OER 2026-2027: wat is er nieuw?
De Raad van Bestuur van 13 mei 2026 keurde het Onderwijs- en Examenreglement 2026-2027 goed.
Lees hier de meest opvallende wijzigingen en relevante nieuwigheden.
Doctoraat
Om mogelijke inconsistenties tussen het OER en het OERD (Onderwijs- en examenreglement doctoreren) te vermijden, verwijderen we een aantal doctoraat-specifieke definities uit het OER. We behouden wel de definities van een aantal basisbegrippen zoals doctoraatsopleiding, Doctoral School en predoctorale opleiding. In de OER-definitielijst schrappen we volgende definities die verwijzen naar het doctoraat: doctoraatsbegeleidingscommissie, doctoraatsproefschrift, gezamenlijk doctoraat en interdisciplinair doctoraat. We passen ook art. 13 en 14 betreffende de toelatingsprocedures aan en verwijzen hier naar het OERD.
Virtual Mobility
We nemen o.a. in kader van Enlight een definitie op van Virtual Moblity:
Virtual Mobility houdt in dat studenten één of meerdere online vakken volgen (incl. evaluatie) aan een buitenlandse partnerinstelling, zonder zich fysiek te verplaatsen. De organiserende instelling kent de studiepunten (ECTS-credits) toe, die vervolgens door de thuisinstelling worden erkend in het curriculum van de student.
Starttoetsen
Er zijn voor volgend academiejaar extra opleidingen waar studenten verplicht een starttoets moeten afleggen om te mogen inschrijven in eerste bachelor, nl. biochemie en biotechnologie, biologie, chemie, industrieel ingenieur, geologie, geografie en geomatica en wiskunde.
Studiegeld
Door de vele wanbetalingen van het studiegeld willen we hier grotere gevolgen aan geven, nl. geen recht op onderwijs, geen deelname aan de examens en schorsing van het UGent-account. We zorgen er uiteraard voor dat de studenten tijdig en voldoende op de hoogte gebracht worden van de mogelijke sanctie bij wanbetalen.
Studievoortgangsmaatregelen
We willen niet dat studenten opleidingsonderdelen via creditdoelcontract opnemen in een opleiding waarvoor ze geweigerd zijn en op die manier de studievoortgangsbewaking zouden willen ontwijken. Als ze toch opleidingsonderdelen via creditdoelcontracten zouden willen opnemen in het kader van een mogelijk schakelprogramma in de toekomst dan kunnen ze de beroepsprocedure (art.81) tegen weigering inschrijving doorlopen.
Het is decretaal niet de bedoeling dat studenten die starten in opleidingen met een gemeenschappelijk aanloopstuk na jaar 1 of zelfs jaar 2 jaar zogezegd van afstudeerrichting kunnen veranderen om ditzelfde gemeenschappelijk aanloopstuk nog eens te doen. Aangezien het eerste jaar (BA1) volledig hetzelfde is, worden deze studenten, wanneer ze niet voor het gemeenschappelijk aanloopstuk slagen, voor de hele opleiding geweigerd. Dit is in lijn met het decreet.
We verduidelijken dat de weigering voor een initiële bacheloropleiding automatisch wordt opgeheven ná het behalen van een diploma hoger onderwijs. Diploma’s hoger onderwijs behaald voor de weigering tellen niet mee en het hoeven niet per se bachelordiploma’s te zijn.
Bijzonder statuut
Waar mogelijk hebben we de formulering van dezelfde faciliteiten over statuten heen gelijkgeschakeld. We hebben ook een vereenvoudiging van bepaalde formuleringen doorgevoerd zodat faciliteiten vlotter te interpreteren zijn.
Bij het bijzonder statuut anderstaligheid verduidelijken we dat de faciliteit ‘25% meer tijd voor het afleggen van een schriftelijke evaluatie’ niet meer weigerbaar is.
Het curriculum van de student
Volgens het decreet is een opleiding een veelvoud van 60 studiepunten. We verduidelijken dat studenten in een modeltraject recht hebben op een traject van deze decretaal vastgelegde studieomvang.
Doordat we hebbenvastgesteld dat diploma’s met een negatieve afwijking van de studieomvang voor problemen kunnen zorgen in het buitenland staan we een negatieve afwijking niet meer toe, maar enkel nog positieve afwijkingen.
Samenstelling en werking opleidingscommissie
Studenten kunnen tijdens de examens moeilijk aanwezig zijn bij opleidingscommissies. We nemen in het OER op dat opleidingscommissies niet worden georganiseerd tijdens de examenperiode, tenzij hoogdringendheid dit noodzaakt. We nemen ook op dat er in de adviesorganen van een opleidingscommissie studenten en OAP betrokken worden.
Modaliteiten bij onderwijsactiviteiten
We nemen op dat lesopnames tout court niet mogen verspreid worden op andere platformen.
Evaluatievorm
We nemen een extra uitzondering op waarbij de lesgever kan beslissen om af te wijken van de evaluatievorm indien het een Virtual Mobility student betreft of bij een tweede zit voor de inkomende uitwisselingsstudent die niet meer in Gent is (dit is dus een gunst door de lesgever, geen recht van de student).
Evaluatie van het opleidingsonderdeel masterproef
Een masterproef kan door de komst van generatieve AI niet langer louter beoordeeld worden op het product. De evaluatie van de masterproef gebeurt holistisch en competentiegericht op basis van drie verplichte elementen: een evaluatie van het proces, van het schriftelijk werkstuk en van de mondelinge verdediging.
Slagen voor een deliberatiepakket (of opleiding)
We nemen een verdeling van de bewijslast bij uitzonderlijke deliberatie op. Wanneer de student een bewijs van de bijzondere omstandigheden aanlevert en via ernstige en concrete argumenten de globale verwezenlijking van de doelstellingen van het betrokken deel van het opleidingsprogramma prima facie geloofwaardig maakt, rust op de examencommissie de plicht om deze verwezenlijking verder te onderzoeken.
Fraude en onregelmatigheden
We laten niet elektronische mousse oordopjes toe tijdens de evaluaties en enkel deze.
De Onderwijsraad besliste dat het toegelaten is om in evaluaties (o.a. schrijftaken) op een verantwoorde wijze generatieve AI te gebruiken. Wanneer het gebruik op voorhand voor bepaalde evaluaties verboden is, dan wordt deze evaluatie in een gecontroleerde setting afgenomen.
De examentuchtinstantie kan beslissen dat een student niet kan deelnemen aan de evaluatie in de daaropvolgende examenperiode ook al valt deze in het daaropvolgende academiejaar. Bv. bij fraude masterproef in tweede zit kan men beslissen dat indienen na eerste semester volgend academiejaar niet mag.
Institutionele beroepscommissie
Gezien o.a. de extra werklast met het inschrijven van de aangetekende zendingen van beroepschriften bij de rector en het ombudsteam, schakelen we om naar een digitaal platform om beroepen in te dienen. Hoe studenten ontvankelijk een beroep kunnen indienen verduidelijken we verder op de website.
Bij de zittingen van de institutionele beroepscommissie zal een student-lid aanwezig zijn, evenwel zonder stemgerechtigd te zijn.
Aansprakelijkheid personeelsleden
We voegen een nieuw art. 88 toe betreffende de aansprakelijkheid van personeelsleden en bestuurders. Hierdoor zorgen we ervoor dat ondanks de wijzigingen van boek 6 van het Burgerlijk wetboek personeel toch niet in rechte zou kunnen worden aangesproken door studenten over de uitoefening van hun taken binnen hun ambt. We nemen tevens op wanneer deze aansprakelijk wel van toepassing zou kunnen zijn.
Laatst aangepast 27 mei 2026 10:32