Peerassessment: laat studenten elkaar beoordelen

Wil je studenten elkaars product niet louter van inhoudelijke feedback laten voorzien (= peerfeedback), maar ook elkaars product laten evalueren door een score toe te kennen? Dat kan, met peerassessment

Wat is peerassessment? 

Bij peerassessment of peerevaluatie evalueren studenten elkaars inzet of prestaties via criteria die hun lesgever voor hen heeft geformuleerd of via criteria die ze zelf ontwikkelen. Peerassessment komt veelal voor in onderwijssituaties waarin groepswerk een centrale rol speelt, terwijl de term peerreview vaak gebruikt wordt wanneer studenten elkaars individuele producten (bijvoorbeeld: papers) evalueren. Zowel bij peerassessment als peerreview kennen studenten elkaar een score toe. Dat is niet het geval bij peerfeedback: Studenten geven dan uitsluitend feedback op basis van criteria van de lesgever. 

Wanneer zet je peerassessment in? 

Peerassessment: 

  • biedt studenten de mogelijkheid om (tussentijds) feedback te geven en te ontvangen. Op die manier leren zij zowel uit het zichtbaar maken van hun eigen sterktes en zwaktes, maar ook uit het zichtbaar maken van de sterktes en zwaktes van de ander. 
  • zorgt ervoor dat studenten de prestatie van hun collega’s kritisch moeten analyseren. 
  • plaatst de student in de rol van evaluator. De studenten leren op die manier de kwaliteit van het werk en functioneren van anderen op een kritische manier te bekijken en te evalueren. 
  • is een tussenstap om studenten tot zelfevaluatie te brengen. 
  • geeft studenten de mogelijkheid om hun eigen leeruitkomsten te kaderen. 
  • biedt de lesgever de mogelijkheid om inzicht te krijgen in het groepsgebeuren bij groepswerk. 
  • biedt mogelijkheden tot gedifferentieerde evaluatie bij groepswerk. 
  • zorgt voor een dieper inzicht in de evaluatiecriteria van het vakgebied. 

Wat zijn de aandachtspunten bij peerassessment? 

Stel de evaluatiecriteria af op de einddoelen 

De criteria die studenten moeten hanteren tijdens de evaluatie van hun medestudenten kunnen geen standaardcriteria zijn. Ga voor elke opdracht na welke doelstellingen je wil bereiken en stel de criteria hierop af. 

Train de studenten in het evalueren van hun medestudent 

Studenten zijn meestal niet gewend aan peerassessment. Het valt hun veelal moeilijk een oordeel te vellen over een medestudent. Duidelijke criteria en enige begeleiding in het beoordelen van hun medestudent is hier noodzakelijk. Die begeleiding komt ook de betrouwbaarheid en objectiviteit ten goede. 

Maak gebruik van evaluatiecriteria of een rubric 

Om complexe competenties te beoordelen, zoals het functioneren in groep, zijn vaak rubrics aangewezen. Rubrics zijn onderverdeeld in een aantal evaluatiecriteria. Voor elk evaluatiecriterium worden verschillende prestatieniveaus met bijbehorende scores onderscheiden en uitgebreid beschreven. Omdat die verschillende niveaus in observeerbaar gedrag beschreven zijn, kunnen evaluatoren beter inschatten wat een score 1, 2, 3 etc. precies betekent. Voor ‘gewone’ open vragen is het te tijdsintensief om rubrics op te maken, maar voor meer complexe en omvangrijkere evaluaties betekenen ze vaak een meerwaarde voor een betrouwbare evaluatie.  

Enkele voorbeelden van criterialijsten voor peer assessment zijn: 

Meer informatie en voorbeelden kan je terug vinden op de onderwijstip Rubric: een middel om werkstukken of vaardigheden te evalueren.

 

Om attitudes te evaluaren is de SAM-schaal handig – SAM staat voor Schaal voor meting van attitudes en vaardigheden

  • De SAM-schaal is uitgewerkt voor onder meer volgende attitudes: initiatief, discipline en stiptheid, omgaan met stress, innoveren, persoonlijke planning en werkorganisatie, sociale houding, communiceren, enz.  
  • Belangrijk is om niet de hele schaal over te nemen, maar gericht te selecteren en waar nodig elementen te herformuleren zodat de criteria volledig in lijn zijn met de vooropgestelde doelen voor jouw specifieke peerassessment.  
  • De SAM-schaal is beschikbaar in drie formaten:  

Om de talige aspecten van papers te evalueren, is er de UGent-schrijfwijzer die bij elk criterium doorlinkt naar extra informatie en schrijftips op www.ugent.be/taaladvies. Dit filmpje demonstreert hoe jij of je studenten de Schrijfwijzer concreet kunnen gebruiken. 

Streef naar een objectieve evaluatie 

Studenten zijn niet altijd even kritisch over hun medestudenten. Studenten hebben ook een zekere angst om hun medestudenten te evalueren of feedback te geven. Dat probleem kan je tot een minimum herleiden door: 

  • goede afspraken en heldere informatie over de peerassessment; 
  • duidelijke, goed begrepen evaluatiecriteria; 
  • studenten te betrekken bij het formuleren van de criteria; 
  • meerdere criteria of dimensies te hanteren; 
  • de groepen ad random samen te stellen; 
  • selfassessments van studenten niet in de berekening van de peerassessmentscores mee te nemen; 
  • studenten ervaring te laten opdoen met peerassessment en minimum één tussentijdse peerassessment te organiseren waardoor studenten tussentijds zicht krijgen op hoe studenten hen evalueren, de scores onderling of met de lesgevers kunnen bespreken en/of hun groepsfunctioneren kunnen bijsturen 

De lesgever blijft de eindverantwoordelijke van het eindcijfer 

Het eindcijfer kan nooit worden bepaald door enkel het studentenoordeel. Het is uiteindelijk de lesgever die het eindcijfer van studenten motiveert en aantoont waarom de peerassessments helemaal gevolgd werden of net niet. Lesgevers kunnen dus afwijken van peerassessments als ze daar argumenten voor hebben uit andere bronnen over het groepsfunctioneren. 

Op de studiefiche kan je eventueel de volgende formulering opnemen: “De lesgever behoudt de eindverantwoordelijkheid om af te wijken van of te beslissen geen rekening te houden met de peerassessment scores bij het bepalen van de cijfers per student voor het groepswerk/ werkstuk/…” 

Het is ook aangewezen (maar niet verplicht) om het peerassessment geen al te doorslaggevende rol te geven in de berekening van het eindcijfer. Laat peerassessement bijvoorbeeld slechts tot 30 procent van het cijfer bepalen of hanteer grenzen (bijvoorbeeld +2 en -2) om de impact van peerassessment te beperken. 

Let wel, als het studentenoordeel (gedeeltelijk) wordt meegenomen in het eindcijfer, moet je dat vermelden in de studiefiche, bijvoorbeeld: “groepswerk met peerassessment 25% en schriftelijk examen 75%”. 

Bouw een oefenpeerassessment in dat niet of in mindere mate in de eindbeoordeling wordt meegenomen 

Laat studenten voorafgaand aan het eigenlijke peerassessment al tussentijds elkaar eens evalueren met behulp van dezelfde criterialijst die voor het eigenlijke peerassessment zal gebruikt worden. De resultaten van dat oefenpeerassessment worden niet meegenomen in de eindbeoordeling. 

Een eerste voordeel is dat studenten op die manier vertrouwd raken met deze evaluatievorm en met de beoordelingscriteria die ze moeten gebruiken. Naar aanleiding van deze oefenronde kunnen interpretaties van de criteria besproken en afgestemd worden (cf. training van studenten).  

Ten tweede krijgen studenten op deze manier ook tussentijds feedback over hun functioneren in de groep en kunnen ze dat tijdig bijsturen voor het eigenlijke peerassessment plaatsvindt. 

In de slides van de docententraining ‘Peerassessment’ vind je nog meer aanbevelingen naar goede praktijk van peerassessment terug. 

Praktijkvoorbeelden van peerassessment 

‘Planning en ontwikkeling van interventies’ door prof. Lea Maes 

In dit videofragment licht prof. Lea Maes van de faculteit Geneeskunde en Gezondsheidswetenschappen toe hoe ze in haar opleidingsonderdeel ‘Planning en ontwikkeling van interventies’ peerassessment inbouwt.

Meld je aan met je UGent account op MS Stream om de video's te bekijken.

De toepassing illustreert een aantal van de bovenstaande aanbevelingen: 

  • Er wordt gewerkt met criteria waarop studenten elkaar beoordelen
  • Er wordt op drie verschillende momenten peerassessment voorzien. Qua impact op het cijfer wordt dit gradueel opgebouwd: eerst een oefenpeerassessment en daarna peerassessment dat (eventueel) wel in rekening worden gebracht. 
  • Het peerassessment wordt niet zomaar overgenomen, maar op basis van aanvullende bronnen over het functioneren van de individuele studenten (namelijk: individuele schriftelijke voorbereidingen, observaties tijdens begeleidingsgesprekken en gerichte vragen tijdens de mondelinge verdediging) beslist de lesgeefster zelf of en in welke mate afgeweken wordt van het groepscijfer voor individuele studenten. 

Tineke De Vriendt van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen  

In dit videofragment schetst Tineke De Vriendt van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen welke voordelen van peerassessment zij ondervindt. 

 

Peerscholar, de nieuwe online Ufora-tool voor peerassessement en peerreview 

De UGent koos voor de tool PeerScholar als nieuwe Ufora-tool voor peerassessment en peerreview. Voor lesgevers die PeerScholar willen gebruiken om het groepsproces van een opdracht te beoordelen (gebruik van de vroegere WebPA-tool in Minerva) is een korte handleiding uitgewerkt in bijlage.  

Peerscholar is daarnaast ook een heel krachtige tool om peerreview op te zetten. Bekijk alvast deze tutorial en leer hoe je peerscholar kan gebruiken in Ufora.

Meer weten? 

  • Neem deel aan de docententraining ‘Peerassessment’. 
  • Raadpleeg ufora@ugent.be voor technische vragen. 
  • De bronnen waarop deze onderwijstip is gebaseerd, zijn: 
    • BOUD, D.J. (1995). Enhancing Learning through self assessment. London: Kogan Page. 
    • CHO, K., SCHUNN, C. D., & WILSON, R. W. (2006). Validity and reliability of scaffolded peerassessment of writing from instructor and student perspectives. Journal of Educational Psychology, 98(4), 891. 
    • DE WEVER, B., VAN KEER, H., SCHELLEN, T. & VALCKE, M. (2011). Assessing collaboration in a wiki: the reliability of university students’ peerassessment. Internet and Higher Education, 14, 201-206. (UGent studie) 
    • DIRECTIE ONDERWIJSAANGELEGENHEDEN (2013). Groepswerk. DOWA Kwaliteitsrapport. Universiteit Gent (goedgekeurd door de Onderwijsraad op 15/10/2013) 
    • DOCHY, F., SEGERS, M. & SLUIJSMANS, D. (1999). The use of self-, peer and co-assessment in higher education: a review. Studies in Higher Education, 24 (3), 331-350. (Leuvense-Maastrichtse studie) 
    • FALCHIKOV, N. & GOLDFINCH, J. (2000). Student peerassessment in higher education: a meta-analysis comparing peer and teacher marks. Review of Educational Research, 70 (3), 287-322. 
    • JOHNSTON, L. & MILES, L. (2004). Assessing contributions to group assignments. Assessment and Evaluation in Higher Education, 29, 751-768. 
    • LODDINGTON, S., POND, K., WILKIN SON, N. & WILLMOT, P. (2009). A case study of the development of WebPA: an online peer-moderated marking tool. British Journal of Educational Technology, 40 (2), 329-341. 
    • PANADERO, E., ROMERO, M., & STRIJBOS, J. W. (2013). The impact of a rubric and friendship on peerassessment: Effects on construct validity, performance, and perceptions of fairness and comfort. Studies in Educational Evaluation, 39(4), 195-203. 
    • REDDY, Y.M. & ANDRADE, H. (2010). A review of rubric use in higher education. Assessment & Evaluation in Higher Education, 35 (4), 435–448 
    • TILLEMA, H., LEENKNECHT, M. & SEGERS, M. (2011). Assessing assesment quality: criteria for quality assurance in design of (peer) assessment for learning – a review of research studies. Studies in Educational Evaluation, 37, 25-34. 
    • TOPPING, K. J. (1998). Peerassessment between students in college and university. Review of Educational Research, 68, 249–276. 
    • VAN DEN BERG, I., ADMIRAAL, W. & PILOT, A. (2006). Peerassessment in university teaching: evaluating seven course designs. Assessment & Evaluation in Higher Education, 31 (1), 19-36. 
    • ZHANG, B., JOHNSTON, L. & BAGCI KILIC, G. (2008). Assessing the reliability of self- and peer rating in student group work. Assessment & Evaluation in Higher Education, 33 (3), 329-340. 
    • ZHANG, B. & OHLAND, M.W. (2009). How to assign individualized scores on a group project: an empirical evaluation. Applied Measurement in Education, 22 (3), 290-308. 

Laatst aangepast 28 september 2020 19:24