenminste de helft van de projecten/middelen is er een samenwerkingsverband met een andere faculteit. Dat betekent niet dat de middelen voor die projecten moeten worden gedeeld met de andere betrokken faculteiten. Er moet wel aangetoond worden dat er input komt van buiten de faculteit bij een project, of dat er gebruik wordt gemaakt van knowhow van de andere faculteit of dat er al toepassingsmogelijkheden buiten de faculteit worden geëxploreerd.

Vrije facultaire ruimte

Voor de vrije facultaire ruimte wordt een ruime interpretatie gegeven aan innovatie, maar het blijven projectmatige middelen met een begin- en een einddatum die niet systematisch mogen worden ingezet voor blijvende ondersteuning van bepaalde opleidingsonderdelen.

Hier vindt u een overzicht van de facultaire en centrale innovatieprojecten.

Opmerking: uitzonderlijk werd in 2019 een groot deel van het innovatiebudget ingezet voor het Activerend leren, waardoor de bestaande verdeling van middelen dat jaar niet gold. Zo zijn er geen competitieve innovatieprojecten en konden de faculteiten dat jaar zelf beslissen waaraan de ze middelen voor onderwijsinnovatie besteden.

Meer weten?

Neem contact op met Jan Velghe, verantwoordelijk voor onderwijsinnovatie binnen de afdeling Onderwijskwaliteitszorg:

Laatst aangepast 17 september 2020 18:46