Hoorcollege: hoe activeer je studenten?

De aandacht vasthouden door boeiend, gestructureerd en gevarieerd te doceren is één ding, maar je kan nóg meer uit je hoorcollege halen wanneer je je studenten ook weet te activeren.  

Creëer een veilige leeromgeving 

Studenten moeten voelen dat ze kunnen participeren aan de les zonder zich belachelijk te maken:

  • Reageer begripvol op foute antwoorden. Interpreteer een fout antwoord positief door er de logica achter te zoeken. Beklemtoon de goede én foute aspecten van het antwoord. Trek de fout eventueel naar je toe: “Dat heb ik blijkbaar niet goed uitgelegd”. 
  • Verwijs naar de examens op een positieve manier. Dus niet: “Kijk links van je, kijk rechts van je, slechts één van jullie drieën slaagt voor dit vak”, maar wel: “Onderschat het examen niet, het is een serieuze hoeveelheid leerstof. Maar vele studenten voor jullie hebben bewezen dat het niet onmogelijk is. Bereid de lessen elke week voor en weet me te vinden als je vragen hebt.” Als je aangeeft dat je hoge verwachtingen hebt van de groep, is de kans groter dat de studenten die ook bereiken. 

Stel vragen 

Door vragen betrek je studenten actief bij je hoorcollege.

  • Kondig aan het begin van je lessenreeks aan dat je verwacht dat studenten participeren en geef ze de tijd daaraan te wennen. Als je het vragen stellen consequent volhoudt, stijgt hun activiteitsgraad doorheen de lessenreeks.
  • Stel één duidelijke vraag per keer. Met meer vragen tegelijk zaai je verwarring en haken studenten af. 

Geef voldoende denktijd 

  • Studenten hebben vaak even tijd nodig om, eerst voor zichzelf, later voor de groep, een antwoord te formuleren. Wacht daarom enkele seconden nadat je een vraag hebt gesteld. Je geeft zo aan dat je echt een antwoord verwacht. Herhaal de vraag niet om de stilte te vullen. Dat verstoort het denkproces van de studenten.
  • Krijg je een antwoord, herhaal en parafraseer dat dan: misschien hebben niet alle studenten het antwoord gehoord en zo kan je ook nagaan of je het antwoord goed begrepen hebt.
  • Het antwoord dat je krijgt, kan afwijken van je typeantwoord. Reageer niet verrast en ga na of het antwoord inhoudelijk aan je verwachtingen voldoet. 

Betrek iedereen

Wil je vermijden dat maar een paar studenten nadenken over een antwoord op je vraag? Dat kan zo:

  • Vraag alle studenten het antwoord neer te schrijven. Ook tragere studenten krijgen dan de kans een antwoord te formuleren. Extra voordeel? Studenten ervaren het als minder bedreigend te antwoorden als ze hun antwoord eerst hebben opgeschreven.
  • Werk via Think-Pair-Share: studenten denken éérst individueel na en houden daarna een overlegmomentje met de buurman of -vrouw. Zo delen twee (of meer) studenten de ‘verantwoordelijkheid’ voor het antwoord.
  • Gun je de studenten meer bedenktijd? Dan vraag je hun het antwoord voor te bereiden tegen de volgende les.
  • Organiseer een poll. Poneer een stelling en enkele antwoordmogelijkheden. Stemmen kan door handopsteking, kleurkaartjes of verschillende votingsystemen

Laat studenten samenwerken 

Ook in een grote groep kan je studenten laten samenwerken, via deze technieken:

Buzz groups 

Een buzz group is een korte groepsopdracht. Studenten overleggen enkele minuten in kleine groepjes van twee tot vier studenten. 

Think-Pair-Share

Studenten denken éérst individueel na en houden daarna een overlegmomentje met de buurman of -vrouw. Zo delen twee (of meer) studenten de ‘verantwoordelijkheid’ voor het antwoord dat ze, tot slot, delen met de hele groep.

Peer-instruction

Na een stuk gedoceerde theorie geef je onmiddellijk een toepassing of oefening. Eerst werken de studenten de opdracht individueel uit. In een eerste stemronde geven ze hun antwoord aan. Daarna gaan ze per twee in overleg en proberen ze elkaar van hun gelijk te overtuigen. Vervolgens wordt er opnieuw gestemd. Dat overleg zorgt voor meer goede antwoorden in de tweede stemronde. 

Jigsaw

Deel de groep op in kleine groepjes die elk een deel van een grotere opdracht uitwerken. Daarna worden de groepjes gesplitst en worden er nieuwe groepen samengesteld waarvan elk lid een verschillend onderdeel heeft uitgewerkt in de eerste groep. Elk team moet nu, aan de hand van de expertise uit de verschillende domeinen, een antwoord proberen te formuleren op de hoofdvraag. 

Gebruik classroom assessment techniques 

Geef een schrijftaak

Geef studenten een schrijftaak tijdens je hoorcollege. Die laat je inleveren aan het einde van de les. Zo spoor je vaak gemaakte denkfouten op, en oefenen de studenten op schrijfvaardigheid. In het volgende college kan je erop reageren. Geef telkens mee dat je de opdrachten niet quoteert. Enkele ideeën zijn: 

  • one-minute paper: Laat studenten de conclusie van je hoorcollege noteren in één minute – vandaar: one-minute paper. Ze noteren drie punten die ze bijgeleerd hebben of ze vatten de kern van de les in eigen woorden samen. Daardoor staan ze stil bij hoofd- en bijzaken van je hoorcollege.
  • Heb je een bepaald onderwerp afgehandeld? Vraag de studenten dan om tenminste één manier te bedenken waarop ze wat ze zojuist leerden in de praktijk zouden kunnen toepassen.
  • Vraag studenten alle argumenten voor en tegen een bepaalde maatregel op te schrijven. 

Zelfanalyse als teaser of samenvatting

Geef de studenten een aantal vragen die hun kennis of vaardigheden testen, bijvoorbeeld waarmee studenten zichzelf en hun gedrag kunnen analyseren. Je zet de zelfanalyse in als teaser in het begin van de les, of als samenvatting aan het einde van de les.

Begin of eindig de les met een test.

  • Bij het begin van de les kan de test peilen naar wat is blijven hangen van de leerstof van de vorige les. Of: je richt er de aandacht van studenten alvast mee op het onderwerp dat je in die les wil behandelen.
  • Haal de antwoorden op en bekijk ze tijdens de pauze; zo krijg je een beeld van het niveau en kan je in het tweede deel van de les nog enkele elementen herhalen of accentueren.
  • Een test aan het einde van de les toont de studenten waaraan ze thuis nog moeten werken. Zo’n test legt ook een goede basis voor een volgend college.

Hoe ga je na of studenten mee zijn met het hoorcollege? 

“Als ik de studenten vraag of ze het begrepen hebben en ik krijg een schaapachtig 'ja', dan roep ik iemand naar voren die moet uitleggen wat ik zonet heb verteld. De volgende keer krijg ik onmiddellijk vragen als ik hen vraag of ze het allemaal hebben begrepen.” (AAP, LW)

Check (op een activerende manier) 

  • Observeer je studenten. Pik je non-verbale signalen op als verbaasde blikken, studenten die stoppen met notities nemen of een ‘gezoem’ dat door het auditorium gaat? Speel daar op in.
  • Onderneem zelf actie om na te gaan wat je studenten hebben opgestoken van je les. Bijvoorbeeld:

Prof. X vraagt na haar verhaal twee studenten naar voren. Die moeten een slide opstellen die de les samenvat. De andere studenten moeten input geven aan de twee studenten die vooraan zitten. Daardoor weet je al snel waar de mogelijke problemen zitten. Tegelijk wordt de leerstof nog eens herhaald waardoor meer studenten de boodschap zullen begrijpen. 

Let wel: een samenvatting maken is een grote drempel voor één student. Verdeel de verantwoordelijkheid. Bijvoorbeeld:

  • Laat één student beginnen met de samenvatting en laat anderen aanvullen.
  • Of: laat de studenten per twee overleggen en samenvatten en vraag dan aan één student om uit te leggen wat er gezegd is. 

Speel meteen in op niet-begrepen leerstof 

Merk je dat je boodschap bij het merendeel van de studenten niet is overgekomen, dan heb je verschillende opties.

  • Bouw een korte pauze in. De studenten kunnen de materie dan even laten bezinken. Ze krijgen bovendien ademruimte voor je overgaat naar het volgende lesonderdeel.
  • Herhaal het laatste lesonderdeel. Herhaling ondersteunt het geheugen en verbreedt het inzicht van de studenten. Door de complexe materie op verschillende manieren aan te brengen, bied je de studenten verschillende aanknopingspunten om de materie te plaatsen en te koppelen aan hun voorkennis. 
  • Licht de moeilijkste stappen uit je les extra toe. Als studenten mee zijn met een moeilijker redenering, is de kans groter dat ze inzicht krijgen in de hele materie.
  • Ook een verhelderend voorbeeld zorgt bij veel studenten voor een doorbraak. Als je de theorie in een authentieke context plaatst, vatten de studenten complexe materie makkelijker.
  • Vraag studenten naar het probleem. Geef aan dat je merkt dat je te snel bent gegaan. Vraag je studenten niet of ze nog vragen hebben, wel welke vragen ze precies hebben. Die kleine nuance werkt drempelverlagend! Stel eventueel zelf de eerste vraag en creëer zo een domino-effect. Je geeft immers aan dat je ervan overtuigd bent dat er vragen zullen komen.
  • Speel vragen eventueel door naar de groep, zodat meer studenten nadenken. Let wel: breng de vraagsteller niet in verlegenheid. Vragen waaruit blijkt dat de student iets nog niet heeft begrepen terwijl de meeste anderen dat wel al door hebben, beantwoord je zelf. Bij verdiepende of uitbreidende vragen, spreek je de hele groep aan. Deel bovendien een compliment uit aan de vraagsteller.

 

Laat je inspireren door deze video waarin ervaren lesgevers hun tips en tricks delen over vragen stellen en interactie tijdens een hoorcollege:

Meld je aan met je UGent account op MS Stream om de video te bekijken.

Meer weten? 

Lees de bronnen waarop deze onderwijstip is gebaseerd: 

  • Svinicki, M., Mckeachie, W.J. (2010). McKeachie's teaching tips: strategies, research, and theory for college and university teachers, Wadsworth: Cengage Learning. 
  • Bligh, D. (2000). What’s the use of lecturers? San Francisco: Jossey-Bass. 
  • Campbell, R. (1999). Mouths, machines, and minds. The Psychologist, 12, 446-449. 
  • ten Dam, G., van Hout H., Terlouw, C. & Willem, J. (2000). Onderwijskunde Hoger Onderwijs, Handboek voor docenten. Van Gorcumé. p.84-87 

Laatst aangepast 7 juli 2020 14:39