Participatie: hoe evalueer je dat?

Je hebt graag betrokken studenten in de les, die actief deelnemen. Maar hoe evalueer je die participatie van studenten? 

Wat is participatie? 

Participatie omvat de inzet van de studenten aan bijvoorbeeld een bespreking, een discussie of een practicum. Die participatie kan je meenemen in je evaluatie, op verschillende niveaus: je kan zowel de aanwezigheid evalueren als de niet-inhoudelijke inzet tijdens lesactiviteiten (zoals het woord nemen, doorzettingsvermogen tonen...) of nog de inhoudelijke kwaliteit van de inbreng.  

Welke aandachtspunten zijn er bij participatie als evaluatievorm? 

Communiceer duidelijk over de participatie als evaluatievorm 

Studenten moeten vooraf weten wanneer je ze evalueert, wat de criteria zijn en hoe je die evaluatie(s) meerekent in het eindtotaal. 

Evaluatie van niet-inhoudelijke participatie kan geen eindevaluatie zijn 

Evalueer je alleen op niet-inhoudelijke elementen tijdens de participatie, mag de participatie-evaluatie slechts een onderdeel zijn van een ruimere evaluatie. Immers: in hoofdzaak moet je evalueren in hoeverre de beoogde competenties bereikt zijn. 

Neem participatie als evaluatievorm op in de studiefiche 

Maak de studenten duidelijk welke vorm van participatie je concreet in rekening brengt (aanwezigheid, niet-inhoudelijke inzet, inhoudelijke kwaliteit inbreng). Met andere woorden: wees transparant. Wanneer je bijvoorbeeld punten wil aftrekken wanneer studenten niet aanwezig zijn op een bedrijfsbezoek, moet je dit opnemen in de studiefiche als 'niet-periodegebonden evaluatie: participatie'. 

Maak gebruik van heldere evaluatiecriteria voor participatie 

Ga niet af op je intuïtie om (inhoudelijke of niet-inhoudelijke) participatie te evalueren. Gebruik bijvoorbeeld turflijsten, beoordelingsschalen, observatielijsten, checklists of een combinatie daarvan. Dat zorgt voor een objectievere observatie van de studenten en een grotere betrouwbaarheid van de evaluatie. 

Laatst aangepast 14 juni 2020 20:09