Werken aan zelfregulerende vaardigheden

Wat zijn zelfregulerende vaardigheden?

Zelfregulerende vaardigheden zijn de vaardigheden die studenten actief inzetten in een cyclisch leerproces (voor, tijdens en na het leren) om hun gedrag, gedachten en gevoelens richting te geven met het oog op het bereiken van hun leerdoelen.

Zelfregulerende vaardigheden helpen studenten om het leerproces in eigen handen te nemen en bestaan uit drie componenten: cognitieve, metacognitieve en motivationele vaardigheden. Ze kunnen ingebed worden in een 3-fasenstructuur waarin studenten hun leren reguleren voor, tijdens en na het leren.

Cognitieve vaardigheden helpen bij informatie verwerken en kennis verwerven. Het zijn leerstrategieën zoals

  • Informatie ordenen, aanpassen of structureren
  • Bestaande kennis ophalen of gebruiken
  •  Taken begrijpen en uitvoeren

 Metacognitieve vaardigheden helpen om het (leer)proces te ‘managen’:

  • Voor het (leer)proces: doelen stellen en plannen
  • Tijdens het (leer)proces: zelfmonitoren en het leerproces bijsturen
  • Na het (leer)proces: evalueren en reflecteren over het (leer)proces

Motivationele vaardigheden helpen de energie te vinden die nodig is om ergens aan te beginnen en door te zetten. Een opleiding probeert zelf actief om studenten te motiveren, maar het is ook belangrijk om studenten vaardigheden te helpen ontwikkelen om zichzelf te motiveren, zoals:

  • Eigen doelen, interesses of belangen aan de activiteiten verbinden
  • Geloven dat je uitdagingen tijdens het (leer)proces aankan
  •  Prestaties toekennen aan eigen kunnen
  • Omgaan met hobbels tijdens het (leer)proces
  • Herkennen en reguleren van persoonlijke motivatie- en demotivatiebronnen

 

Vaak denken we dat studenten in het hoger onderwijs zelfregulerende vaardigheden al volledig ontwikkeld hebben, of dat ze die zelfstandig kunnen aanleren, maar niets is minder waar.
Zelfregulerende vaardigheden ontwikkelen, is een gedeelde verantwoordelijkheid van de student, de lesgevers, de opleiding en ondersteunende diensten aan de UGent.

Waarom inzetten op zelfregulerende vaardigheden?

Inzetten op zelfregulerende vaardigheden versterken of ze ondersteunen bij studenten, heeft meerdere positieve effecten.

Tijdens de opleiding zien we al een positieve impact:

  • Studenten leren hun leerproces in handen te nemen doordat lesgevers het leerproces in het begin van de opleiding actief sturen. Studenten zullen geleidelijk aan meer de verantwoordelijkheid voor hun leerproces kunnen nemen doorheen de opleiding.
  • Studenten die hun leerproces bewust kunnen sturen, tonen een betere studievoortgang. Onderzoek toont een sterk verband tussen zelfregulerende vaardigheden van studenten en hun leerprestaties. Naast leerprestaties hebben zelfregulerende vaardigheden ook een positieve invloed op de motivatie om te leren.
  • Verschillende studies tonen aan dat het vaak benutten van zelfregulerende vaardigheden gepaard gaat met een hoger welbevinden van studenten. Beter leren plannen en doelen stellen heeft een positieve impact op het welbevinden. Sommige studies wijzen ook op een groei in sociale competenties.
  • Zelfregulerende vaardigheden werken als een hefboom om onderwijsongelijkheid te verkleinen. Ze kunnen studenten helpen om cognitieve uitdagingen, leerstoornissen of andere ontwikkelingsproblemen te compenseren.

Maar ook na de opleiding is er voor studenten een blijvende positieve impact:

  • Afstuderende studenten hebben zelfregulerende vaardigheden nodig om impactvol te kunnen bijdragen aan een snel veranderende maatschappij. Zelfregulerende vaardigheden zijn nodig om leerkansen te blijven zien en levenslang het eigen leerproces te sturen en zichzelf te blijven ontwikkelen.

Belang van opbouw/scaffolding/fading

Om op een effectieve manier te werken aan zelfregulerende vaardigheden van studenten, is er een opbouw nodig van meer lesgevergestuurd naar studentgestuurd onderwijs. Als lesgever bied je de student aanvankelijk meer opstapjes (scaffolding), die je in de loop van het studietraject geleidelijk afbouwt (fading). Geleidelijk aan verschuift de verantwoordelijkheid van de lesgever naar de student.

Onderzoek toont aan dat scaffolding een positief effect heeft op de leeruitkomsten van studenten. Het leidt tot een duidelijke verhoging van de zelfregulerende vaardigheden en een grotere studentenbetrokkenheid, waarbij studenten een grotere verantwoordelijkheid voor hun leerproces gaan opnemen.

In onderstaande tabel concretiseren we scaffolding aan de hand van de vier niveaus die de ontwikkeling van zelfregulerende vaardigheden beschrijven bij studenten: observatie, imitatie, zelfcontrole en zelfregulatie (naar Zimmerman).  We beschrijven wie er op welk niveau aan het stuur zit en wat de student en lesgever doen op elk niveau:

Wie stuurt

Niveau

De student…

De lesgever…

Lesgever

Observatie

Observeert, luistert naar de uitleg van de lesgever,

kijkt naar het voorbeeld van de lesgever.

Modelleert en expliciteert.

Toont een vaardigheid en maakt expliciet wat die doet of denkt

Imitatie

Onder begeleiding een vaardigheid nadoen.

Geeft instructie, ondersteunt, moedigt aan en geeft feedback.

Lesgever en studenten samen

Zelfcontrole

Oefent zelfstandig de vaardigheden in een gecontroleerde omgeving.

Zet de vaardigheden zelfstandig in en laat ze zien in een gestructureerde omgeving.

Ondersteunt, geeft feedback, stimuleert, coacht en organiseert meer autonome krachtige leeromgevingen.

Student

Zelfregulatie

Zet de vaardigheden flexibel in, in verschillende situaties.

Past de vaardigheden toe in authentieke contexten.

Biedt uitdagende leertaken en een authentieke leeromgeving.

Is beschikbaar, ondersteunt op verzoek.

 

Zelfregulerende vaardigheden in één beeld samengevat:

Aan de slag

Analyse

Wanneer je als opleiding wil inzetten op zelfregulerende vaardigheden van studenten versterken, is het belangrijk om eerst zicht te krijgen op welke manier er nu al gewerkt wordt aan die vaardigheden in de opleiding. Breng daarom in kaart waar al gewerkt wordt aan zelfregulerende vaardigheden. Waar leren studenten cognitieve, metacognitieve en motivationele vaardigheden en op welke manier? Idealiter doe je deze oefening met een groep betrokkenen, waaronder lesgevers, studenten en monitoraatsmedewerkers.

Het is belangrijk om na te gaan of zelfregulerende vaardigheden expliciet aan bod komen en of het voor studenten duidelijk is dat er aan zelfregulerende vaardigheden wordt gewerkt. Zeker in het begin is het belangrijk dat ondersteuning expliciet is, zodat studenten de nodige kennis en taal over zelfregulerende vaardigheden ontwikkelen. Op die manier leg je de basis om zelfregulerende vaardigheden bewust en in andere contexten in te zetten en vergroot je de impact van alle ondersteuning die erna komt. Dankzij expliciete ondersteuning zorg je er bovendien voor dat je alle studenten meekrijgt en dat je gelijke kansen biedt. Je verhoogt ook de motivatie van studenten om zelfregulerende vaardigheden te oefenen en in te zetten.

 

Als je alles in kaart hebt gebracht, kan je je als opleiding volgende vragen stellen:

Werken we als opleiding genoeg aan zelfregulerende vaardigheden?

  • Gebeurt het expliciet in het begin?
  • Aan welke vaardigheden werken we minder?

Wat is bij instroom het gemiddelde beginniveau van de zelfregulerende vaardigheden van studenten?

Zit er een goede opbouw van zelfregulerende vaardigheden doorheen de opleiding?

  • Sluiten we in het begin aan bij het beginniveau van studenten?
  • Zit er een kink in de opbouw als je kijkt naar de ontwikkelingsniveaus?
    • Worden er stappen overgeslagen?
    • Worden alle stappen gezet?
  • Hoe vullen intracurriculaire en extracurriculaire initiatieven elkaar aan?  

Ontbreken er een aantal opleidingsbrede afspraken?

    • Deadlines en feedback geven
    • Opdrachten en groepswerken
    • Aanspreekbaarheid en begeleiding
    • ...

Probeer op basis van deze analyse te komen tot duidelijke conclusies: waar kunnen we als opleiding nog verbeteren, op welk vlakken kunnen we acties ondernemen?

Acties

Uit de conclusies van de vorige stap kan je als opleiding afleiden waar je acties kan ondernemen om nog meer in te zetten op zelfregulerende vaardigheden.

Zijn er belangrijke gedeelde afspraken die de opleiding kan maken over bijvoorbeeld mails beantwoorden, groepswerken, deadlines en feedback? In dat geval is het belangrijk om tot gedragen beslissingen te komen met een groep van lesgevers, studenten, monitoraatsmedewerkers en andere relevante betrokkenen.

  • Ga in gesprek over de hete hangijzers die naar voor kwamen uit de analyse.
  • Maak duidelijke afspraken met de groep waarin iedereen zich kan vinden.
  • Bekijk kritisch of de afspraken de opbouw van zelfregulerende vaardigheden ten goede komen.
  •  Zet de afspraken duidelijk op papier.
  • Verspreid de afspraken bij alle lesgevers, studenten en monitoraatsmedewerkers en andere belangrijke betrokkenen. Geef duidelijk aan waarom de opleiding die afspraken maakt en welke impact ermee beoogd wordt.

Wanneer de opleiding als actie formuleert om te werken aan de opbouw doorheen het curriculum, dan is het belangrijk om na te gaan waar in de opleiding zich opportuniteiten aandienen om erop in te zetten.

Onderstaand spectrum kan je inspireren om te werken aan zelfregulerende vaardigheden en een logische opbouw binnen te brengen in de opleiding. Het spectrum gaat van lesgever- naar studentgestuurd en houdt rekening met de indeling in drie deelvaardigheden die we hiervoor bespraken: motivationele, cognitieve en metacognitieve vaardigheden. Klik op de interactieve elementen voor meer info.

Implementeer, evalueer en stuur bij

Maak een duidelijk actieplan: wie zal wat doen, waar, wanneer en hoe.

Implementeer de acties en beslis ook hoe je als opleiding de genomen acties zal evalueren, zodat je eventueel kan bijsturen wanneer dat nodig is.

Wil je graag aan de slag met zelfregulerende vaardigheden en wil je ondersteuning, mail dan naar onderwijs@ugent.be voor begeleiding op maat.

Bronnen

Vrieling, E. (2014). Zelfgestuurd leren kun je niet zelfgestuurd leren. Tijdschrift voor Lerarenopleiders, 35(1), 15-28.

Peeters, J. (2022). Zelfregulerend leren. Hoe? Zo! Lannoo Campus.

Sins, P. (2023). Zelfregulerend leren gaat niet vanzelf maar hoe dan wel? Hogeschool Rotterdam Uitgeverij.

De Smul, M.(2019). It’s not only about the teacher! Mapping and fostering the school-wide implementation of self-regulated learning in primary education. Doctoraatsproefschrift. Universiteit Gent.

Education Endowment Foundation. Teaching and learning toolkit. Geraadpleegd op 13 november 2025, van https://educationendowmentfoundation.org.uk/education-evidence/teaching-learning-toolkit

MacLeod, A.K., Coates, E. & Hetherton, J. Increasing well-being through teaching goal-setting and planning skills: results of a brief intervention. J Happiness Stud 9, 185–196 (2008). https://doi.org/10.1007/s10902-007-9057-2

van de Pol, J., Volman, M. & Beishuizen, J. Scaffolding in Teacher–Student Interaction: A Decade of Research. Educ Psychol Rev 22, 271–296 (2010). https://doi.org/10.1007/s10648-010-9127-6

Zimmerman, B.J.(2013). From cognitive modelling to self-regulation. A social cognitive career path. Educational Psychologist, 48(3), 135-147

Last modified Jan. 16, 2026, 3:39 p.m.