Dyslexie: hoe kan je helpen?

Studenten met dyslexie vertonen uitgesproken problemen met leestempo, waardoor ze er veel langer over doen om schriftelijke leerstof door te nemen, te verwerken en in te studeren. De teksten van studenten met dyslexie missen structuur en zijn vaak minder aangenaam om te lezen. Voor je de teksten beoordeelt, is het goed om eerst meer inzicht te krijgen in deze functiebeperking. Wil je ook actiever ondersteunen in je lespraktijk? Ook daarvoor geeft deze onderwijstip suggesties. 

Wat is dyslexie? 

Dyslexie is een leerstoornis die thuishoort onder de ontwikkelingsstoornissen. De Stichting Dyslexie Nederland definieert die stoornis zo: “Dyslexie is een specifieke leerstoornis die zich kenmerkt door een hardnekkig probleem in het aanleren van accuraat en vlot lezen en/of spellen op woordniveau, dat niet het gevolg is van omgevingsfactoren en/of een lichamelijke, neurologische of algemene verstandelijke beperking." Studenten met dyslexie blijven problemen hebben met het omzetten van klanken in woorden, waardoor de klank-tekenkoppeling minder goed is geautomatiseerd.  

Dyslectici lezen daardoor opvallend trager dan hun leeftijdsgenoten en moeten meer moeite doen om woorden snel en correct te herkennen. Vaak gaat dat gepaard met hardnekkige spellingsfouten die niet te ‘genezen’ zijn, hoe vaak je de regels ook herhaalt. Studenten met dyslexie zijn wel vaak goede, creatieve probleemoplossers. Zo proberen ze in papers langere, complexe woorden te vermijden. Dat dyslexie nu meer lijkt voor te komen dan vroeger, komt doordat de leerstoornis nu vaker wordt gedetecteerd. 

Wie lijdt aan dyslexie? 

Het aantal dyslectici hangt af van taal tot taal. In het Engels, waar spelling en uitspraak sterk afwijken, loopt het aantal op tot 20 procent; in het Italiaans en Spaans waar er bijna een één-op-éénrelatie bestaat tussen spelling en uitspraak gaat het om slechts 1 tot 3 procent. Het Nederlands zit daar tussenin qua aantal dyslectici. Mannen kampen vaker met dyslexie dan vrouwen, ongeveer 60 versus 40 procent. Als je ouders dyslectisch zijn, heb je 30 procent meer kans om zelf dyslexie te ontwikkelen. 

Wat zijn de gevolgen van dyslexie? 

  • Dyslectici lezen twee tot drie keer trager dan leeftijdsgenoten zonder dyslexie. Als ze een tekst snel moeten lezen, en bij achtergrondlawaai of extra druk (bijv.: bij examens), neemt de foutenlast toe.  
  • Dyslectici lezen deze woorden substantieel vaker fout dan ‘gewone’ lezers: 
    • dubbelzinnig gespelde woorden (bijv.: bommelding
    • woorden met meerdere lettergrepen (bijv:. voetbalwedstrijd
    • abstracte woorden (bijv.: eigennamen) 
    • woorden uit een andere taal (bijv.: touroperator

Ze kunnen dus begrippen fout overschrijven, instuderen en reproduceren. 

  • Dyslectici hebben vaker last met luisteren en tegelijkertijd noteren. Dat leidt tot onvolledige en slordige notities. Vooral als de inhoud nieuw is, neemt de aandacht voor taalvorm af.  
  • Dyslectici hebben het moeilijker dan andere studenten om een tekst helder te structureren en hoofd- en bijzaken te scheiden. 
  • Dyslectici maken meer spelfouten dan leeftijdsgenoten: ‘luisterfouten’, (bijv. verspeken in plaats van verspreken), ‘onthoudfouten’ (bijv. ou-au of ei-ij) of regelgebaseerde fouten (bijv. dt-fouten).  
  • Dyslectici omzeilen soms moeilijke, academische woorden en vervangen ze door eenvoudiger spelbare varianten, die dan spreektaliger en informeler van aard zijn. De nuance in hun teksten gaat daardoor soms verloren. 
  • Dyslectici maken meer fouten tegen het gebruik van hoofdletters en leestekens, waardoor hun teksten minder gestructureerd zijn.  
  • Dyslectici scoren, in het algemeen, veel sterker op mondelinge taken dan op schrijftaken. 
  • Dyslectici vertonen doorgaans een tragere verwerkingssnelheid. 

Wat doet de UGent voor studenten met dyslexie? 

Studenten kunnen, als ze een attest kunnen voorleggen, een Bijzonder statuut voor studenten met een functiebeperking aanvragen bij het Aanspreekpunt student en functiebeperking

Studenten met dyslexie krijgen pas een attest als er voldaan is aan drie basiscriteria: 

  • het achterstandscriterium: er moet sprake zijn van een klinische score bij lezen en/of spellen. 
  • het exclusiecriterium: de lees- en spelproblemen mogen geen andere oorzaak hebben. 
  • het didactische resistentiecriterium: de lees- en spelproblemen blijken hardnekkig, ook na minstens drie tot zes maanden extra remediëring. 

Wat kan je als lesgever betekenen voor studenten met dyslexie? 

Wanneer je studenten met dyslexie in je les hebt, verwijs ze dan in de eerste plaats door naar het Aanspreekpunt student en functiebeperking. De collega's van het Aanspreekpunt testen de student en bieden compenserende maatregelen. Maar je kan ook in je lespraktijk een verschil maken. 

Besef vooral dat het concept ‘hardnekkig’ onlosmakelijk verbonden is met dyslexie: ervan af geraken is jammer genoeg niet mogelijk. Compenseren blijkt de enige oplossing voor studenten met dyslexie. Als lesgever kan je met deze kleine aanpassingen studenten ook binnen je lessen ondersteunen:  

  • Geef studenten met dyslexie meer tijd. Ze lezen en schrijven immers trager dan studenten zonder functiebeperking. 
  • Bezorg studenten je cursusmateriaal digitaal zodat ze die via compenserende software kunnen laten voorlezen (bijvoorbeeld: SprintPlus, Kurzweil, ClaroRead) of via een Daisy-speler). 
  • Sta studenten met dyslexie toe dat ze de spelling van hun tekst kunnen checken via woordvoorspellende en grammatica-ondersteunende compenserende software (bijvoorbeeld:  Alinea en WoDy of Skippy). Deze software krijgen studenten ter beschikking via het Aanspreekpunt student en functiebeperking. Je hoeft er dus zelf niets voor te ondernemen. Opgelet: die software is een hulpmiddel, geen wondermiddel. 
  • Kweek studenten met dyslexie de gewoonte aan dat ze hun tekst altijd eerst laten nalezen door iemand uit hun netwerk voor ze hem bij jou inleveren. Ook daarvoor is het belangrijk dat je hun extra tijd geeft: de nalezers moeten immers ook de tijd krijgen. Of laat hen gebruik maken van de Schrijfhulp van de KULeuven-collega’s. Studenten kunnen hun schrijftaken uploaden en krijgen feedback op stijl, structuur en taalvorm. De UGent heeft een licentie aangekocht voor zowel Nederlands als Engels.  
  • Voel je aan dat de student er alleen voorstaat en geen ondersteunend netwerk heeft? Verwijs dan door naar de extracurriculaire ondersteuning van de UGent, bijvoorbeeld Taalonthaal (voor academisch Nederlands) en (c)ENTER (voor academisch Engels). Taalonthaal en (c)ENTER mogen geen teksten op spel- en tikfouten nalezen, maar helpen dyslectische studenten wel met structuur aanbrengen in hun paper.  
  • Evalueer je naast het inhoudelijke luik ook het taalluik van teksten? Dan zou je spelfouten en tikfouten milder kunnen quoteren en het inhoudelijke sterker laten doorwegen. 
  • Hou je evaluatie voor studenten met dyslexie zo helder mogelijk. Gebruik verschillende kleuren voor: 
    • spelfouten, tikfouten, grammaticale fouten 
    • structuurfouten 
    • stijlfouten 

Meer weten?  

Laatst aangepast 19 juni 2020 16:07