Portfolio: een veelzijdige werkvorm én evaluatievorm

Wil je graag dat studenten hun vooruitgang bij een leerproces bijhouden? Of wil je graag een evaluatievorm gebruiken waarbij je de studenten ruimte biedt voor creativiteit? Dat en nog vele andere toepassingen zijn mogelijk met het portfolio. 

Wat is een portfolio? 

Een portfolio is een doelgerichte verzameling van materiaal dat de student verzamelt en dat zijn of haar inspanningen, vooruitgang en prestaties weergeeft. Het materiaal kan bestaan uit werkstukken, voorbereidingen, zelfreflecties, feedback van jou als lesgever of van medestudenten, enz. Zo worden het leerproces en de verworven competenties zowel voor de student zelf als voor jou als lesgever zichtbaar. 

Je kan een onderscheid maken tussen: 

  • het ontwikkelingsgerichte portfolio dat focust op het leerproces. 
  • het assessmentportfolio dat de nadruk legt op competenties bewijzen. 

Wanneer gebruik je een portfolio? 

Het ontwikkelingsgerichte portfolio en het assessmentportfolio zijn breed inzetbaar. Je kan beide ook combineren. Vaak wordt een portfolio ingezet binnen één opleidingsonderdeel, maar je kan het ook inzetten over meerdere opleidingsonderdelen heen. Zeker bij competenties die een leerlijn vormen binnen de opleiding is dat een meerwaarde. 

Het ontwikkelingsgerichte portfolio  

Wanneer je een ontwikkelingsgericht portfolio gebruikt, staat het leerproces van de student centraal. Studenten monitoren hun leerproces en maken hun groei zichtbaar. Reflectie van de student is daarbij vaak een cruciaal element. Bij dit soort portfolio’s is tussentijdse feedback bovendien heel waardevol. 

Ontwikkelingsgerichte portfolio’s worden vaak ingezet bij leerprocessen die nauw aansluiten bij de praktijk omdat ze een authentiek beeld scheppen van hoe studenten taken uitvoeren in complexe professionele of onderzoekssituaties. Daarom wordt een portfolio vaak gebruikt om stages te begeleiden. 

Je kan een portfolio echter ook inzetten als leermiddel tijdens een lessenreeks. Laat studenten bijvoorbeeld thema’s uit de cursus opvolgen in de actualiteit en opdrachten daarover toevoegen aan het portfolio. Zo leren studenten in het dagdagelijks leven alert te zijn voor die thema’s en er kritisch over te reflecteren. 

Het assessmentportfolio  

Bij het assessmentportfolio ligt de focus op competenties bewijzen en evalueren. Hier gaat het erom om als student te tonen wat je kan. Vaak wordt een combinatie gemaakt met het ontwikkelingsgerichte portfolio. Het portfolio is dan het leermiddel waarmee de lesgever het vorderingsproces formatief evalueert (zonder score toe te kennen) en aan het einde ook het eindproduct summatief evalueert (door een score toe te kennen). 

Een digitaal portfolio 

Ufora stelt ook een digitaal portfolio ter beschikking, namelijk via ePortfolio. In Ufora heeft iedere student één ePortfolio. Dat portfolio is dus niet gekoppeld aan opleidingsonderdelen, waardoor je het gemakkelijk opleidingsbreed kan inzetten. Wanneer je dit enkel binnen jouw opleidingsonderdeel wil gebruiken, maak je een ‘verzameling’ voor jouw opleidingsonderdeel/opdracht aan waarin je dan het portfolio voor de studenten voorstructureert. Meer informatie over het gebruik van het ePortfolio binnen Ufora vind je de Ufora-cursus Activerend Onderwijs en in de Ufora-handleiding.  

Een digitaal portfolio heeft verschillende voordelen: 

  • Het is gemakkelijk in gebruik. De structuur en inhoud zijn gemakkelijk aan te passen, je kan het portfolio snel delen, enz.  
  • Zowel jij als de studenten kunnen op ieder moment, waar dan ook het portfolio bewerken. Als lesgever kan je dus korter op de bal spelen voor bijvoorbeeld tussentijdse feedback.  
  • Studenten hebben de mogelijkheid om afbeeldingen, video’s, enz. te integreren.  
  • Je kan gemakkelijk differentiëren (bijvoorbeeld bij Erasmusstudenten). 
  • … 

Welke aandachtspunten zijn er bij een portfolio? 

Vertrek vanuit je doelen 

Vertrek steeds vanuit specifieke doelstellingen voor de student. Vaak wordt daarnaast van de student verwacht dat zij extra persoonlijke doelen opstellen waaraan zij binnen het portfolio willen werken. 

Voorzie een duidelijke structuur voor het portfolio 

Structureer voor. Dat is transparanter voor de student, maar een duidelijke structuur maakt het jou als evaluator ook gemakkelijker. 

Stel duidelijke evaluatiecriteria op, maar laat ook variatie toe 

Formuleer vooraf duidelijke evaluatiecriteria en geef die mee aan de studenten. Onderwerpen of de omvang van de portfolio’s standaardiseer je best niet. Dat gaat namelijk in tegen het specifieke karakter van portfolio’s waarin je de student voldoende ruimte moet geven om zelf te beslissen hoe ze hun verworven competenties best weergeven. Zorg wel dat er algemene criteria zijn die de prestaties over de verschillende taken vergelijkbaar maken, zoals diepgang, voldoende bewijsmateriaal en systematisch reflecteren. 

Praktijkvoorbeelden van een portfolio  

Opleidingsonderdeel Leeromgevingen voor volwassenen 

In het opleidingsonderdeel Leeromgevingen voor volwassenen uit de masteropleiding Pedagogische Wetenschappen houden studenten tijdens het semester een portfolio bij. Daarin verzamelen ze enkele specifieke werkstukken (waaronder enkele groepstaken) en een reflectie over het (samenwerkings)proces. Studenten reflecteren ook kritisch over een selectie van de leerinhouden die in de lessenreeks aan bod kwamen. Die leerinhouden selecteren ze zelf. Ze worden ook gestimuleerd om extra bronnen te gebruiken. 

Om studenten bij het portfolio te begeleiden geeft prof. De Wever hints tijdens de les wanneer er een opportuniteit is om te reflecteren. Verder worden studenten ook expliciet gestimuleerd om vragen die in de les aan bod komen op te nemen in het portfolio. Op die manier worden alle studenten aangespoord om actief na te denken, maar hoeft niet iedereen aan het woord te komen tijdens de les. Op het mondelinge examen wordt, ten slotte, een vraag gesteld rond een kritische bedenking die de student heeft gemaakt in zijn of haar portfolio.  

Opleidingsonderdeel Mondgezondheid en maatschappij 

In het opleidingsonderdeel Mondgezondheid en maatschappij uit de opleiding Tandheelkunde wordt vertrokken van de filosofie dat (toekomstige) tandartsen en maatschappelijk kwetsbare groepen elkaar in het dagelijks leven nauwelijks ontmoeten, en al zeker niet tijdens de studententijd. Dat toont de lesgever, dr. Martijn Lambert, in de inleidingsles aan op basis van de diversiteit binnen de groep studenten, die extreem laag is in de tandheelkunde. Dat zorgt voor een absolute onwetendheid en een kennis van elkaars situatie (doelgroep-tandarts) die louter steunt op ‘van horen zeggen’. Er wordt in het onderwijs ook soms te sterk uitgegaan van de vanzelfsprekendheid dat studenten ‘uit zichzelf’ een correct beeld van de maatschappelijke problemen zullen vormen, en wanneer ze dat niet doen, wordt het belerende vingertje bovengehaald.  

Om die reden integreert het opleidingsonderdeel Mondgezondheid en maatschappij een portfolio-opdracht, waarbij de studenten ondergedompeld worden in een bestaande armoede- of welzijnsorganisatie, met een brede waaier aan doelgroepen. Ze werken er een project uit dat de mondgezondheid van de doelgroep moet verbeteren. De opdracht omvat verplicht volgende stappen: 

  • probleemanalyse: wat zijn de mondgezondheidsproblemen binnen de doelgroep (eigen onderzoek en/of gebaseerd op de literatuur) 
  • determinantenanalyse: welke factoren liggen aan de basis van het probleem (eigen onderzoek en/of gebaseerd op literatuur) 
  • voorbereidingsfase: bestaan er in de literatuur goede interventies binnen de doelgroep? Op welke determinant(en) wil ik mij primair focussen en hoe ga ik dat doen? 
  • implementatie 
  • procesevaluatie + effectevaluatie  

 

De quotering van de studenten bestaat uit verschillende onderdelen: 

  • 40% gaat naar de portfolio-schrijfopdracht: kan de student de verschillende stappen onderscheiden en correct beschrijven? 
  • 30% gaat naar het uitvoeren van de opdracht: de armoede-organisatie beoordeelt de studenten op basis van wat ze in de praktijk hebben uitgevoerd. Op die manier worden studenten niet enkel beloond voor hoe goed ze kunnen zeggen wat ze (al dan niet) doen, maar ook voor hun werk zelf. 
  • 30% gaat naar de presentatie van hun opdracht aan medestudenten: de studenten geven een powerpointpresentatie van 20 minuten voor hun medestudenten en een jury die bestaat uit teamleden van het onderwijs én de organisaties waar gewerkt werd. Dat heeft een dubbel voordeel: studenten kunnen hun ervaringen met elkaar delen, en eventuele mismatchen tussen de scores van A en B kunnen in overleg tussen lesgevers en organisaties worden uitgeklaard. 

De portfolio-opdracht biedt verschillende voordelen: 

  • Ze laat studenten kennismaken met de realiteit van bepaalde doelgroepen. 
  • Ze helpt organisaties en sensibiliseert op vlak van mondgezondheid. 
  • Ze wordt door alle partijen als aangenaam en verrijkend ervaren. 

Meer weten?  

Lees de bronnen waarop deze onderwijstip is gebaseerd:

  • Aper, L., Koole, S., Derese, A., & De Bruyn, H. (2010). Gebruik van een elektronisch portfolio binnen de opleiding tandheelkunde aan de Universiteit Gent: perceptie van studenten. Contactpunt: Verbond Der Vlaamse Tandartsen, (2), 33–38. 
  • De Naeghel, J. (2013). Coaching & begeleiding – portfolio’s [powerpointpresentatie]. Gent: Universiteit Gent  
  • Elango, S., Jutti, R.C. & Lee, L.K. (2005). Portfolio as a learning tool: Students' perspective. Annals of the Academy of Medicine, 34(8). 
  • Ritzen, M. & Kösters, J. (2002). Mogelijke functies van een portfolio binnen een competentiegericht curriculum. Onderzoek van onderwijs, 31(1), 3-7. 
  • Van Tartwijk, J., Driessen, E., Hoeberigs, B., Ritzen, M., Stokking, K. & van der Vleuten, C. (2003). Werken met een elektronisch portfolio. Groningen: Wolters Noordhoff. 
  • Van Tartwijk, J., Driessen, E., Van Der Vleuten, C., & Stokking, K. (2007). Factors influencing the successful introduction of portfolios. Quality in Higher Education, 13(1), 69-79. 

Laatst aangepast 16 juli 2020 09:30