Mondeling examen: complexe competenties evalueren via interactie

Overweeg je mondeling te evalueren? Of neem je al mondelinge examens af? Doe dan je voordeel met deze onderwijstip die uitlegt wanneer je mondelinge examens best inzet en hoe je ze organiseert en afneemt. 

Wat is een mondeling examen? 

Tijdens een mondeling examen stelt de lesgever vragen en de student (of de groep studenten) beantwoordt die. Doordat er directe communicatie is, kan de examinator doorvragen of de vraag herformuleren. Tijdens een mondeling examen kunnen verschillende fasen worden onderscheiden. De lesgever beslist welke fasen worden doorlopen: 

  • De student bereidt zich (schriftelijk) voor op de voorgelegde vragen. 
  • De examinator neemt de schriftelijke voorbereiding van de student door. 
  • De student geeft een mondelinge toelichting waarin die de vragen beantwoordt. 
  • De examinator stelt bijvragen om dieper in te gaan op een bepaald onderwerp, om de studenten de kans te geven bepaalde hiaten in hun antwoord aan te vullen of om met aangepaste bijvragen een nauwkeurigere beoordeling te geven. 

Waarvoor is een mondeling examen geschikt? 

Een mondeling examen gebruik je: 

  • om een diversiteit aan competenties van de studenten te beoordelen zoals hun probleemoplossende of klinische vaardigheden en hun capaciteit om te redeneren, ideeën te formuleren, (nieuwe) problemen te analyseren, informatie te interpreteren, kritisch te denken, beslissingen te nemen en te onderbouwen met argumenten. 
  • om de mondelinge taalvaardigheid van de studenten te beoordelen. 
  • na te gaan of de studenten werkelijk inzicht hebben in de leerstof. 

Een mondeling examen gebruik je niet: 

  • om reproductiekennis te toetsen. De hoge tijdsinvestering van een mondeling examen weegt in dat geval niet op tegen tijdsefficiëntere schriftelijke examens. 
  • wanneer de moeilijkheidsgraad van de vragen sterk kan variëren.  

Kortom: een mondeling examen richt je in als je complexe competenties wil beoordelen en daarvoor de interactie tussen jou als lesgever en de student ten volle wil benutten. Je kan immers meteen inpikken op een antwoord, om verduidelijking vragen, in detail doorvragen, switchen van onderwerp, verdiepende en nuancerende vragen stellen. Is de interactie niet strikt noodzakelijk, dan kies je voor een objectiever en minder tijdrovende evaluatievorm, zoals een schriftelijk examen. 

Hoe organiseer je een mondeling examen? 

Informeer de studenten vooraf over het verloop van het mondeling examen 

  • Schakel in het onderwijs vragen en/of oefeningen in die de concrete eisen van je mondelinge examen weerspiegelen (zie het Onderwijs- en Examenreglement). 
  • Laat studenten vooraf weten of er al dan niet een schriftelijke voorbereiding is en wat het doel daarvan is. 

Structureer en standaardiseer je vragen 

Je examen moet eenzelfde moeilijkheidsgraad bieden voor alle studenten. Bereid je vragen dus goed voor: 

  • Leg vooraf de hoofdvragen of gespreksonderwerpen vast, in overeenstemming met eindcompetenties die je wil toetsen. 
  • Spreid de vragen zo goed mogelijk over de leerstof. 
  • Werk eventueel met fiches waaruit studenten kunnen kiezen. Per fiche breng je een aantal vragen samen die qua inhoud, moeilijkheidsgraad en spreiding over de leerstof vergelijkbaar zijn over alle fiches. 

Organiseer je mondeling examen degelijk 

  • Examens mag je organiseren tussen 8 uur en 20.30 uur, op weekdagen en op zaterdag. De examens mogen niet plaatsvinden op zon- en feestdagen (zie het Onderwijs- en Examenreglement). 
  • Mondelinge examens vinden plaats in een lokaal dat de faculteit vooraf vastlegt. Zorg voor een rustige ruimte waar geen telefoons rinkelen, andere gesprekken plaatsvinden of mails binnenkomen.  
  • Vroeger waren mondelinge examens per definitie openbaar, dat is nu niet langer het geval. Wil een student een waarnemer bij het examen, dan moet hij of zij dat ten minste 7 kalenderdagen vooraf melden aan de voorzitter van de examencommissie.  
  • Je mag studenten laten voorbereiden in hetzelfde lokaal, maar de mondelinge examens zelf neem je in principe individueel af. Als je uitzonderlijk toch in groep moet evalueren, bijvoorbeeld omdat je vergadertechnieken beoordeelt, geef studenten dan genoeg tijd om hun individuele prestaties en beheersing te demonstreren. 
  • Trek per student voor het eigenlijke mondeling gedeelte (excl. voorbereidingstijd) minstens 15 minuten tot maximaal 1 uur uit. 
  • Let er op dat studenten niet te lang moeten wachten om effectief hun mondeling examen af te leggen. Voorzie een afzonderlijke wachtruimte, bij voorkeur niet in de gang. 
  • Bouw voor jezelf voldoende pauzes in om geconcentreerd te blijven. 

Voorkom onregelmatigheden en fraude 

  • Als je de studenten onvoldoende bij naam kent, controleer dan de identiteit van de studenten die examen komen afleggen.  
  • Omdat je de studenten niet allemaal op hetzelfde tijdstip kan examineren, bestaat de kans dat studenten vragen doorgeven aan elkaar. Voorzie daarom voldoende vragen of organiseer het examen op die manier dat studenten elkaar geen vragen kunnen doorgeven. 

Speel vooraf in op eventuele betwistingen 

Betwistingen zijn niet fijn. Zorg er daarom altijd voor dat je je beslissingen bij mondelingen examens kan motiveren: 

  • Werk met een aftekenblad voor de studenten die examen komen afleggen met daarop de datum, het uur en de aanwezigen bij het examen. 
  • Zorg ervoor dat je de grote lijnen van het mondeling examen achteraf kan reconstrueren. Neem voldoende notities eventueel met bijvoorbeeld een eigen codesysteem, criterialijst of checklist. Minimaal moet je kunnen aangeven welke vragen gesteld zijn en moet je inhoudelijke argumenten kunnen aandragen om het examencijfer te verantwoorden. Doe dit bij uitstek bij studenten die niet slagen. 
  • Houd de schriftelijke voorbereiding van de student bij tot 1 jaar na het einde van het betrokken academiejaar (zie het Onderwijs- en Examenreglement). 

Hoe neem je een mondeling examen af? 

  • Het is de verantwoordelijk lesgever of de medelesgever die een mondeling examen afneemt (zie het Onderwijs- en Examenreglement). 
  • Een mondeling examen bevat naast een of meerdere hoofdvragen ook bijvragen. Met een mondeling examen waarbij je één of meer vragen stelt en de student daarop gewoon antwoordt zonder dat jij doorvraagt, benut je het volle potentieel van deze examenvorm niet. 
  • Meet je een eerder neutrale, serene houding aan: je studenten mogen uit je mimiek of lichaamshouding niet de kwaliteit van hun antwoorden afleiden. De studenten hoeven na afloop van het mondeling examen de punten niet te kennen. De meeste lesgevers melden de studenten wel dat ze geslaagd zijn. 
  • Vraag door bij onduidelijke, onvolledige of onvoldoende antwoorden om studenten de kans te geven hun antwoord te vervolledigen. Ook om na te gaan in welke mate studenten de materie beheersen, zijn progressief moeilijkere bijvragen interessant. Let op! Vraag niet eindeloos door wanneer duidelijk is dat de student het antwoord op de vraag niet kent. 
  • Stel geen bijvragen over onderwerpen die niet tot de leerstof behoren. 
  • Het is een goede praktijk dat bij een mondeling examen naast de examinator nog een tweede evaluator aanwezig is. 
  • Het is niet de bedoeling dat de stress bij studenten kunstmatig wordt opgedreven tijdens een mondeling examen. Een mondeling examen zorgt op zich al voor voldoende stress. Wees dus vriendelijk en stel de studenten desnoods expliciet op hun gemak, maar laat grapjes of ironische en cynische opmerkingen achterwege tijdens het examen. 
  • Spreek studenten niet aan op hun fysieke kenmerken of specifieke of bekende naam, hoe goed bedoeld ook. 

Hoe evalueer je een mondeling examen? 

  • Oordeel slechts over die uitspraken die de student doet tijdens het mondelinge examen en die vallen binnen de eindcompetenties van het opleidingsonderdeel. 
  • Als je wil dat de student voor je opleidingsonderdeel vakoverschrijdend kan denken, moet dat ook vermeld staan in de eindcompetenties en moeten de studenten tijdens je lessen ook vertrouwd zijn geraakt met vakoverschrijdend denken. 
  • Objectiviteit is een kwetsbaar aspect bij mondelinge examens: persoonlijkheid, geslacht, etniciteit, socio-economische achtergrond, kledij, voorkomen of vroegere niet-relevante uitspraken van studenten kunnen soms een invloed hebben op je verwachtingen van hun prestaties. Wees je hiervan bewust en beoordeel studenten enkel op basis van hun feitelijke antwoorden. 
  • Werk – waar mogelijk – met een criterialijst of checklist met puntenverdeling om de antwoorden van de studenten te beoordelen. 
  • Bepaal vooraf hoe de bijvragen in het bepalen van het eindcijfer een rol zullen spelen en pas die manier van punten geven toe bij elke student. 

Meer weten? 

  • Deze tip is gebaseerd op de richtlijnen voor mondelinge examens die de Onderwijsraad goedkeurde in november 2011. Die bevatten minimale kwaliteitseisen om mondelinge examens te organiseren en af te nemen en vatten de aanbevelingen en relevante regelingen uit het Onderwijs- en Examenreglement samen. De richtlijnen zijn gebaseerd op goede praktijken aan de universiteit, onderwijskundige literatuur en onderzoeksliteratuur over mondelingen examens. Bovendien zijn ze mee geïnspireerd door de ervaringen met ombudszaken en interne beroepen. Of jouw faculteit of opleiding bijkomende afspraken heeft over mondelinge examens, vraag je na bij je OC-voorzitter.  
  • Lees de extra bronnen waarop deze onderwijstip is gebaseerd: 
    • DAVIES, H.M.& KARUNATHILAKE, I. (2005). The place of the oral examination in today’s assessment systems. Medical Teacher, 27 (4), 294-297. 
    • JOUGHIN,G. (1998). Dimensions of oral assessment. Assessment & Evaluation in Higher Education, 23 (4), 367-378. 
    • MEMON, M.A.; JOUGHIN, G.R. & MEMON, B. (2008). Oral assessment and postgraduate medical examinations: establishing conditions for validity, reliability and fairness. Advances in Health Sciences Education, 15 (2), 277-289. 
    • Onderwijs- en Examenreglement, academiejaar 2011-2012. Universiteit Gent. 
    • VAN BERKEL , H.J.M. & BAX, A.E. (1984). Jouw woord tegen het mijne. Onderzoek van Onderwijs, september, pg. 35-37. 
    • VAN BERKEL, H.J.M. & BAX, A.E. (2008). Dat heb ik niet gezegd! Over het afleggen van mondelinge examens. Examens, 3, 5-8. 
    • WASS, V.; WAKEFORD, R.; NEIGHBOUR, R. & VAN DER VLEUTEN, C. (2003). Achieving acceptable reliability in oral examinations: an analysis of the Royal College of General Practitioners membership examination’s oral component. Medical Education, 37, 126-131. 

Laatst aangepast 15 juni 2020 19:24