Onderwijs in het academiejaar '22-'23: lesopnames en transitie naar Blend@UGent

De onderwijsraad keurde het kader voor onderwijs in het academiejaar '22-'23 goed op 26/04/2022. Deze onderwijstip bevat de belangrijkste aandachtspunten uit dat kader: het beleid rond lesopnames en de transitie naar Blend@UGent, een doordachte en goed op elkaar afgestemde mix van online onderwijs en on-campusonderwijs. Het volledige kader kan je nalezen in deze nota.

Academiejaar 2022-2023: een transitiejaar naar Blend@UGent

De UGent ziet het academiejaar 2022-2023 als een overgangsjaar waarin de opleidingen in het eerste semester de tijd zullen nemen om de Blend@UGent-visie te vertalen naar hun context. Daarvoor zal elke opleidingscommissie kunnen rekenen op een gespreksleidraad en begeleiding vanuit het APOLLO 8-project, zodat blended leren op een doordachte en haalbare manier geïmplementeerd kan worden in academiejaar '23-'24.

De bedoeling van Blend@UGent is om de (nieuwe) digitale onderwijsvormen waarmee zowel lesgevers als studenten positieve ervaringen hebben opgedaan, duurzaam te verankeren. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn onder meer dat kwaliteitsvol onderwijs idealiter: 

  • activerend is, 
  • interactie stimuleert 
  • en een houvast/structuur biedt. 

Beschikbare onderwijstools

klik op + voor meer informatie

Lesopnames doordacht inzetten in academiejaar 2022-2023

Hoewel opleidingen de tijd krijgen om tijdens het academiejaar '22-'23 een opleidingsvisie op blended leren te ontwikkelen, is het belangrijk dat lesgevers en opleidingen van bij de start van het academiejaar rekening houden met een aantal aanbevelingen rond lesopnames. Die werden opgesteld op basis van onderzoek, en gaan daarnaast uit van het belang van de aanwezigheid van studenten op de campus en van het algemeen onderwijsbeleid.

onderzoek als vertrekpunt

Recent onderzoek naar lesopnames (Dommett et al, 2019; Bailly et al., 2022) toont aan dat: 

  • de beschikbaarheid van lesopnames het risico vergroot dat studenten minder vaak aanwezig zijn in de lessen, wat samenhangt met slechtere studieresultaten; 
  • lesopnames enkel voordelig zijn als studenten ze als extra studiemateriaal gebruiken (bv. om moeilijke stukken gericht te (her)bekijken), nadat ze de les on campus hebben meegevolgd;  
  • specifieke groepen studenten meer voordelen kunnen halen uit de lesopnames, zoals studenten die tijdelijk de les niet kunnen meevolgen (door overlappende lesroosters, tijdelijke omstandigheden of een verblijf in het buitenland), werkstudenten, of studenten die een andere moedertaal spreken. 

Lees meer over deze onderzoeken in de nota 'onderwijs in het academiejaar '22-'23'.

Belang van de aanwezigheid op de campus

In lijn met de onderzoeksbevindingen en het algemeen onderwijsbeleid benadrukten ook lesgevers en opleidingen dat het van groot belang is dat studenten aanwezig zijn in de lessen en op de campus. Wanneer studenten de lessen niet on campus volgen, heeft dat immers een potentieel negatief effect op de studieresultaten. Daarnaast spelen nog enkele andere redenen mee:  

  • Het is een duidelijke beleidsvisie van de UGent om geen online of afstandsuniversiteit te zijn of te willen worden, maar te focussen op onderwijs dat activerend is en interactie stimuleert.  
  • Studenten geven mee vorm aan de les. Activerend leren kan maar ten volle tot zijn recht komen wanneer studenten ook actief aanwezig zijn in de les.  
  • Onderwijs mag niet gereduceerd worden tot online en op eigen tempo kennisinhouden absorberen. Een aantal belangrijke generieke vaardigheden kunnen vaak enkel via on-campusonderwijs ten volle aangeleerd worden.  
  • Om sociale contacten en een sociaal netwerk op te bouwen en op die manier verbondenheid te creëren en deel te worden van een student community, is het voor studenten essentieel om aanwezig te zijn op de campus. Dat geldt bij uitstek voor de huidige generatie eerste- en tweedejaarsstudenten, die nauwelijks on-campusonderwijs meegemaakt hebben.
  • Aanwezig zijn op de campus is ook noodzakelijk voor studenten om essentiële attitudes en vaardigheden te leren, zoals plannen, organiseren, op tijd komen, problemen oplossen, afspreken, samenwerken, mensen durven aanspreken, luisteren, noteren en structureren zonder dat er een back-up voorhanden is, concentratie volhouden voor langere tijd,…  

Lessen al dan niet opnemen: vijf criteria om Af te wegen

Lesgevers hebben de autonomie om in overleg met de opleiding de afweging te maken of het wel of niet zinvol of wenselijk is om lessen op te nemen, op basis van vijf criteria. Die criteria zijn cumulatief. Dat wil zeggen dat het belangrijk is om ál deze criteria te overlopen en vervolgens de beslissing te nemen om de les al dan niet op te nemen. 

1. De pedagogische meerwaarde van on-campusaanwezigheid in de lesDe pedagogische meerwaarde van on campus aanwezigheid in deze les 

 

On-campuslessen waarbij de interactie centraal staat en/of de aanwezigheid in de les een duidelijke meerwaarde heeft voor de student worden (beter) niet opgenomen: 

  • oefeningen, practica, werkcolleges, labo’s, project, responsiecolleges, casusbesprekingen,…;
  • hoorcolleges met veel interactie; 
  • hoorcolleges die een voorbereiding zijn op practica; 
  • hoorcolleges waarin op het moment zelf een diepe verwerking van de leerstof centraal staat; 
  • hoorcolleges waarin privacy- of andere gevoelige onderwerpen aan bod komen. 

 

Lessen zonder of met beperkte interactie en met een grote mate van kennisoverdracht in één richting, die bovendien niet aan bovenstaande voorwaarden voldoen: 

  • kunnen on campus worden gegeven en worden bij voorkeur opgenomen; 
  • OF kunnen online worden gegeven en opgenomen mits ze aangevuld worden met enkele on-campusresponsiecolleges zonder opname; 
  • OF kunnen worden vervangen door zelfstudieactiviteiten waar studenten zelfstandig mee aan de slag gaan in de vorm van een online leerpad waarin bv. kennisclips, delen uit eerder opgenomen lessen en/of verwerkingsopdrachten aan bod komen, aangevuld met interactieve lessen on campus of responsiecolleges (zonder opname). 

 

 

Voor dit criterium is het belangrijk dat er wordt afgestemd op opleidingsniveau en binnen de opleidingscommissie.  

  • In de bachelorjaren is het van belang dat studenten voldoende op de campus aanwezig zijn om zich academisch en sociaal te integreren, om belangrijke generieke competenties te verwerven en in het algemeen om zich goed in hun vel te voelen. Ook om interactie en verbondenheid te creëren tussen lesgevers en studenten, wat belangrijk is voor de optimalisatie van het leerproces, is aanwezig zijn op de campus een vereiste. Daarom worden de lessen in de bachelorjaren (beter) niet allemaal opgenomen. Conform het kader voor onderwijs dat door de Onderwijsraad op 22 maart 2021 werd goedgekeurd, luidt het advies om in het eerste bachelorjaar minimaal 70% en bij voorkeur meer on-campusonderwijs aan te bieden. Naarmate de studenten vorderen in hun traject kan het aandeel on-campusonderwijs zakken naar minimaal 60% in het tweede bachelorjaar, minimaal 50% in het derde bachelorjaar en minimaal 30% in de masterjaren.  
  • De lessen in het eerste semester van het eerste bachelorjaar verdienen bijzondere aandacht. De aanbeveling is om die lessen niet op te nemen, tenzij er grondige redenen zijn om dat wel te doen.  
  • Lessen in hogere jaren, voor studenten die gevorderd zijn in hun opleidingstraject, kunnen online worden gegeven, kunnen vervangen worden door een deel zelfstandig werk en responsiecolleges, of kunnen on campus worden gegeven en worden opgenomen.  

 

 

Ook voor dit criterium is het belangrijk dat er wordt afgestemd op opleidingsniveau en binnen de opleidingscommissie. Aangezien de lesroosters voor het academiejaar '22-'23 al vastliggen en het niet de bedoeling is dat er nog geschoven wordt met vakken, is overleg tussen lesgevers die onderwijs geven binnen dagdelen of op dezelfde dag aangewezen. 

  • On-campuslessen zonder opname en practica worden in de mate van het mogelijke in het lesrooster gegroepeerd. Op die manier hebben de studenten het gevoel dat de verplaatsing naar de campus zinvol en nodig is voor een volledige dag of een dagdeel. 
  • Probeer te vermijden dat online lessen of on-campuslessen met opname afgewisseld worden met practica of on-campuslessen zonder opname. Op die manier hebben studenten niet het gevoel dat ze maar voor één les de verplaatsing moeten maken, wat vaker niet zal gebeuren.  
  • Als een online les in het uurrooster van de student tussen twee on-campuslessen is geroosterd, ga dan na of het toch mogelijk is om die les on campus te geven. Anders zal het nodig zijn om een lokaal te voorzien waar studenten de online les kunnen volgen. Dat is op verschillende campussen niet zo evident, en dus best te vermijden.

 

 

De UGent vindt het belangrijk dat elke student bij on-campuslessen altijd een plaats heeft in het leslokaal of auditorium om de les te kunnen volgen. Door de aanzienlijke stijging van het aantal studenten in de voorbije jaren lukte het niettemin niet altijd om voor alle lesgroepen voldoende grote lokalen te voorzien. Sommige opleidingen en lesgevers schoven daarom lesopnames als een mogelijke oplossing naar voren. De UGent beschouwt lesopnames uit louter praktische overwegingen echter niet als een goede praktijk als daardoor belangrijke voordelen van on-campusonderwijs verdwijnen voor een groep studenten.  

Voor het academiejaar 2022-2023 zal in bepaalde studentengroepen toch rekening gehouden moeten worden met de realiteit van een te klein leslokaal voor een te grote groep studenten. Het zal dan soms onoverkomelijk zijn om die lessen te streamen, ook al is er een duidelijke meerwaarde voor alle studenten als ze on campus aanwezig zijn. De aanbeveling is om het streamen of opnemen van die lessen uit louter praktische overwegingen tot een minimum te beperken en dit casus per casus te bekijken en eventueel ook in de tijd te begrenzen (bv. vaak zijn er veel meer studenten in de eerste lessen van het semester en een stuk minder naar het einde van het semester toe).  

 

 

Wanneer de lesgever en/of de opleiding beslist om lessen niet op te nemen, is het noodzakelijk dat er voldoende leermateriaal voor het opleidingsonderdeel beschikbaar is. Degelijk cursusmateriaal is immers een valabel en noodzakelijk alternatief voor lesopnames en maakt het mogelijk voor studenten met speciale noden of voor studenten uit specifieke doelgroepen om de les op een degelijke manier te kunnen inhalen. Degelijk cursusmateriaal garandeert ook, bij afwezigheid van lesopnames, dat ons onderwijs voldoende inclusief blijft.  

Dit valabel alternatief kan verschillende vormen aannemen. We verwachten dus van lesgevers dat ze voldoende leermateriaal ter beschikking stellen, zoals een goed handboek, een degelijke cursus, een ingesproken powerpoint, een reeks kennisclips, lesopnames van vorig jaar of een ander digitaal alternatief. Louter slides of powerpoints voorzien, wordt niet beschouwd als degelijk cursusmateriaal. Zolang er geen degelijk cursusmateriaal voorhanden is, moeten lesgevers hun lessen opnemen en ze ter beschikking te stellen van de studenten.  

Aanbevelingen en richtlijnen bij lesopnames

  • Lesopnames hebben vooral een meerwaarde als complementair studiemateriaal ter voorbereiding van de examens. Lesgevers kunnen ervoor kiezen om lesopnames ter voorbereiding van de evaluatie ter beschikking te stellen als aanvullend studiemateriaal als opnames niet standaard ter beschikking worden gesteld voor het betreffende vak.
  • Indien lessen voor een vak standaard worden opgenomen volgens geldende afspraken: probeer de lesopnames zo snel mogelijk na de les ter beschikking te stellen en zorg ervoor dat ze beschikbaar blijven tot het einde van de tweedekansexamenperiode
  • Wijs studenten erop dat het belangrijk is om deel te nemen aan de lessen en om de lesopnames te gebruiken zoals het hoort. Benadruk dat actief deelnemen aan de lessen een positieve impact heeft op het studierendement, en dat de sociale verbondenheid en de sociale netwerken die studenten onderling en met lesgevers opbouwen een grote invloed hebben op het mentaal welbevinden.
  • In plaats van lesopnames te maken kan je soms ook lesopnames van een vorig jaar ter beschikking stellen, voor zover de inhoud ervan nog actueel is. Lesopnames van een vorig jaar kunnen echter nooit het geheel van de onderwijsactiviteiten van het lopende jaar vervangen. Je kan ze wél inzetten als een onderdeel zelfstudie, gecombineerd met oefeningen of responsiecolleges binnen een traject van blended onderwijs.  
  • Overweeg of de les enkel wordt opgenomen of ook wordt gestreamd. Ook streaming kan mogelijk een negatieve impact hebben op de aanwezigheid in de lessen.  
  • Als je geen lesopnames maakt, moet je rekening houden met de faciliteit ‘toegang tot lesopnames’ voor specifieke studenten. Studenten kunnen die faciliteit enkel inzetten voor hoorcolleges, en dus niet voor practica, oefensessies of lessen waar een hoge mate van interactie verwacht wordt, waardoor de faciliteit niet raakt aan het behalen van de eindcompetenties. Het Aanspreekpunt student en functiebeperking bewaakt de noodzakelijkheid van de faciliteit: niet alle studenten met een functiebeperking krijgen automatisch toegang tot lesopnames. Lees hier na hoe je technisch lesopnames voor een beperkte groep beschikbaar stelt.    

Generieke richtlijnen en aanbevelingen over lesopnames over bv. auteursrecht, privacy en duur van beschikbaarheid, kan je nalezen op de onderwijstip 'Lesopnames aan de UGent'.

Laatst aangepast 19 september 2022 16:45