Masterproef: hoe evalueer je die?

In een masterproef toont de student volgens de Codex Hoger Onderwijs zijn of haar “algemeen kritisch-reflecterende ingesteldheid en/of de onderzoeksingesteldheid” aan. Die competenties zijn dan ook de kern van de evaluatie. 

Hoe evalueer je een masterproef? 

Het Onderwijs- en Examenreglement (OER) legt de evaluatievorm maar gedeeltelijk vast. Het is de faculteitsraad die beslist, na advies van de opleidingscommissies. Raadpleeg dus altijd eerst het facultair reglement. Let op: opleidingen kunnen een eigen evaluatievorm gebruiken. Elke opleiding moet die wel verduidelijken in de studiefiche. 

Wees transparant over de beoordeling 

Zorg ervoor dat alle informatie over de masterproef per opleiding of faculteit duidelijk terug te vinden is, bijvoorbeeld op de facultaire website. Verwijs studenten al tijdens het kennismakingsgesprek naar dat document en leg uit hoe de beoordeling van de masterproef zal verlopen.  

Ga voor de start van de masterproef na of het proces al dan niet meetelt 

De faculteit beslist of het proces meetelt in de eindevaluatie. Elementen in dat proces zijn bijvoorbeeld de keuze van het onderwerp, de aanpak van de literatuurstudie en het onderzoek of de verwerking van feedback. Als het proces meetelt, leg dan van tevoren vast hoe je het zal evalueren. Verduidelijk de procesbeoordeling voor de start van de masterproef aan de student. 

Maak gebruik van gestandaardiseerde evaluatieformulieren met expliciete criteria 

Expliciete evaluatiecriteria in gestandaardiseerde beoordelingsformulieren zijn cruciaal om masterproeven minimaal betrouwbaar te beoordelen. Die formulieren of rubrics verminderen mogelijke beoordelaarseffecten en bieden een houvast voor lesgevers en studenten. 

Wie beoordeelt de masterproef?  

De jury van een masterproef bestaat uit één of meer promotoren en één of meer commissarissen. Als de student zijn masterproef enkel schriftelijk indient, moeten er minimaal drie evaluatoren in de jury zetelen. Wanneer er ook een mondelinge verdediging plaatsvindt, zijn twee evaluatoren voldoende. De faculteitsraad legt de promotoren en de commissarissen vast.

Het kan interessant zijn om een evaluator uit een andere onderzoeksgroep of -discipline aan een masterproef toe te wijzen zodat de evaluatie onafhankelijker verloopt. Let er echter op dat die voldoende zicht heeft op de topics, de werkwijze en/of methodologische strekking van de bewuste onderzoeksgroep/vakgroep waarbinnen de masterproef zich situeert.  

Hoe krijg je de evaluatoren op één lijn? 

Streef altijd naar een onafhankelijke evaluatie door de verschillende evaluatoren. Gebruik daarvoor een gestandaardiseerd evaluatieformulier. Expliciteer niet enkel de evaluatiecriteria, maar ook wat je verstaat onder de invulling ‘onvoldoende’, ‘voldoende’, ‘goed’, enz. bij elk criterium. Zorg dat er per criterium voldoende ruimte is voor commentaar, zeker wanneer de evaluator een negatieve deelscore geeft. Wanneer blijkt dat de deelscores verschillen, geldt het onderstaande: 

  • Wanneer er een verschil is van minder dan drie punten tussen de deelscores, dan kan je het rekenkundig gemiddelde van de scores nemen.  
  • Bij een onvoldoende of een verschil van drie of meer punten tussen de deelscores, ben je verplicht om samen met de verschillende evaluatoren inhoudelijke argumenten voor te leggen die een finale score motiveren. Als dat niet lukt, dan kan een extra lezer met affiniteit voor het onderwerp worden aangeduid. Het cijfer van die lezer kan dan voor een bepaald percentage (bijvoorbeeld 50% van het eindtotaal) meetellen. De andere 50% bestaat dan uit het rekenkundig gemiddelde van de eerste evaluatoren.  
  • Bij een verschil van meer dan vijf punten is er sowieso een bijkomende lezer die 50% van de eindscore zal bepalen. 

Wat doe je in de tweede zittijd? 

De voorwaarden om een masterproef te hernemen in de tweede zittijd, zijn vastgelegd door de faculteit en staan in het facultair reglement. 

Laatst aangepast 19 juni 2020 18:00