Doceerstijl: aan de slag ermee!

Iedereen heeft zijn eigen persoonlijkheid en doceerstijl. Die heeft een grote impact op je onderwijs. Hoewel authentiek blijven het allerbelangrijkste blijft, loont het toch de moeite om zelfkritisch te zijn over je doceerstijl. Laat je inspireren door onderstaande tips van andere lesgevers aan de UGent. 

Wat kan je doen voor de les? 

Bereid je goed voor 

  • Voorzie voldoende tijd om je lesopdrachten voor te bereiden. Vertrek hierbij steeds vanuit de competenties die je wil nastreven in de les (cf. constructive alignment) en zorg voor een lesvoorbereiding die voor jou werkt. Sommige collega’s voorzien een algemene inhoudelijke structuur voor een les, anderen gaan aan de slag op basis van werkvormen. Nog andere collega’s combineren voorgaande met een uitgeschreven versie van de instructie van de eerste tien minuten. Anderen maken gebruik van een heel uitgebreide lesvoorbereiding.  
  • Sta voldoende stil bij de leerstof die je wil overbrengen. Vraag je af welke delen moeilijk zijn om te volgen en ga daarbij in de schoenen staan van een student die het materiaal voor de eerste keer bestudeert. Input van de studenten kan erg nuttig zijn. Neem bijvoorbeeld een enquête af waarin je peilt naar inzichten, meningen of standpunten over de vakinhoud. Je kan die resultaten ook gebruiken om je studenten actiever bij je les te betrekken, bijvoorbeeld door bepaalde standpunten te confronteren met empirisch onderzoek.   

Vlak voor de les 

Kom op tijd en controleer of alle media werken. Probeer eventueel enkele relaxatieoefeningen als je nerveus bent. Eens goed diep in- en uitademen kan een groot verschil maken.  

Wat kan je doen tijdens de les? 

Je eigen houding maakt het verschil 

  • Neem het initiatief voor de start van de les in eigen handen en wees duidelijk. Zorg dat je de aandacht van de studenten direct beet hebt. Een sprekend attribuut, een verrassende anekdote of een pakkend beeld kan helpen.  
  • Wees zelf enthousiast. Dat werkt aanstekelijk en vergroot de motivatie van de studenten. Dit wil niet zeggen dat je voortdurend moet overdrijven, maar het mag zeker zichtbaar zijn dat je je vak zelf interessant vindt en de les met plezier geeft.  
  • Hou oogcontact en gebruik wat je ziet. Door oogcontact te houden met studenten op verschillende plaatsen in het leslokaal, kom je minder afstandelijk en formeel over. Leid uit hun reacties af of ze je kunnen volgen of niet. Merk je dat ze het niet begrijpen? Spreek hen dan aan. Zo toon je dat je bereid bent om in te spelen op hun vragen.  
  • Gebruik de lestijd om het verschil te maken. Ga niet gewoon alle hoofdstukken behandelen zoals in de cursus. Maak tijd voor essentiële onderdelen, leg verbanden, maak tijd voor moeilijkere concepten.  
  • Maak duidelijk wat de hoofdpunten zijn. De aandacht van studenten fluctueert tijdens je les, op belangrijke momenten zal je die dus terug moeten opeisen. Enkele tips: varieer in intonatie, stel (retorische) vragen, las gerichte pauzes is of laat het woord ‘examen’ vallen. 
  • Sta je voor een grote groep? Die reageert het best op een grotere dynamiek van de lesgever. Het kan helpen om alles uit te vergroten: beweeg door de ruimte, maak grote gebaren en varieer in je intonatie.  

Gebruik de juiste ondersteuning 

  • Powerpoint is een handig hulpmiddel, maar blijft steeds ondersteunend voor je les. Als lesgever maak jij het verschil. Studenten hebben meer aan je les als ze niet enkel volgen, maar ook begrippen en inzicht verwerven. Er is een breed scala aan activerende en didactische methoden die hierbij kunnen helpen.  
  • Als je de neiging hebt om te snel te gaan, overweeg dan om met een (digitaal) bord te werken. Schrijven vraagt meer tijd en werkt als automatische rem. Zo komt het lestempo lager te liggen en staan basisconcepten en -processen visueel op het bord.  
  • Voorzie voorbeelden en illustraties. Studenten onthouden concrete voorbeelden die uit het leven gegrepen zijn en enthousiast worden gebracht. Illustratiemateriaal zorgt ervoor dat de leerstof blijft hangen, maar enkel als het relevant is. Zorg dus voor degelijk materiaal dat aansluit bij de inhoud.  

Wat kan je doen na de les? 

Beoordeel je eigen les 

  • Schrijf onmiddellijk na de les je eigen ervaringen en reflecties neer. Wat wil je de volgende keer anders doen of wat moet je onthouden? Noteer ook voorbeelden die goed werden onthaald of die helemaal de mist in gingen. De kans is namelijk groot dat je anders de volgende keer dezelfde fouten maakt of goede vondsten vergeet.  
  • Een geluids- of video-opname van je les kan handig zijn om je eigen verbeterpunten op te merken. Je kan de opname ook voorleggen aan anderen die je nuttige tips kunnen geven.  

Herwerk je lesvoorbereiding 

Werk je lesvoorbereiding bij op basis van je eigen beoordeling en de feedback van anderen. Doe dit regelmatig en wees niet bang om alles te herdenken. Zo blijft het ook voor jou nieuw en dat houdt je enthousiast. 

Tot slot 

Wees realistisch over je doceerprestaties 

Je lessen zullen niet altijd even goed zijn, maar dat is oké. Er kunnen allerlei factoren spelen, bijvoorbeeld het tijdstip van de les, je eigen situatie op dat moment, iets dat de studenten hebben meegemaakt, enz. Laat je niet ontmoedigen, hoe meer ervaring je krijgt met lesgeven, hoe steviger je in je schoenen zal staan.  

Meer weten? 

Lees de bronnen waarop deze onderwijstip is gebaseerd: 

  • Buskist, W., & Benassi, V. A. (Eds.). (2012). Effective college and university teaching: Strategies and tactics for the new professoriate. Thousand Oaks, CA, US: Sage Publications, Inc. 
  • McKeachie, W. J. (2012). Teaching tips: Strategies, research, and theory for college and university teachers (14th ed.). Lexington, MA: Heath 
  • Perry, R.P., & Smart, J.C. (1997). Effective teaching in higher education. New York: Agathon Press. 
  • Wilson, K.  & Korn, J.  (2007).  Attention During Lectures: Beyond Ten Minutes, Teaching of Psychology, 34:2, 85-89, DOI: 10.1080/00986280701291291 

Laatst aangepast 9 juni 2020 16:49